Geprezen voor gepuzzel

Het is Nobelprijsweek De eerste ging naar drie wetenschappers die de werking van eiwitten op celniveau onderzoeken „We hebben hard gelobbyd om deze mannen beloond te krijgen.”

Arieh Warshel, een van de winnaars van de Nobelprijs voor de scheikunde, aan de telefoon met de Israëlische president Shimon Peres. Foto Reuters

Redacteur Wetenschap

„Het is hier meteen volop feest geworden”, zegt geneticus Matthijs Verhage van de Vrije Universiteit en VUmc aan de telefoon vanuit het Spaanse stadje Baeza. „Normaal gebeurt er nooit wat in dit middeleeuwse stadje, maar nu zie ik vanuit mijn raam de eerste journalisten al aankomen.”

Verhage is in Baeza samen met Thomas Südhof op een klein congres voor vakgenoten. Südhof kreeg gisteren samen met zijn Amerikaanse collega’s Randy Schekman en James Rothman de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2013. Bij de bekendmaking, gisteren om half twaalf in Stockholm, wist Südhof nog van niets. „Hij zat nog in het vliegtuig, op een trans-Atlantische vlucht”, zegt Verhage. „Pas in de auto vanaf de luchthaven kreeg hij het goede nieuws te horen.”

Verhage werkte in de jaren 90 als postdoc in het lab van Südhof, toen verbonden aan de University of Texas. „We hebben hard gelobbyd om deze mannen beloond te krijgen”, zegt hij. Dit jaar ontving Südhof al de Lasker Award, vaak gezien als voorloper van de Nobelprijs. Schekman en Rothman kregen in 2002 een Lasker Award.

De grootste ontdekkingen van het drietal dateren al uit de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw. Maar alle drie doen ze nog altijd belangwekkend onderzoek naar cellulair transport. Volgens Verhage is de Nobelprijs daarom „een beloning voor hun werk tot en met gisteren”.

Dankzij het werk van Schekman, Rothman en Südhof zijn alle moleculen die een rol spelen bij het transport in de cel nu bekend. Het onderzoek heeft zich verplaatst naar details, zegt Verhage. „We kijken nu op atoomniveau hoe verschillende eiwitten samenwerken. Daar voeren we hier in Spanje verhitte discussies over.”

‘Een terechte prijs’

Judith Klumperman, hoogleraar celbiologie aan de Universiteit Utrecht, kent de drie nieuwe Nobelisten persoonlijk. „Een terechte prijs”, vindt zij. „Mooi dat nu drie mensen die ieder op een verschillende manier aan deze legpuzzel hebben bijgedragen in één keer worden beloond.”

De drie ontrafelden hoe cellen eiwitten en andere moleculen uitscheiden. Dat gaat via speciale transportblaasjes die via een strak geregisseerd mechanisme door de cel bewegen. Daarna laten ze hun inhoud vrij door te versmelten met de buitenkant van de cel.

Randy Schekman (University of California in Berkeley) onderzocht in bakkersgist welke genen verantwoordelijk zijn voor het transport in de cel. Omdat dit mechanisme cruciaal is voor alle levende organismen, is het evolutionair sterk geconserveerd. De regulatie in gistcellen lijkt daardoor als twee druppels water op die in neuronen van het menselijke brein.

James Rothman (Yale University, New Haven) bestudeerde hoe eiwitcomplexen ervoor zorgen dat de omhulsels van de blaasjes in de cel met de buitenkant van de cel versmelten en zo hun inhoud uitscheiden. Enkele genen die Schekman in gist had gevonden bleken hierbij betrokken.

Thomas Südhof (Stanford University) ten slotte onderzocht wat de precieze timing bepaalt van de uitstoot van blaasjes, iets wat bijvoorbeeld bij neurotransmitters in zenuwcellen essentieel is. Hij ontdekte dat calciumionen hierbij een hoofdrol spelen.

De Nobelprijs is „een erkenning voor fundamenteel onderzoek”, vindt Klumperman. „Deze mannen begonnen met het ontrafelen van mechanismen in de cel, niet wetende welke kennis over ziektes daaruit zou voortvloeien. Tegenwoordig is dat haast niet mogelijk: je krijgt alleen subsidie als je vanuit een ziekte begint.”

    • Sander Voormolen