Familie Alijev houdt greep op Kaspische oliestaat

Nu al is duidelijk dat de huidige machthebber de verkiezingen van morgen zal winnen.

Azerbajdzjan, een van de twintig belangrijkste olielanden ter wereld, is in persoonlijk politieke zin zo stil als een kerkhof. De voormalige Sovjetrepubliek, waar morgen presidentsverkiezingen plaatsvinden, wordt al 44 jaar nagenoeg onafgebroken bestuurd door dezelfde familieclan.

Van 1969 tot 1982 was ex-KGB’er Heydar Alijev er eerste secretaris van de Azerbajdzjaanse communistische partij, een van de veertien dochterpartijen van de alomvattende CPSU in Moskou. Daarna bleef Alijev als lid van het Politbureau zijn geboortegrond op afstand controleren. In 1993 keerde de oude Alijev, na een mislukt ‘nationalistisch democratisch’ intermezzo, terug als president.

Morgen wordt zijn zoon Ilham Alijev, die na de dood van zijn vader in 2003 president is van de staat aan de Kaspische Zee, waarschijnlijk voor een derde termijn gekozen. Deze voortdurende heerschappij is mogelijk omdat Alijev de grondwet in 2009 per referendum liet wijzigen.

Materialistisch gesproken kan de 51-jarige Ilham Aliev op een succesvolle staat van dienst bogen. Dankzij een energie-boom is Azerbajdzjan een rijker land geworden. Het inkomen per hoofd van de 9,4 miljoen zielen tellende bevolking is afgelopen decennium vertienvoudigd tot bijna zesduizend euro. Met talloze glaspaleizen en andere architectonische verworvenheden, floreert Baku weer net zo opzichtig als begin twintigste eeuw, toen de latere Jozef Stalin daar zijn communistische carrière als stakingsleider en bankrover begon.

Straten schoongeveegd

Maar deze continuïteit, qua duur vergelijkbaar met de familieheerschappij in Noord-Korea en Cuba, betekent niet dat Azerbajdzjan ook maatschappelijk stabiel is. Sinds dit jaar reageert de regering in Baku zo alert op burgerlijk protest dat het langzamerhand op angst gaat lijken. Kennelijk wil ze geen enkel risico nemen.

De publieke ruimte is zo goed als schoongeveegd. Lokale onrust, meestal niet ideologisch gekleurd maar veeleer gericht tegen dagelijkse corruptie en willekeur, wordt door de politie hardhandig neergeslagen. Journalisten of mensenrechtenactivisten worden gearresteerd.

Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Club in Baku zitten er nu zeker 142 politieke gevangenen vast. Een mensenrechtencomité van de Verenigde Naties sloeg afgelopen vrijdag alarm. Twee dagen eerder had ook de Europese Unie, bij monde van buitenlandcoördinator Catherine Ashton en uitbreidingscommissaris Stefan Füle, vergelijkbare zorgen geuit. De EU is niet helemaal tandeloos. Azerbajdzjan is een van de zes voormalige Sovjetrepublieken uit het Oostelijk Partnerschap die in aanmerking willen komen voor een vrijhandels-en samenwerkingsakkoord met Europa.

Anders dan medepartner (en erfvijand) Armenië is Azerbajdzjan niet a priori pro-Russisch. Integendeel. Azerbajdzjan probeert het Europese verlangen om minder afhankelijk te zijn van Russisch aardgas en olie ten eigen bate te exploiteren. Azerbajdzjan heeft ook goede betrekkingen met Israël. Beide landen vrezen Iran.

Vrees voor Moskou

Azerische angst voor Moskou uitte zich ook in deze presidentsverkiezingen, zoals bij de registratie van de belangrijkste tegenkandidaat van de ‘oppositie’. De schrijver Rustam Ibragimbekov werd geweigerd. Deze Oscar (1994) winnende scenarist van de Russische cineast Nikita Michalkov (Vermoeid door de zon) mocht van de kiesraad niet meedoen wegens zijn (dubbele) Russische nationaliteit.

In zijn plaats probeert de 61-jarige historicus Jamil Hasanli om Alijev uit te dagen. Hasanli neemt geen blad voor de mond. Hij beschuldigt Alijev van zelfverrijking. Maar ondanks een snelle opmars van sociale media, bereiken deze en andere verwijten de Azeri’s nauwelijks. Radio en televisie zijn in handen van Alijev en diens entourage. De zittende president doet intussen alsof zijn neus bloedt. Een man van zijn statuur voert uiteraard geen campagne. Hij regeert gewoon door, bijvoorbeeld door vorige maand de ambtenarensalarissen te verhogen.

De rest gebeurt morgennacht. Dat de stemmen dan eerlijk worden geteld, ligt niet voor de hand. Bij vorige verkiezingen regende het klachten over stembusfraude. Als Alijev desondanks toch rond 80 procent blijft steken – tegen 87 procent in 2008 – kan Hasanli een succes claimen.

    • Hubert Smeets