Een ingenieur kan ook creatief zijn

Net afgestudeerd in Delft, klopte Pieter Kool aan bij G-Star Raw met de vraag: zal ik een winkel voor jullie ontwerpen? Nu is hij ingenieur van het jaar.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Verslaggever

Alles moet nuttig zijn. En er goed uitzien. Pieter Kool (35) vindt het belangrijk dat de vorm en functie van de dingen die hij ontwerpt perfect op elkaar aansluiten. Hij is hoofd van de afdeling 3D-design bij G-Star Raw en ontwerpt voor het kledingmerk alles wat geen kleding is. Winkels, beursstands en de binnenkant van het nieuwe hoofdkantoor dat op dit moment aan de A10 wordt gebouwd bijvoorbeeld.

Nadenken over wat hij wilde worden deed Kool niet echt. Honkballen was zijn passie, school deed hij erbij. Maar hij speelde vroeger met lego, hield van problemen oplossen en bedacht daarom dat bruggen bouwen wel iets voor hem zou zijn. Al in het eerste jaar van zijn studie civiele techniek in Delft merkte hij dat iedereen wel bruggen wilde bouwen. Of andere imposante landmarks. En in de praktijk zijn het vooral architecten die zulke dingen ontwerpen. Omdat Kool de techniek interessanter vond dan „het kapje eromheen” stapte hij over naar industrieel ontwerpen. Een superleuke studie, zegt hij erbij.

De liefde voor het vak spat ervanaf wanneer hij het heeft over hoe materialen uitzetten door hitte en afkoeling, hoe je zorgt dat gebogen plaatstaal blijft staan en hoe lekker een la soms open kan gaan. „Ik vind human centered design vooral heel interessant, de mens en het gebruik moeten centraal staan in een ontwerp. Maar welk beroep daar dan precies bij hoorde wist ik niet.”

Hoe kwam je erbij om bij een kledingmerk aan te kloppen?

„Toen ik moest afstuderen zat ik een tijdje in een zwart gat. Ik had twee uiteenlopende stages gedaan. Bij Marcel Wanders lag de nadruk op de stijlkant van industrieel ontwerpen, ik miste er de techniek. Het bureau waar ik daarna stage liep, was juist heel erg op de techniek gericht. Daar miste ik het onderbuikgevoel, dat je kiest voor een product omdat je erin gelooft en er dan net zolang aan gaat sjorren tot het echt iets wordt. Ik deed dus een tijdje niets en merkte dat ik nergens een passie voor had. Toen dacht ik, waar heb ik een hekel aan? Kan ik daar niet iets mee? Ik had een hekel aan winkelen, vooral op zaterdagmiddag in drukke winkelstraten. Toen heb ik G-Star benaderd. Ik zei: ik ben jullie doelgroep, maar ik zie niets in de winkels. Ik denk dat het helemaal anders kan, zal ik eens een winkel voor jullie ontwerpen?”

Waarom G-Star?

„Ik had nog nooit een G-Starwinkel gezien. Dat ik bij G-Star aanklopte was wel een klein beetje bluf. Ik had ook nog nooit een winkel ontworpen. Maar ik had wel de broeken van G-Star gezien. De Elwood was in 1996 de eerste broek die niet bestond uit twee platte lappen die op elkaar genaaid waren. Het was een 3D-broek.”

Hij loopt naar een van de vele rekken die tegen de wand van de ‘showroom’ hangen waar het interview plaatsvindt en haalt de broek, die nog steeds in productie is, tevoorschijn. Hij legt hem op tafel zodat de gebogen contouren van de pijpen en de tussenstukken die daarvoor zorgen goed te zien zijn.

„Hiervoor heeft de ontwerper het lichaam als een vorm in 3D bekeken. Dat is echt engineeringwerk. Ik had nooit gedacht dat het ook op kleding betrekking zou kunnen hebben, maar bij G-Star vonden ze dat blijkbaar ook belangrijk. Dat sprak me aan. En natuurlijk omdat wij, mijn vrienden en ik, de broeken ook droegen.”

En bleek dat ook zo te zijn?

„Ja. De spanning tussen creativiteit en techniek zie je overal. Alles moet functioneel zijn én lekker zitten. De meeste zakken op blouses zitten bijvoorbeeld recht. Maar wie steekt er nou recht zijn hand in? Een hand komt van de zijkant, dus de zak kan beter scheef zitten. Ik ging natuurlijk geen kleding ontwerpen maar kwam tussen de mensen terecht die alles daaromheen bedachten.”

Hij loopt weer naar de wand, waar een soort lessenaar op een constructie met stalen poten staat. Achter glas zie je foto’s op een rol die van onder verlicht worden door een lamp. Met draaihendels links en rechts kun je de foto’s doordraaien.

„Dit apparaat noemen we de ‘Thora’. Het heeft in plaats van een fotowand in een beursstand gestaan. Zo kun je alles veel beter zien en het neemt minder ruimte in. We hebben ons laten inspireren door de rollen waar de Joodse Thora op is gedrukt.” Hij wijst enthousiast op hoe het plaatstaal van de poten is gebogen. „Dat is moeilijker dan het eruitziet.”

Waarom is 3D-design eigenlijk belangrijk voor een winkel?

„Consumenten winkelen met meer kennis. Ze kijken online waar een product het goedkoopst is en kijken naar zaken als duurzaamheid. Met een winkel kan een merk zich nog onderscheiden. Begin december openen we een nieuwe flagship store in hartje Londen. De vraag van mij en mijn team was: waar gaat retail nu echt over, los van al het theater? En kunnen we dat laten zien? In plaats van de voorraad in lelijke stellingkasten in een rommelhok te bewaren waar het personeel op een klapstoel in de hoek zit te eten, ligt de voorraad van die winkel in een soort kubus boven de winkelvloer. De trap ernaartoe staat prominent in de ruimte. We denken ook na over het betalen. Waarom is een kassa eigenlijk nodig? Mensen kunnen straks ook mobiel pinnen bij verkopers.

„Goede techniek achter een product kan voor een goed gevoel zorgen. Ik kan er echt van genieten als ik in een keukenwinkel ben en een la gaat mooi open en dicht. Als je het hebt over onze winkels ben ik heel trots op de women store die we ontworpen hebben. Ik vond het een moeilijke opgave: hoe zorg je dat een merk dat industrieel en rauw is, toch aansprekend is voor specifiek vrouwen? Als je nu in die winkel bent merk je dat er echt de sfeer hangt van een verkleedpartij voorafgaand aan een avond stappen. Het is er rumoerig, er staan goede banken. En er is nog steeds veel beton en staal. Dat maakt me wel blij, ik heb zelf van begin tot eind dicht op het ontwerp gezeten.

Waarom ben jij de ingenieur van het jaar geworden?

„Ik ben geen droge techneut. Ze hebben denk ik voor mij gekozen om te laten zien dat een ingenieur ook heel creatief en scheppend bezig kan zijn. Ik vind het leuk om mensen enthousiast te maken voor het ingenieurschap. Dat je ook kunt doen wat ik nu doe, daar had ik toen ik zelf student was geen idee van. Ik had wel een fascinatie. Door te laten zien wat je daar uiteindelijk mee kunt doen hoop ik dat anderen ook hun fascinatie volgen.”