Echt? Een dode mus? Dat had niet gehoeven

Als de president van De Nederlandsche Bank het zegt, dan moet het wel waar zijn: het kan niet anders dat Nederland in het huidige kwartaal de recessie achter zich laat. Dat mag zo onderhand ook wel: sinds het eerste kwartaal van 2011 hebben we acht kwartalen gehad waarin de economie kromp ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Alleen in het tweede kwartaal van 2012 was er een hikje, met een groei van 0,4 procent – die van zeer voorbijgaande aard bleek.

Klaas Knot, de bankpresident, zegt terecht dat er „heel veel seinen op groen staan”. En hoewel het Centraal Bureau voor de Statistiek pas half november komt met cijfers over het zojuist afgelopen derde kwartaal van 2013, zou het heel goed kunnen dat daar groei wordt getoond.

Als dat waar is, dan is er alleen één onduidelijkheid: hoe groot is die groei dan?

Het Centraal Planbureau voorspelt over heel 2013 een krimp van 1,25 procent, gevolgd door een groei van 0,5 procent in 2014. Het Internationaal Monetair Fonds is een tikje zuiniger: -1,3 procent dit jaar, en een groei van 0,3 procent volgend jaar. Verdraagt zich dat met een herstel dat nu al plaatsvindt?

In het eerste kwartaal van dit jaar kromp de Nederlandse economie nog met 0,4 procent van kwartaal op kwartaal. In het tweede bedroeg de krimp 0,2 procent.

Stel nu dat het herstel inderdaad in het derde kwartaal van dit jaar is begonnen en in het vierde kwartaal doorgaat, dan moet het heel miniem zijn om de voorspellingen voor heel 2013 (een krimp van 1,25 procent) nog waar te laten zijn. Zo’n 0,1 procent groei van kwartaal op kwartaal in het derde kwartaal en 0,2 procent in het vierde kwartaal.

Dát kan niet worden bedoeld met het groene sein. Om vervolgens de voorspelling van een groei van 0,5 procent te halen in 2014 zou er vier kwartalen lang een kwartaalgroei moeten optreden van 0,1 procent. Oké, dat is inderdaad groei, maar met wel erg lage cijfers. Stagnatie is een beter woord. De man in de straat zal het niet als het begin van herstel ervaren.

Het kan natuurlijk ook dat het herstel nu al sterker is. Laten we zeggen een groei met 0,3 procent in het derde en vierde kwartaal van dit jaar. Dat is overigens nog steeds niet erg veel. Maar zelf deze groei zal dan volgend jaar noodzakelijkerwijs weer moeten terugvallen om de voorspelling van 0,3 procent tot 0,5 procent over heel 2014 waar te laten zijn.

Conclusie: als er op dit moment werkelijk een economisch herstel aan de gang is, zelfs met zeer bescheiden cijfers, dan moeten de schattingen voor heel 2013 wat worden opgehoogd (denk aan een krimp van 1 procent gerekend over het hele jaar). En de raming voor 2014 moet opwaarts worden bijgesteld. Denk, bij het voortduren van het nog steeds zeer bescheiden herstelscenario van hierboven, aan een economische groei van 1 procent in 2014. Ja, dat is nog steeds een dode mus, maar het is toch tweemaal zoveel als het CPB verwacht, en driemaal zoveel als het IMF denkt.

Zijn we hier niet gevaarlijk positief? Ja en nee. De doemvoorspeller wordt doorgaans nauwelijks gestraft, want als hij het fout had, dan is de realiteit kennelijk meegevallen. Zie het gewoon zo: als de gedachte dat de economie volgend jaar maar liefst 1 procent groeit al frivool wordt gevonden, dan onderstreept dat alleen maar de moeilijke tijden waarin we nu leven.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel