Dyslectische Nuur zet taal op losse schroeven

Navid Nuur ‘Distant Relations between lovers’ (2011-2013). Foto Bonnefanten Museum

‘Where you end and I begin’. Ziezo. Het verzoek van de in 1976 in Teheran geboren taalkunstenaar Navid Nuur om deze zin in mijn artikel op te nemen is ingewilligd. Graag zelfs. Het is niet alleen zoals het er staat: waar u fysiek eindigt, begint Navid Nuur. Het is ook dit: waar u eindigt met het lezen van deze recensie, daar begint Nuurs werk. Het hangt en staat op u te wachten in Maastricht.

Dat werk – in volle glorie te zien en te ervaren op een grote solotentoonstelling in het Bonnefantenmuseum – fladdert, vlindert, prikt en is het tegendeel van alles wat je je voorstelt bij zwaarwichtige conceptuele kunst. De expositie Lube Love (dat zoiets betekent als ‘glijmiddel liefde’) is een ode aan de vrijmoedig spelende geest die Nuur is. Het betekent dat de vroegere illustrator, grafisch vormgever en skater ieder concept binnenstebuiten keert, spiegelbeeldige grappen maakt met minimal art, teksten in hun tegendeel verandert, tekeningen met blaaspijltjes laat beschieten, schilderijen met waterballonnen laat bekogelen. Het betekent ook dat er poëtische verbanden ontstaan tussen de meest vreemdsoortige materialen: zeeppoeder en met vitamines verrijkte muurverf, Vaporub met koper. Ook kan iedere bezoeker in een tattooshop op zaal gratis zijn huid laten bewerken naar een ontwerp van Nuur. Bonnefantendirecteur Stijn Huijts ging voorop met een tekening van een bloemkoolachtige ovaal op zijn enkel.

Tien jaar geleden heeft de dyslectische Nuur de overstap gemaakt van grafische vormgeving en illustratie naar de autonome beeldende kunst. Sindsdien is zijn ster alleen maar rijzende. Er zijn al solo’s geweest in Madrid, Londen en het Centre Pompidou in Parijs. In 2010 won hij de Volkskrant Beeldende Kunstprijs, in 2011 de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst en dit jaar sleepte de kunstenaar op Art Basel in Hong Kong een prestigieuze prijs voor jong talent in de wacht. In Maastricht blijkt hoezeer de kunstenaar zijn dyslectische handicap tot voordeel heeft gemaakt.

Want het sterkst is Nuur in zijn omgang met tekst, die frivool is en alles wat naar routine zweemt op losse schroeven zet. Dat begint in het centrale trappenhuis van het museum waar de kunstenaar een grappig en lucide interview met ‘Zwart’ heeft opgehangen. Daaromheen werken over zwart, waarin de kunstenaar in delen oplost en weer uit tevoorschijn komt.

Wat zijn woorden? Waar staan letters voor? Wat is hun betekenis, hun invloed en reikwijdte? Alles is relatief en rekkelijk in de wereld van Nuur. ‘It’s not about getting lost in translation but about translating that which is lost’, schrijft hij. Soms verandert hij de betekenis van een woord door haakjes toe te voegen of woorden fonetisch te laten rijmen. Op een stoethaspelig getekende zwarte schietschijf staan in banen de kapitale letters: ‘Distant relations between lovers could fail by the lack of your true’. In de witte roos middenin gloort zacht het woord ‘focus’. Op een tafel liggen (inter)nationale kunstbladen. Scheur de bladzijden uit, rol er pijltjes van en schiet ze met een plastic buis af op de schietschijf.

Het is makkelijk en moeilijk tegelijk. Kijken, doen en voelen tegelijk. Zichtbaar en onzichtbaar. Een mooi voorbeeld daarvan is zijn nieuwste werk: een totaalinstallatie met drie reusachtige projecties in de laatste zaal van het tentoonstellingparcours. In Voice Over (Voice) becommentarieert de kunstenaar als bijna volleerde beatboxer het schilderproces van de bevriende Roemeense schilder Adrian Ghenie (1977). Vanuit drie perspectieven zie je Ghenie onverstoorbaar werken aan een abstract-expressionistisch schilderij. Ondertussen bromt, kreunt, lebbert Nuur vanuit een hoekje van Ghenie’s atelier over alles wat zijn collega schildert en mengt.

Weleens gehoord hoe kleuren klinken? Hoe een kwak verf of een ragfijn opgebracht laagje klinkt? Nuur doet in vier uur tijd een poging. Soms saai en herhalend, zoals schilderen zelf ook kan zijn, maar ook geestig en bevrijdend. Nuur brengt de abstract-expressionistische traditie moedig improviserend terug tot een hakkelend, smekend, flemend geluidskunstwerk: veelbelovend en bijna perfect.

    • Lucette ter Borg