Bezuinigen op zorg, doe dat met chirurgische precisie

Verzekeraars bedreigen kwaliteit, aldus vier ziekenhuisbestuurders.

Geen land waar zo zinnig wordt omgegaan met interventies als keizersnedes, knievervanging, antibioticagebruik en zo veel meer. De European Health Consumer Index plaatst Nederland sinds 2009 jaarlijks op de hoogste plaats.

Toch mopperen we graag. Programma’s over medische missers zijn populair, verzekeraars een willig doelwit. De hoge winsten dankzij doelmatige zorginkoop leiden tot Kamervragen. Het kritisch spelen van de rol als zorginkoper wekt argwaan. Druk en tegendruk zijn goed, maar het evenwicht lijkt zoek. Wat speelt? Verzekeraars moeten zorg inkopen. Sinds 2012 lopen ze financieel risico op de zorginkoop. Dat is goed, want daardoor loont het meer dan voorheen om kritisch naar prijs en kwaliteit van aanbieders te kijken.

Groot probleem is echter dat kwaliteit nooit een belangrijk criterium bij inkoop was. Het vaststellen van de prijzen is ook buitengewoon ingewikkeld. Veel zorgaanbieders ervaren een komen en gaan van inkopers, waardoor er amper continuïteit en consistentie is. In arren moede leidt dit bij de inkopers tot een eendimensionale financiële target. Dit heeft mogelijk bijgedragen aan kostenbeheersing. Voor de contractering voor het jaar 2014 smaakt dat blijkbaar naar meer. Veel meer. Enkele grote verzekeraars schakelen in één keer drie tandjes bij en hebben de onderhandelingen ingezet met de boodschap dat het ziekenhuisbudget in 2014 vijf, tien, soms zelfs vijftien procent omlaag moet. Daarbij wordt verwezen naar het ‘Zorgakkoord’ en naar een terugval in de vraag naar zorg.

Ziekenhuizen waren in het Zorgakkoord van half juli bereid er alles aan te doen om het zorgvolume in 2014 met niet meer dan anderhalf procent te laten groeien. Let wel, zo’n lage groei is in de afgelopen dertig jaar uniek. Zorgaanbieders willen hier invulling aan geven en voorkomen dat het deksel op de pan tot wachtlijsten leidt. In de praktijk zien we op sommige plaatsen een lichte daling van de ziekenhuiszorg, op andere plaatsen nog een zeer beperkte stijging. Dat is goed nieuws. Van dalingen van vijf procent of meer is echter vrijwel nergens sprake.

De opstelling van verzekeraars die mikken op de genoemde budgetdalingen is ondoordacht. Allereerst omdat onduidelijk is waardoor de recente terugval van de groeiende zorgvraag wordt veroorzaakt. De aankomende versnelling van de vergrijzing maakt dat laatste onwaarschijnlijk. En als de conjunctuur aantrekt leert de ervaring dat direct een inhaalslag in de zorgvraag volgt. Ten tweede kan overcapaciteit, als die er al is, niet acuut worden afgebouwd en verzilverd. Zorg wordt geleverd door mensen en die zijn niet af te schakelen als een machine. Zorgwerkers die moeten afvloeien verdwijnen veelal voorgoed uit beeld. Bij de genoemde inhaalslag zorgt dat eerst tot ontwrichting en daarna tot wachtlijsten.

De ramkoers van een aantal verzekeraars komt neer op het openbreken van het Zorgakkoord. Dat is niet netjes en niet begrijpelijk. Wij pleiten voor zorgvuldigheid. Niet het gebruik van de botte bijl voor de hele zorg. Wel het toepassen van maatwerk: inkopen op kwaliteit. Belonen van innovatie en afstraffen van achterblijven. En dat specifiek per ziekenhuis. Bijvoorbeeld door de praktijkvariatie mee te nemen in contractering. Zorgaanbieders die zonder duidelijke reden onevenredig veel ingrepen doen vergeleken met andere aanbieders korten in productieafspraken. De zorgverzekeraars hebben al jaren beschikking over de data die hiervoor nodig zijn, maar missen de wil of competentie om hun rol echt in te vullen. Als zorgverzekeraars deze verantwoorde en afgesproken lijn verlaten ten gunste van de botte bijl bedreigt dat hun legitimiteit, hun licence to operate. De zorgverzekering wordt zo een flop. Dat is ernstig.

Bart Berden is bestuurder van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis, Hans Feenstra is bestuurder van het Martini Ziekenhuis, Hugo Keuzenkamp is bestuurder van het Westfriesgasthuis en Jaap van den Heuvel is bestuurder van het Reinier de Graaf Gasthuis.