Amazon zet Merkel onder druk

De vorming van een nieuwe regering in Duitsland wordt beheerst door economische thema’s als minimumloon en staatsschuld. Dat de Amerikaanse internetgigant Amazon werkgelegenheid naar Polen wil verplaatsen helpt niet.

Een distributiecentrum van Amazon in Bad Hersfeld. Personeel en vakbonden strijden al maanden om verhoging van het minimumloon. Amazon overweegt naar Polen uit te wijken. Foto EPA

De Amerikaanse internetreus Amazon maakte gisteren bekend op korte termijn drie nieuwe megavestigingen in Polen te gaan bouwen, goed voor vijfduizend arbeidsplaatsen. Amazon is in Duitsland verwikkeld in een bitter gevecht met de bonden over een betere betaling van de werknemers, die vaak op tijdelijke basis worden ingehuurd. De bonden dreigen met grote stakingen in de periode voorafgaand aan Kerstmis.

De woordvoerder van Amazon ontkent dat er een verband is tussen de aankondiging van de nieuwe vestigingen in Polen en de problemen met Duitse bonden. De verwachting is niettemin dat het signaal van het Amerikaanse bedrijf de onderhandelingen in Berlijn over een nieuw Duits kabinet onder druk zet. Een van de hoofdthema’s is de omstreden invoering van een wettelijk minimumloon. Maar bondskanselier Angela Merkel (CDU) ziet dat niet als prioriteit. Dat blijkt ook nu weer uit haar nieuwe YouTube-rubriek Die Kanzlerin direct waarin ze zegt wat haar prioriteiten zijn voor de komende regeringsperiode: het afbouwen van de Duitse schuldenberg en investeren in onderzoek en onderwijs.

Merkels mededeling functioneert als een publieke openingszet in de onderhandelingen met de meest waarschijnlijke toekomstige coalitiepartner, de sociaal-democratische SPD. Bij de Bondsdagverkiezingen op 22 september kreeg de CDU/CSU van Merkel 41,5 procent van de stemmen, de SPD 25,7 procent. Beide grote volkspartijen zijn op dit moment bezig met manoeuvres om de best mogelijke uitgangspositie voor coalitiebesprekingen.

SPD-voorzitter Sigmar Gabriel – die wordt getipt als de volgende vicebondskanselier en minister van Werkgelegenheid – liet de laatste dagen doorschemeren niet keihard te zullen vasthouden aan de eerder geëiste verhoging van de belastingen. Net als Merkel wil de SPD ook investeringen in onderwijs. Maar voor de sociaal-democraten is invoering van een wettelijk minimumloon, voorlopig, een breekpunt.

Hoeveel wensen de toekomstige coalitiepartners kunnen verwerkelijken, hangt sterk af van de stand van de financiën van het land. Daarover kwamen gisteren twee denktanks met het goede nieuws dat de Duitse economie een omslagpunt naar betere tijden heeft bereikt.

Het Keulse Instituut van de Duitse Economie (IW), gelieerd aan de grootste werkgeversorganisaties, verwacht een opleving van de Duitse staatshuishouding, die echter gematigd is vanwege de kwakkelende wereldeconomie. Directeur Michael Hüther is voorzichtig optimistisch: „We verwachten in 2014 een toename van het reëel bbp van 1,5 procent.” Dat zou volgens de schattingen van het instituut een toename van 1 procentpunt betekenen ten opzichte van het lopende jaar 2013.

Het aan de vakbonden gelieerde Instituut voor Macro-economie en Conjunctuuronderzoek uit Düsseldorf meent dat de groei van het bbp volgend jaar bescheidener zal uitvallen: van 0,4 procent dit jaar naar 1,2 procent in 2014. Maar directeur Gustav Horn sprak gisteren in Berlijn wel van „een economische overgangsfase”. „Er is een opleving te zien.” Dat betekent overigens niet dat er een einde aan de crisis is gekomen. Ook Horn wijst op de sombere toestand van de wereldeconomie. Duitsland verkeerde afgelopen winter op de rand van recessie maar inmiddels is het beeld rooskleuriger, met name door de groei van de binnenlandse consumptie.

Michael Hüther van het Instituut van de Duitse Economie hamerde erop dat de overheid de werkgevers kan verleiden tot investeringen door het opruimen van „onzekerheidsfactoren”. Daarbij noemde hij het ontbreken van een overtuigend concept voor de zogeheten ‘Energiewende’, de kostbare omschakeling van de Duitse economie van atoomenergie naar meer duurzame vormen van energie. Net als Merkel wees Hüther op het belang van het investeren in infrastructuur, onderwijs en onderzoek. Zoals Gustav Horn gisteren ook vaststelde dat op dat gebied al een „partijgrenzen overschrijdende consensus” bestaat. Hij is van mening dat een belastingverhoging nodig is om investeringen in infrastructuur te betalen.

Volgens Hüther echter betekent de verkiezingsuitslag dat de Duitse kiezer geen verhoging van belastingen wil, want dat was immers de belangrijkste belofte van Merkel. Sterker, volgens zijn denktank zullen bij ongewijzigd beleid op middellange termijn door het opleven van de economie belastingen zelfs naar beneden kunnen. Hüther waarschuwt ook dat een dreigend tekort aan vakkrachten en een verhoging van de arbeidskosten (hogere lonen) „zich meer en meer ontwikkelt tot een rem op de groei”.