Airbus slaat een flinke slag in Japan

Een paar keer per maand slingeren de twee grootste vliegtuigbouwers, het Frans-Duitse Airbus en het Amerikaanse Boeing, enthousiaste persberichten de wereld in. „EasyJet koopt 100 A320neo-toestellen”, meldde Airbus bijvoorbeeld onlangs. Boeing meldde kort daarna dat de eerste van vijftig bestelde 737’s was geleverd aan het Russische Rostec en de eerste 787 Dreamliner aan Royal Brunei Airlines.

Gisteren organiseerde Airbus weer een goednieuwsshow. In Tokio maakte topman Fabrice Bregier bekend dat luchtvaartmaatschappij Japan Airlines 31 Airbus A350-toestellen heeft besteld, ter waarde van zo’n 7 miljard euro. De deal geldt als een doorbraak voor Airbus, omdat Japanse vliegtuigmaatschappijen gewoonlijk met toestellen van Boeing vliegen.

Airbus en Boeing verdelen sinds de jaren negentig de markt voor grote passagiersvliegtuigen, waarin jaarlijks zo’n 100 miljard dollar (73,7 miljard euro) wordt omgezet. De twee bouwers proberen elkaar marktaandeel af te snoepen door flinke kortingen te bieden bij grote bestellingen. Tot grote verschuivingen heeft dat echter niet geleid. Luchtvaartmaatschappijen hebben baat bij de prijzenoorlog en houden volgens analisten de status quo met opzet in stand. Het Duitse Lufthansa bestelde vorige maand bijvoorbeeld 34 vliegtuigen bij Boeing en 25 bij Airbus.

Zowel Boeing als Airbus (dat deel uitmaakt van het EADS-concern) profiteerde de afgelopen jaren van de groei van het vliegverkeer in Azië, Afrika en Zuid-Amerika en de opkomst van prijsvechters in Europa. Bij de twee vliegtuigbouwers zijn meer dan 10.000 toestellen in bestelling. Wie nu een nieuw vliegtuig koopt, moet hoogstwaarschijnlijk tot 2020 wachten voordat het toestel uit de fabriek bij Seattle of Toulouse komt.

Airbus zei vorige maand dat het verwacht dat het aantal straalvliegtuigen in de wereld de komende twintig jaar zal verdubbelen, door een toenemende vraag in opkomende markten, en dan met name in China. De vliegtuigbouwer denkt dat er tot 2032 wereldwijd zo’n 30.000 nieuwe toestellen nodig zijn, ofwel 1400 per jaar.

De meeste toestellen, tweederde, zullen volgens Airbus middelgrote vliegtuigen zijn zonder stoelenrij in het midden. De door Japan Airlines bestelde A350’s zijn daar een voorbeeld van. Net als Boeings 787 Dreamliner is de A350, die deze zomer zijn eerste vlucht maakte, bedoeld voor langeafstandsvluchten op routes waar jumbojets niet rendabel zijn. Met deze vliegtuigen kunnen nieuwe intercontinentale verbindingen – en dus nieuwe markten – worden geopend.