Yuri van Gelder kan de jury niet overtuigen na zijn drugsgebruik

Ex-wereldkampioen Yuri van Gelder, zaterdag vijfde aan de ringen, won na zijn schorsing nooit een hoofdprijs. Terecht?

Als Yuri van Gelder in de hoofden van juryleden kon kijken, zou hij graag willen weten of zijn cocaïneverleden meespeelt in hun beoordelingen. De ringenturner, die op de WK in Antwerpen vijfde werd, kan het zich niet voorstellen. Maar honderd procent zeker is hij evenmin.

De jurering is een gevoelig onderwerp waaraan turners bij voorkeur geen negatieve kwalificaties koppelen. Kritiek kan tegen je gebruikt worden. Maar bij zijn rentree na één jaar schorsing had Van Gelder wel eens twijfels over de waardering voor zijn oefeningen. Hij omschreef dat gevoel destijds als „een beetje onwennig.”

Als Van Gelders indruk juist was roept dat vragen op. Hebben juryleden een afkeer van turners met een dopingverleden? Wil de internationale turnfederatie FIG turners met een dopingvlekje demotiveren? Zo ja, zijn er dan instructies verstrekt?

Vragen waarop Van Gelder nooit antwoord zal krijgen. Hij houdt zich daar het liefst ook niet mee bezig. Welgemoed: „Ik ben terug, iedereen zegt dat ie daar blij mee is en ik krijg nog steeds complimenten voor mijn oefening. Langzaam word ik weer de turner die ik wil zijn.”

Maar kan een minder positieve perceptie van juryleden ook een reden zijn dat Van Gelder na zijn schorsing geen kampioenschapsmedaille meer heeft gewonnen? Bram van Bokhoven, Van Gelders trainer, moet daar niet aan denken. Maar toch zegt hij behoedzaam: „Er zit in jurering altijd iets subjectiefs.”

Van Bokhoven hoor je nooit zeggen dat de jury bij de beoordeling van zijn pupil bevooroordeeld is, maar op de vraag of Van Gelder de laatste twee jaar altijd eerlijk is gewaardeerd moet hij lang nadenken. Van Bokhoven: „Omdat jurering de kern van onze sport is. Als je die in twijfel trekt valt de bodem onder het turnen weg. Maar je hebt wel vaak een bepaald gevoel. Vooraf kijk ik ook altijd welke juryleden aan tafel zitten. Bij deze finale waren dat bijvoorbeeld twee Zuid-Amerikanen. Dan denk je toch even ‘oei’ met een Braziliaan als concurrent. Want er zit toch altijd iets politieks in de jurering, dat is nu eenmaal niet te vermijden. Overigens vind ik dat Arthur Nabarrete Zanetti uit Brazilië terecht wereldkampioen is geworden.”

Van Bokhoven had een iets hogere waardering voor Van Gelder verwacht. „Het kleine pasje bij de afsprong en licht wiebelen bij een handstand moeten dan in Yuri’s nadeel hebben gewerkt. Maar aan ringen zitten de beste acht turners qua niveau drietiende van elkaar.”

Van Gelder schrijft de gemiste podiumplaats vooral toe aan zijn slordige afsprong. De hoek in zijn dubbele streksalto met schroef was niet volmaakt en bij het neerkomen stond hij niet volledig stil. Volgens zijn berekeningen scheelde dat drietiende punt, een verschil dat hem bij een goede uitvoering de vierde plaats had gebracht.

Zijn matige afsprong is een groot nadeel. Van Gelder zal zijn zwaai-elementen moeten verbeteren om voor medailles in aanmerking te komen. De ringenspecialist mag uitblinken op kracht („daarin ben ik nog steeds de beste”), maar dat voordeel weegt volgens nieuwe regels minder zwaar.

Dat Van Gelders kracht niet in het zwaaien ligt, heeft volgens Van Bokhoven te maken met de relatieve stijfheid van zijn bovenlichaam. Olympisch en wereldkampioen Nabarrete Zanetti mag dan eenzelfde postuur hebben, diens schouders draaien soepelere dan die van Van Gelder. Daarmee kan hij het verschil maken. „Nee, Yuri is niet blijven stilstaan”, zegt Van Bokhoven. „Hij is zich blijven ontwikkelen, alleen zijn de wijzigingen in de voorgeschreven code in zijn nadeel. Daardoor mist hij nét dat laatste stukje.”