VS pakken terrorist op in Libië

Libische regering eist opheldering over Amerikaanse geheime militaire operatie in Tripoli

Twee weken na de spectaculaire terreuractie in het winkelcentrum Westgate in de Keniaanse hoofdstad Nairobi hebben Amerikaanse elitetroepen afgelopen zaterdag verrassingsaanvallen uitgevoerd op aan Al-Qaeda gelieerde terreurverdachten in Libië en in Somalië.

In het Somalische havenstadje Barawe slaagden Amerikaanse Navy Seals er niet in om tijdens een operatie vanuit zee een leider van de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab gevangen te nemen. Na een hevig vuurgevecht trokken ze zich onverrichter zake terug.

Maar in de Libische hoofdstad Tripoli kregen Amerikaanse commando’s, bijgestaan door agenten van CIA en FBI, zaterdagochtend Anas al-Liby in handen, een computerspecialist die jarenlang nauw met Osama bin Laden samenwerkte en die in 2001 op de Amerikaanse lijst van meest gezochte terroristen werd gezet. Al-Liby wordt thans verhoord aan boord van een Amerikaanse marineschip op de Middellandse Zee. De Libische regering heeft Washington om opheldering gevraagd.

Volgens een zegsman in Washington zijn de Amerikaanse operaties geen directe reactie op het recente bloedbad in Westgate (met ten minste 67 doden). Maar het nieuwe Amerikaanse optreden moet wel worden beschouwd als een waarschuwing aan het adres van Al-Qaeda en verwante terreurgroeperingen in Noord-Afrika dat ze niet ongemoeid zullen worden gelaten, zei minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. „We hopen dat dit duidelijk maakt dat de VS nooit zullen ophouden om daders van terreuracties ter verantwoording te roepen, en dat leden van Al-Qaeda en andere terroristische organisaties op de vlucht kunnen slaan, maar dat ze zich niet kunnen verstoppen”.

De in Tripoli ontvoerde Al-Liby, die enige tijd in Groot-Brittannië woonde en wiens gevangenneming een aantal keren eerder werd gemeld, wordt onder andere verdacht van medeplichtigheid aan de bomaanslagen in 1998 op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania, met ruim tweehonderd doden.

De terrorist naar wie de Amerikanen in Somalië vermoedelijk op zoek waren, is Abdikadar Mohamed Abdikadar. Hij zou een Keniaan van Somalische afkomst zijn, en in het verleden nauwe banden hebben gehad met daders van de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi en die op een hotel in de Keniaanse havenplaats Mombasa in 2002. Voor zover bekend zijn er (nog) geen aanwijzingen van directe betrokkenheid van Abdikadar bij de recente aanval op het winkelcentrum Westgate in Nairobi.

Die aanval is wel opgeëist door Al-Shabaab, als vergelding voor de Keniaanse militaire operatie in Somalië tegen de terreurgroep. De Keniaanse autoriteiten hebben inmiddels de namen vrijgegeven van vier om het leven gekomen terroristen in Westgate en twee mogelijke medeplichtigen die op bewakingsbeelden te zien zijn, enkele weken voor de aanslag. Het betreft mannen van Keniaanse en Somalische afkomst, al dan niet verbonden aan Al-Hijra, de Keniaanse tak van Al-Shabaab.

Dat duidt erop dat Al-Qaeda er in samenwerking met Al-Shabaab in is geslaagd een netwerk op te zetten van aanhangers in Kenia. Zo’n groep bestaat ook in Tanzania. De steungroepen werden na 1998 opgezet in samenwerking met enkele radicale imams. Zij rekruteerden jongeren, van wie vermoedelijk honderden via Mombasa en Garissa naar trainingskampen in Somalië werden gesluisd. Sommigen keerden terug naar Kenia, waar ze de afgelopen twee jaar, sinds de Keniaanse militaire interventie in Somalië, kleinere terreuracties uitvoerden.

Radicale moslimgeestelijken, verbonden aan Al-Hijra, verschenen voor de rechter maar werden vrijgesproken. Enkelen van hen zijn vermoord, mogelijk door de politie, zoals vorige week nog in Mombasa.