Verstandelijk beperkten willen best praten over seks

Mensen met een lichte verstandelijke beperking krijgen vaak te laat – of geen – seksuele voorlichting. Bovendien leren ze weinig over het aanknopen van een relatie. Psycholoog Dilana Schaafsma (1985) ontdekte hoe seksuele voorlichting aan hen beter kan.

Wat schort er aan de seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap?

„Het doel van voorlichtingsprogramma’s is de kennis over seksualiteit vergroten. Dat lukt wel, maar de persoon kan er niets mee in de praktijk. Een jongen was verteld dat hij een condoom moest gebruiken als hij voor het eerst seks had. Dus hij had dat de eerste keer gebruikt, maar daarna niet meer. Kennis over seks helpt ook niet om de weerbaarheid te verhogen. Dat is wel belangrijk, want het risico op seksueel misbruik is bij deze groep mensen hoger. Bovendien weten ze vaak niet hoe ze een relatie moeten beginnen of onderhouden. Ik vind het oneerlijk iemand uit te leggen wat veilig vrijen is, als ze niet eens in staat zijn om een relatie aan te gaan. Dan kun je niet eens iemand vinden om seks mee te hebben.”

Gaan ze niet naar de hoeren?

„Dat kwam niet uit mijn onderzoek. Er was wel een man die af en toe gebruik maakte van een sekszorger, via een stichting die seksuele dienstverlening voor gehandicapten biedt. Dat wordt ook wel ingezet in instellingen. Soms om het af te schuiven, zodat de begeleider er niets meer mee hoeft te doen.”

Begeleiders leggen liever niet uit?

„Uit mijn interviews met begeleiders en ouders blijkt dat seksuele voorlichting vaak niet aan bod komt, of pas wanneer er al iets ongepasts gebeurd is. Een minderheid geeft voorlichting, ruim een derde. Begeleiders vinden het lastig erover te beginnen. Niet nodig, ik merkte dat ze er heel open over praten als je de tijd neemt. Zo had een heel verlegen jongen die bang was dat hij een rood hoofd zou krijgen nog een laatste vraag. Hij wilde weten hoe een dildo eruitziet.”

Hoe kan het beter?

„Het oefenen van sociale vaardigheden moet onderdeel uitmaken van seksuele voorlichting aan deze mensen. En er moet meer naar het individu gekeken worden. Waar heeft iemand behoefte aan? Tegen welke problemen loopt hij op? Dat hoeft niet duurder te zijn. Je kunt de hele groep een vragenlijst voorleggen en op basis van de antwoorden het programma samenstellen. Daarbij moet ook de omgeving onder de loep genomen worden. In een instelling waar de regel is dat je niet met een ander op een kamer mag zijn, kan je nooit seks hebben.”

Niki Korteweg

Dilana Schaafsma verdedigt haar proefschrift Sexuality and Intellectual Disability; implications for sex education op 10 oktober 2013 om 10.00 uur aan de Universiteit Maastricht.