‘Toezicht verbetert onderwijs’

Amsterdam heeft niet genoeg aan de onderwijsinspectie. Een apart bureau gaat scholen controleren. Wethouder Hilhorst legt uit waarom.

Foto ANP

De gemeente Amsterdam laat per 1 januari een onafhankelijk bureau basisscholen controleren en adviseren hoe de kwaliteit te verbeteren. Verantwoordelijk wethouder Pieter Hilhorst is dat met de samenwerkende schoolbesturen overeengekomen. De afgelopen vijf jaar heeft de gemeente zich al gebogen over de basisscholen in de stad met de zogeheten Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. Voormalig inspecteurs van de onderwijsinspectie bezochten in die tijd ongeveer de helft van alle basisscholen in de stad. Sindsdien is het aantal scholen met het inspectiepredicaat ‘zwak’ of ‘zeer zwak’ van 33 naar 5 gedaald. Van de nieuwe stichting Beter Primair Onderwijs Amsterdam neemt de gemeente 75 procent van de kosten voor haar rekening. Tot en met 2018 worden jaarlijks vijftig scholen bezocht. Vrijwel alle scholen doen mee, zegt Hilhorst. „Zo’n 90 procent van de leerlingen.”

Wat gaat dat nieuwe bureau doen?

„Het moet het succes van de aanpak in de afgelopen jaren bestendigen. Experts kijken in de klas en geven adviezen die leiden tot een verbeterplan. Scholen en leerkrachten hebben geleerd hoe ze meer kunnen lesgeven en minder politieagentje spelen. De schoolbesturen hebben zich bij voorbaat gecommitteerd aan die verbeterplannen. Overigens kunnen zij ook zelf plannen maken en laten toetsen door dat bureau.”

Kan de Inspectie het niet af?

„De Onderwijsinspectie blijft ook kijken. Maar laten we wel wezen, dat deed ze ook toen we nog 33 zwakke scholen hadden en dat aantal is pas afgenomen door onze aanpak. Blijkbaar kon de Inspectie niet voorkomen dat er zwakke scholen waren.”

Draait de gemeente nu niet op voor wat de schoolbesturen hebben laten liggen?

„Ik kan er wel een principiële kwestie van maken, maar dan is de kans groot dat de investering van de kwaliteitsaanpak verloren gaat. Ik wil de winst van de afgelopen jaren behouden.”