Pas als de aftakeling niet zo vroeg begint...

Honderd jaar kunnen worden is geen argument voor een hogere pensioenleeftijd. Die politieke wens is onzinnig zolang er alleen ongezonde jaren bij komen, betoogt Erik Buskens.

De baby’s die nu worden geboren, hebben grote kans om honderd jaar of ouder te worden, voorspelt het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. NRC noemde het ‘een optimistisch scenario’. De voorspelling ondersteunt de roep in de politiek om de pensioenleeftijd verder te verhogen. Ik ben minder optimistisch gestemd en heb de behoefte om enige nuancering aan te brengen.

Mensen met een lagere opleiding (basisschool, vmbo) krijgen door een ongezondere leefstijl gemiddeld vanaf hun vijftigste levensjaar een of meer ernstige chronische aandoeningen en kampen de laatste twintig levensjaren met een steeds slechtere gezondheid, met ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid als gevolg. Dit is dertig procent van de beroepsbevolking (Bron CBS).

Laten we er eerst maar eens voor zorgen dat deze groep kan blijven deelnemen aan het arbeidsproces en de huidige pensioengerechtigde leeftijd in gezondheid haalt.

Ik acht een verhoging van de algemene pensioenleeftijd, gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting, onhaalbaar als we nu niet fors investeren in een gezonde levensloop van mensen. Want dan hebben onze kinderen en kleinkinderen straks een serieus maatschappelijk probleem: zorg wordt onbetaalbaar terwijl onze welvaart verder wordt ondermijnd.

Preventie zou het toverwoord moeten zijn, maar juist hierop wordt zwaar bezuinigd, onder het mom van eigen verantwoordelijkheid en respect voor de privésfeer.

Er komen steeds meer ouderen, die bovendien steeds ouder worden. Tegenover iedere oudere staan nu nog vier werkenden, maar de vergrijzing is al begonnen en straks zullen dat er nog maar twee zijn. Voor een duurzame welvaart is het nodig dat we langer doorwerken en liefst na een kort ziekbed overlijden.

Dat geeft niet alleen minder menselijk lijden maar ook minder maatschappelijke kosten en is beter voor de economie. Als we in onze laatste levensjaren het meeste kosten, laat die tijd dan maar zo kort mogelijk zijn.

Zoals het rapport Preventie van Welvaartziekten uit 2011 van de Raad voor de Volksgezondheid al aantoonde is dit ‘ideaal’ helaas vooral weggelegd voor hoger opgeleiden. Voor lager opgeleiden, mensen met alleen basisonderwijs of vmbo, ziet het plaatje er heel anders uit. Als gevolg van een ongezondere leefstijl – roken, weinig bewegen, ongezonde voeding – krijgen zij op steeds jongere leeftijd chronische ziekten.

Hoger opgeleiden (mannen en vrouwen samen) leven nu ruim 81 jaar, waarvan de laatste zeven gepaard gaan met oplopende kosten voor zorg door een steeds slechtere gezondheid. Naarmate men gezonder leeft, komen de jaren met gebreken later.

Bij de lager opgeleiden van nu begint de aftakeling gemiddeld al op 53 jaar, bij een levensverwachting van 74. Dat wil zeggen dat zij ruim 21 jaar (!) van hun leven te kampen hebben met een verslechterende gezondheid door chronische ziekten. Dit zijn heel wezenlijke maatschappelijke kosten door frequent doktersbezoek, veel medicijngebruik, ziekenhuisopnames, verzuim op het werk, arbeidsongeschiktheid en niet meer mee kunnen doen aan de samenleving. Uiteraard staan deze jaren ook voor veel persoonlijk leed, maar daar staan mensen in hun jonge jaren nog niet bij stil.

Het probleem is nu al urgent in de regio Oost-Groningen. Hier wonen relatief veel mensen met een lage opleiding en een laag inkomen, de werkeloosheid is er hoog, de gezonde levensverwachting is een van de laagste van Nederland, ruim dertig procent van de bevolking rookt en relatief veel mensen kampen al op jonge leeftijd overgewicht en chronische ziekten zoals kanker en diabetes.

Door de toenemende medische mogelijkheden krijgen vooral mensen met een lage sociaal-economische status er paradoxaal genoeg alleen maar meer ongezonde jaren bij en dat kost miljarden. We stevenen af op een samenleving van ouden en zieken, die mantelzorg krijgen van en onderhouden worden door een kleine groep gezonde werkenden. Hoeveel belasting zullen zij betalen, wat zal de premie van hun zorgverzekering zijn? Kunnen zij nog rekenen op WW, een arbeidsongeschiktheidsuitkering of AOW?

We moeten veel meer investeren in preventie, in plaats van steeds minder. Preventie zal op termijn vele miljarden maatschappelijk baten opleveren door onder andere minder zorgkosten, minder ziekteverzuim en minder arbeidsongeschikten.

Wanneer we tien tot twintig procent van het onderzoeksgeld besteden aan preventie, betaalt de burger dat gegarandeerd over tien jaar terug in de vorm van een gezonde levensloop en uiteindelijk aanzienlijk lagere kosten voor de samenleving.

    • Erik Buskens