Mysterie

Omdat het herfst wordt, en omdat niets zo gezellig is als misdaad bij het haardvuur, en omdat u wel toe bent aan een verzetje, brengen we de column vandaag in Agatha Christie sfeer. U trekt een muntgroen, gebreid pakje aan met een art-decokraag en smokwerk op de mouwen; ik poets mijn snor op en leen de labrador van de buren. Wij gaan samen een moord oplossen, u en ik. Wat zeg ik? Wij gaan de waarheid achterhalen.

Even tussen u en mij: niet iedereen die schrijft, spreekt de waarheid. Dat hebt u natuurlijk nog nooit zo bekeken, omdat de beschaving zou instorten zodra u ging twijfelen aan de woorden van een ander. Maar ik zeg het u. De waarheid is een genre, te midden van andere literaire genres, narratieve structuren, verteltechnieken. Sommige schrijvers bekreunen zich er niet om. Die maken hun eigen keuzes.

Goed, we zitten dus met een lijk in de bibliotheek. Op ieder ander moment zou het lijk me een rotzorg zijn. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd, zou ik als drukbezet columnist zeggen. Of misschien zou ik een parlementariër aanschrijven en Den Haag ter verantwoording roepen. Maar, ach, nu zit u daar in uw deux-pièces en u kijkt me al net zo verwachtingsvol aan als de labrador van de buren; u hebt uw hoop gevestigd op een ontknoping. Hoe komt dat lijk daar? Whodunnit?

Aha, daar hebben we de detective. Overblijfsel uit de moderne tijd en een van de zeldzame beroepsbeoefenaren die het om de waarheid gaat; daarin verwant aan de wetenschapper van weleer. Hij is een machine, „hij beweegt, denkt en spreekt louter zoals zijn instructieboek hem instrueert”, zeggen de negentiende-eeuwse verslagen. Hij is een uitvinding van het positivisme, een dolende ridder op zoek naar een exacte bewering.

Wat verder nog? O, ja, ik ben er om alles op te schrijven. Ik ben de genrebaas; iedere week kies ik een narratief verband waar binnen uw emoties zich bewegen. Voelt u wel hoe u zich door mij laat leiden? Hoe u in mijn sterke handen willoos bent als was?

Zou ik de politiek de schuld geven van dat lijk, dan zou u nu moord en brand schreeuwen; maar omdat ik heb besloten een detectiveverhaal te schrijven, zit u in uw verleidelijke mantelpakje naast het lijk op de bank en u vraagt met uw lage, gevoileerde interbellumstem om een vuurtje.

Tot zover gaat alles goed.

De vraag is vervolgens of we geloven in oorzakelijkheid, u en ik. Elk genre heeft zijn eigen onderliggende overtuigingen; wereldvisies die bepalen hoe de gebeurtenissen zich tot elkaar verhouden. Iedere schrijfcursus zal u vertellen dat schrijvers ordening aanbrengen via de plot en dat de oorzakelijkheid een van de ingrediënten is.

‘De koning stierf en daarna stierf de koningin is een verhaal”, schreef E. M. Forster. „De koning stierf en de koningin stierf van verdriet is een plot. De koningin stierf en niemand wist waarom, totdat ze ontdekten dat het kwam door verdriet, is een mysterie, een vorm die zich leent tot verregaande ontwikkeling.” Eerst voeg je oorzakelijkheid toe en vervolgens een raadsel. Dat zijn de trucs van de schrijver.

Voetstappen op het grind. De hond blaft, de deur piept, u neemt smachtend een trek van uw sigaret en kijkt me broeierig aan. U hebt geen flauw idee waar het met ons heen moet, of wel? Maakt u zich geen zorgen. Ik weet wat ik doe. Ziet u wel, ik heb de detective in de deuropening gezet; zijn ogen bliksemen, zijn neusvleugels trillen van oprechtheid en ingehouden dadendrang. Hij heeft geen boodschap aan verhalen en plots, hij wil de waarheid weten.

„De koningin stierf en iedereen dacht dat het kwam door verdriet, totdat ze het wondgaatje in haar keel zagen. Dat is een moordmysterie”, schreef P. D. James. De detective stort zich op de feiten. Geen ideologisch aangedreven meningen hier, geen politieke spelletjes, geen achterkamertjesproza, hij wil gewoon weten hoe het een voortkomt uit het ander. De oorzakelijkheid is in dit genre een gegeven dat moet worden ondersteund door waarneming en logische deductie.

En zo komt u in het vizier als verdachte, want u kunt daar nu wel zo onschuldig zitten wezen, met uw lipstick en uw parelmoeren knoopjes en uw vroeg twintigste-eeuwse je ne sais quoi, maar dat lijk zou er natuurlijk nooit zijn geweest als u me niet tot het veroorzaken ervan had aangezet.

Alleen zou dit geen leuk moordmysterie zijn als de detective niet kwam met een nog verrassender ontknoping: uiteindelijk zijn verhaal en plot mijn verantwoordelijkheid. Ik had een lijk nodig voor een detectiveverhaal en ik had een detectiveverhaal nodig om u de waarheid vertellen. En de waarheid is dat ik een onbetrouwbare verteller ben; zoals iedere stemmingmaker kan ik op deze plek met u doen wat ik wil. Wou ik maar even zeggen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.