Lichtvoetige brille bij Ravel, Mozarts Eerste opzwepend

Als weerwoord tegen de cultuurbezuinigingen richtte contrabassist Wilmar de Visser in 2012 Ludwig op, een sprankelend muziekgezelschap dat zich onderscheidt door avontuurlijke programma’s. Hun eerste herfstproject staat dit jaar in het teken van ‘lichtere’ klassieke muziek.

In fleurige outfits begonnen de ondernemende musici aan Mozarts zelden gehoorde Eerste symfonie, geschreven toen de componist acht jaar oud was. De montere frisheid van Mozarts eersteling kwam in de opzwepende vertolking volop tot haar recht. De diepere kanten van het jonge wonderkind echter – hoorbaar in wrange overbindingen en slepende voorhoudingen – hadden stellig meer aandacht verdiend. Speciaal voor Lucas en Arthur Jussen schreef Theo Loevendie (1930) een nieuw werk voor twee piano’s: Together. Het verruimd-tonale jargon en de versnipperde expressiviteit verraden Loevendie’s achtergrond in de lichte muziek. Van klassieke statuur is het stuk echter amper te noemen. Van hogere vormontwikkeling is nauwelijks sprake, evenmin van communicatief melodisch materiaal. Een werk, kortom, dat even weinig aanstoot geeft als opzien baart. Lucas Jussen soleerde in Ravels speelse, door de jazz beïnvloede Pianoconcert in G. In de hoekdelen vertoonde hij precies de lichtvoetige brille en aanstekelijke flexibiliteit waar dit stuk om vraagt. Alleen in het verstilde, veeleisende middendeel drong de bas soms al te zeer op ten koste van de oneindig frêle melodie. Een juweeltje was Lucas’ toegift, Keith Jarret’s versie van Somewhere over the rainbow: perfect in harmonie met de voorgaande stukken en bovenal niet als frats gebracht, maar serieus, intiem en breekbaar.