Herreweghe laat Beethoven en Stravinsky sprankelen

Philippe Herreweghe (1947) bracht zaterdag Beethoven, Bruckner en Stravinsky mee naar Rotterdam. Juist zijn tekstgetrouwe, minutieuze perspectief liet de uitvoeringen sprankelen. Beethovens Zevende Symfonie (1812) leidde Herreweghe daadkrachtig en met lekker extreme dynamiek. Temidden van het dartele dansen van de andere delen is het beroemde Allegretto een wonderlijk tijdloos visioen, dat prachtig ingetogen werd gespeeld. Het klapstuk van het concert was Stravinsky’s Psalmensymfonie uit 1930. Puristen zullen laken dat Stravinsky’s voorschrift om de sopraan- en altpartijen door jongenskoor te laten zingen (zoals meestal) niet werd gevolgd; daar stond tegenover dat Herreweghe zijn eigen Collegium Vocale Gent had meegenomen, dat in alle geledingen voortreffelijk was. Het labyrintische contrapunt waarmee het middendeel opent werd door de Rotterdamse houtblazers fantastisch tevoorschijn getoverd.

Collegium Vocale zong tevens drie kleine koorwerken van Bruckner, wiens vroomheid haast spreekwoordelijk is. Het vroege, in zijn relatieve eenvoud ontroerende Ave Maria (1861) werd als toegift herhaald. Schitterend; maar niet zo klaar en waarachtig als Herreweghes memorabele Stravinsky.

    • Joep Stapel