‘Verzetsverleden’ burgemeester omstreden

Hij heeft tot op heden de reputatie van een verzetsheld, maar Marcel van Grunsven (1896-1969), tijdens de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Heerlen, blijkt in 1946 te zijn ontsnapt aan een ‘zuiveringsmaatregel’. De commissie voor het zuiveren van burgemeesters in Limburg keurde diens gedrag op vijf punten af. Maar hoge politici, onder wie commissaris van de koningin Van Sonsbeeck en minister Beel, weigerden die tik op de vingers uit te delen.

Dat onthult Joep Dohmen, redacteur van deze krant, in het boek De geur van kolen, dat vandaag verschijnt. In het boek, een familiegeschiedenis, onderzoekt Dohmen onder meer het oorlogsverleden van de stad Heerlen, het centrum van de voor de krijgsinspanningen zo belangrijke Limburgse mijnstreek. In het Nationaal Archief ontdekte Dohmen de zuiveringsdossiers van Van Grunsven, die tussen 1926 en 1961 burgemeester was van Heerlen.

Over Van Grunsven staat in de geschiedenisboeken te lezen dat hij tijdens de oorlog een belangrijke steun was voor het verzet. Maar volgens de stukken die Dohmen inzag, onderhield de burgemeester ook te nauwe banden met Duitse industriëlen en landverraders. Het Bijzonder Gerechtshof in Den Bosch oordeelde dat Van Grunsven zich tot „instrument van de nazi’s” gemaakt had.