Funky jazz

Toen ik de Amerikaanse tenorsaxofonist Chris Potter in 2011 in de New Yorkse jazzclub Blue Note voor het eerst hoorde spelen, was ik na enkele maten van zijn eerste solo al onder de indruk van zijn meesterschap. Het was totale vrijheid, zowel ritmisch als harmonisch, gecombineerd met een akelige precisie.

Bij het concert van Chris Potters band Underground in Rotterdam werd vrijdag snel duidelijk waar de avond naartoe ging; de stuwende funkbeat van drummer Nate Smith zorgde binnen enkele seconden voor een zaal vol meedeinende hoofden. Dit project van frontman Chris Potter (1971) gebruikt funk echter niet als doel maar als middel. Potter omschreef het eerder: „Ik wil dat mensen mijn muziek kunnen voelen en er zelfs op kunnen dansen, in plaats van het complex en afschrikwekkend te vinden.”

Over anderhalve maand duikt het kwartet van Chris Potter met gitarist Adam Rogers, bassist Fima Ephron en drummer Nate Smith de studio in voor het zestiende album van Potter. Een voorproefje daarvan is dit concert waar pareltjes als Firefly en Dawn klonken. Tijdens de intro van Dawn werd duidelijk waarom er in dit pianoloze kwartet toch een vleugel stond opgesteld; de saxofonist kroop er zelf achter en leidde dit sfeervolle stuk in met smaakvolle voicings. Gitarist Adam Rogers nam de harmonieën vervolgens over waarna Potter het thema op tenor speelde.

Bij Imaginary Cities creëerde Chris Potter zelf de groove door het ritmisch tikken van zijn saxofoonkleppen. Dat ritme werd naadloos overgenomen door drummer Smith. Rogers, die al eerder het podium deelde met tenorgrootheden als Michael Brecker en Ravi Coltrane, nam een prominente rol in bij dit kwartet met lange, virtuoze solo’s.

Hoogtepunt van de avond was het moment waarop Potter en Smith het samen op een lopen zetten tijdens de compositie Sky. Er was totaal geen sprake van een ‘solist/begeleider’ rolverdeling, integendeel. De absolute gelijkheid leverde een verregaande synergie op, met enthousiasme ontvangen door het aanwezige publiek.

Aanmerkingen op dit concert waren er nauwelijks. Of het moet zijn dat de solovolgorde van tenorsaxofoon-gitaar na vijf nummers niet meer als verassing aanvoelde. Maar dat mocht de pret niet drukken; want hoe Chris Potter dit concert minutieus zijn vergaande ideeën uitwerkte zonder zijn krachtige geluid te verliezen raakte me diep.

    • Teus Nobel