Franse namaak met rode vleugels

De vader vond hem uit. Of de zoon. Het is niet nauwkeurig genoteerd. Maar knap was het ontwerp van de Duitse ondernemers in staalwaren, Usbeck & Söhne. Een automatische blikopener. Je moet er nog wel aan draaien. Verder doet hij het zelf. Hij bijt zich in het deksel en trekt zijn sterke tand door het staal, langs de binnenkant van de rand van het blik. Na 83 jaar ontdekt door een verslaggever en vorige week op deze plek in de krant beschreven. Een apparaatje, zo goed dat het na het eerste model uit 1930 niet meer veranderd hoefde worden. De Titan.

De Duitse fabrikant stuurde er stomverbaasd meteen nog maar twee. Want hoe bestaat het, zoveel enthousiasme opeens voor een oud ding. Het zijn twee net even minder mooie, voor het eenvoudige huishouden met kleinere conservenblikken.

De Titan heeft een kloek houten handvat en wordt vooral gebruikt door professionele culinairen die grote blikken openmaken. Exacte kopieën zijn van de Titan gemaakt, ook al lang geleden, maar wat kleiner en met een handvat van kunststof. Zwart of rood. De zwarte die eender is aan de rode heet Monopol. De rode heet Sieger. Omdat nog veel oudere mensen in vooral Duits sprekend gebied in Europa, goede herinneringen hebben aan het oude merk Sieger, van wrikkende blikopeners, is op een van de rode handvatjes Sieger gedrukt. De fabrikant van keukengerei, Westmark die ook Monopol inlijfde, kocht de fabriek van Sieger en kan zo de beroemde naam op eigen spullen drukken.

Maar er is er nog een. Een blikopener die keukenwinkelier Oldenhof de Oldenhof blikopener noemt (kookwinkel.nl). Geef je gereedschap de naam van je winkel, dan moet je het ding wel heel goed vinden. Het is Franse namaak. Geen klosje om aan te draaien maar rode vleugels.

Niet slecht gekopieerd van het originele wonder uit de vorige eeuw. Getest op een paar blikken (wie wil er nog haring in tomatensaus?) Hij doet niet onder voor de Duitse. De Oldenhof wordt gemaakt door Nogent, scharen en messenfabrikant te Nogent, Frankrijk en is ook gewoon te koop als Nogent.

Er is een aspect waar Jan Pedant, die in het wilde weg blikopeners loopt aan te prijzen, weinig over zeggen kan omdat testen tijd neemt. Hoe lang ze het doen. Blikopeners hebben een kartelwieltje dat over of onderlangs de rand van het blik rijdt. De scherpe tandjes geven houvast. Het Franse wieltje is kleiner dan dat in de Duitsers. De tandwieltjes zijn het hart van elke opener. Maar wat een zachte tanden soms. Ook dure designopeners hebben melkgebitjes en worden na drie blikken kaviaar terzijde gelegd. De antieke automaatjes gaan daarom in de duurtest. U hoort nog.

Wouter Klootwijk schrijft wekelijks op deze plek over eten en keukenbenodigdheden