En nu moet Epke van drie naar vier vluchtoefeningen

Epke Zonderland ziet na het voltooien van zijn ‘grandslam’ nog volop kansen om zich te verbeteren. Hij zal ook iets nieuws moeten bedenken om de concurrentie voor te blijven.

De invloed van het publiek op de score waarmee Epke Zonderland gisteren in Antwerpen wereldkampioen aan rek werd, is niet te meten. Maar dat hij de meeste decibellen opwekte, zal niet in zijn nadeel zijn geweest.

Bij zijn entree stak er een orkaan aan geluid in het Sportpaleis op. Epkes populariteit is groot sinds hij vorig jaar in Londen olympisch goud won, dat is evident. En niet alleen bij de vele Nederlanders die naar Antwerpen waren gekomen, ook de Belgen waarderen de turner. „Als Epke ooit zonder land komt te zitten, willen wij hem graag opnemen”, grapte de speaker van dienst.

Maar was dat minieme verschil van 67-duizendste punt (16.000 tegen 15.933) terecht, waarmee Zonderland zijn Duitse grote concurrent Fabian Hambüchen voorbleef? De meningen onder kenners verschillen. Op de tribune dacht het Nederlandse jurylid Vincent Reimerink in alle objectiviteit dat zijn landgenoot ruim bedeeld was. Bondscoach Mitch Fenner vond de uitslag correct. „Omdat Hambüchen iets vlakker turnde en bij zijn afsprong een hupje maakte. Dat was vandaag het verschil tussen goud en zilver.”

Zonderland had hem zelf ook geknepen, gaf hij onomwonden toe. Omdat Hambüchen nu eenmaal een nette turner is. En aan die netheid ontbrak het gisteren bij Zonderland, wiens hogere moeilijkheidsgraad van de oefening uiteindelijk de doorslag gaf. „Nee, het ging niet vlekkeloos”, zei hij eerlijk. „Na mijn vierde vluchtelement zat ik te dicht op de stok. Dat heeft me zeker drietiende punt gekost. Ik wist na mijn oefening dat Hambüchen mij zou kunnen passeren. Gelukkig is dat niet gebeurd.”

Daarmee heeft Zonderland zijn doel bereikt. Hij wilde in Antwerpen de nog ontbrekende wereldtitel winnen, nadat hij in 2011 in Berlijn Europees kampioen en een jaar terug in Londen olympisch kampioen was geworden. De rekspecialist heeft zijn grandslam binnen.

Hoe nu verder? Nou, gewoon doorgaan met turnen om nog meer titels winnen. Zonderland heeft de rust van een kampioen en denkt dat het vervolg van zijn carrière „alleen maar mooier kan worden”. Zijn ervaring geeft hem een voordeel; Zonderland weet hoe je kampioen kunt worden. Maar de Fries weet ook dat zijn combinatie van drie vluchtelementen aan rek de nieuwe standaard zijn. Over drie jaar, bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, zal dat trucje ongetwijfeld in een oefening van zijn concurrenten opduiken. „Ik weet dat Hambüchen al op dat kunstje traint”, zegt Zonderland.

Zonderland zelf moet iets nieuws verzinnen. Een combinatie van vier vluchtelementen? Zou kunnen. Hij heeft er op trainingen al mee geëxperimenteerd. „Maar dat wordt echt moeilijk”, verzucht hij bij voorbaat. „Het combineren van drie vluchtelementen heeft me jaren gekost. En vier aan elkaar plakken is een grote stap, hoor. Dat is niet te onderschatten. Ik weet het nog niet. Eerst moet ik er een goed gevoel bij krijgen.”

In Antwerpen durfde Zonderland het risico niet te nemen. Omdat hij pertinent wereldkampioen wilde worden. En omdat zijn voorbereidingstijd te kort was. De turner heeft na de Spelen van Londen in 2012 eerst voorrang aan zijn studie geneeskunde gegeven, door co-schappen te lopen. Daardoor kon hij relatief laat aan zijn voorbereiding op de WK beginnen. Dat heeft de turner geweten, want voor zijn gevoel vond hij pas de afgelopen week de stabiliteit voor een winnende oefening.

Zonderland voerde weliswaar vier vluchtelementen uit, maar combineerde die niet. Hij had ze in tweeën geknipt. Eerst turnde hij een combinatie van de Cassina (gestrekte salto met hele schroef) en de Kovacs (dubbel gehurkte salto) om na enkele tussenzwaaien de Kolman (gehurkte salto met schroef) en Gaylord 2 aan elkaar te verbinden. En bij die laatste rugwaartse salto met schroef ging het bijna mis.

Maar ach, wat kon het Zonderland schelen. Hij is de nieuwe wereldkampioen en gaat als zodanig de boeken in. Dan doet het er niet toe dat de sterkste Chinezen in Antwerpen ontbraken. „Want die kunnen ook 16.000 punten scoren. Met hen erbij zou het een stuk spannender zijn geweest.”

In aanloop naar de Spelen van Rio zal er nog iets veranderen voor Zonderland. Hij heeft zich gecommitteerd aan het plan van bondscoach Fenner om Nederland met een team naar Rio te brengen. Dat wordt een tour de force, omdat bij de WK van 2015 in Glasgow in de landenwedstrijd een plaats bij de beste twaalf is vereist. Voor zo’n resultaat zal Nederland ver boven zijn tot op heden getoonde niveau moeten uitstijgen. Bij de laatste olympische kwalificatiewedstrijd was Nederland negentiende.

Zonderland is enthousiast gemaakt voor dat plan en schikt zich, ondanks zijn verworven status, de komende jaren naar het ploegbelang. Dit betekent voor hem dat hij zijn aandacht moet verdelen tussen rek en brug. Op dat laatste toestel wordt Zonderland een belangrijke schakel voor een goede teamprestatie. Hij was daarom gisteren ook blij met zijn vijfde plaats in de finale op brug. De turner meent een basis te hebben gelegd voor een oefening van olympisch niveau.

Die houding van Zonderland is exemplarisch voor zijn solidariteit met collega-turners. Natuurlijk heeft hij belang bij olympische deelname met een team, omdat de turners dan verlost zijn van de onderlinge strijd voor deelname aan de Spelen. En van eventuele rechtszaken, zoals in aanloop naar ‘Londen’ het geval was. Destijds bestreed Jeffrey Wammes de aanwijzing van Zonderland en moest een een extra kwalificatiemoment worden ingelast om de latere olympische kampioen in Londen aan het werk te krijgen. Maar Zonderland had ook voor zichzelf kunnen kiezen. Het siert hem dat hij anders heeft besloten.