Eerste Kamer: schrijf ons de wet niet voor

Alleen door antwoorden aan de senaat uit te stellen kan het kabinet nog ontsnappen aan een dure nederlaag.

Staatssecretarissen Frans Weekers (Financiën, VVD) en Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) staan morgen in de Eerste Kamer tegenover een oppositie die zich collectief verzet. Zij verdedigen morgen het plan om miljarden te bezuinigen door belastingvrij pensioensparen in te perken.

Het is de eerste grote bezuiniging die dit kabinet aan de senaat voorlegt. En dat zonder vooraf in de Tweede Kamer steun bij de oppositie te hebben gewonnen.

Senatoren van de oppositie laten zich niet beïnvloeden door de onderhandelingen die nu gaande zijn in de Tweede Kamer, zeggen ze. „Wij moeten doen waar we voor zijn aangesteld: het beoordelen van wetgeving”, aldus Joris Backer (D66). „Ik snap dat in de onderhandelingen over de begroting en de toekomstige voorstellen vroeg of laat ook de pensioenen aan bod komen. Maar dat staat los van het debat dat wij morgen voeren”, zegt hij. „Onze fundamentele kritiek verdwijnt echt niet omdat er allemaal dingen gaande zijn”, zegt ook Peter Ester (ChristenUnie). „Een wet die onvoldoende is, blijft een wet die onvoldoende is.”

Voor de zomer wilde het kabinet de twee wetsvoorstellen met grote vaart door de Eerste Kamer loodsen, maar de afgelopen weken is er juist vertraagd. De steun van het CDA, waar stiekem op gerekend was, bleef uit. En door de lopende gesprekken met D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP komt het opeens slecht uit dat dit debat nu plaatsvindt. Maar de Eerste Kamer wil het niet langer uitstellen.

Dat betekent dat het kabinet morgen moet improviseren om een grote nederlaag te voorkomen. De staatssecretarissen hebben een escape: ze kunnen het debat halverwege staken. Wanneer de senatoren hun kritiek hebben gegeven, kunnen de bewindspersonen tijd vragen om zich te beraden. Volgende week staan in de Eerste Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen op de agenda, en de week daarna het reces. Zo rekt het kabinet tijd voor onderhandelingen met de oppositiepartijen.

In de Eerste Kamer zelf is de zoektocht naar steun voor de pensioenplannen beroerd verlopen. Senatoren hebben zich verbaasd hoe laat en met hoe weinig speelruimte de staatssecretarissen hun tegemoet kwamen.

Toen duidelijk werd dat de Eerste Kamer niet zou instemmen, werd zwaarder geschut ingezet. Premier Mark Rutte (VVD) en vicepremier Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) spraken met CDA-senatoren Elco Brinkman en Wopke Hoekstra – ook zonder resultaat. Nu het CDA in de Tweede Kamer ook niet meer meepraat over de plannen voor komend jaar, is steun van die partij uitgesloten.

Als het kabinet vasthoudt aan de wetsvoorstellen zoals die er nu liggen, zullen ook andere oppositiepartijen die afstemmen. Vrijwel elke aanpassing betekent echter dat de maatregelen minder opleveren dan is begroot en het kabinet dus met een nieuw financieel probleem wordt opgezadeld.

In de coalitie wordt ook geopperd om de confrontatie met de senaat juist aan te gaan, en het debat dus helemaal af te maken. Als de Eerste Kamer een miljardenbesparing van het kabinet afwijst, krijgt de coalitie een kans om het publiek te laten zien dat de senaat obstructie pleegt. Dat voedt dan het debat over het nut en de politieke rol van de Eerste Kamer.