Een rechtbank vol extravagante idioten

in de toneelbewerking van Oostpool: alle toneelregisters gaan open, maar essentie ontbreekt door overdaad aan ideeën

Goed geacteerd, clowneske kostuums: Kirsten Mulder, Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Vincent van der Valk enKay Greidanus in van Oostpools ‘Het Proces’. Foto Sanne Peper

Geweldig idee, een bewerking van Franz Kafka’s Het Proces (1915) op toneel. Het maakt direct nieuwsgierig: hoe zal de regisseur dat beklemmende, terloops griezelige universum van Kafka oproepen; die onlogische wereld, absurd in zijn alledaagsheid, waaruit ontsnappen onmogelijk is en wie het probeert voor gek wordt versleten? Marcus Azzini van Toneelgroep Oostpool trekt in Het Proces weliswaar alle toneelregisters open, maar slaagt er helaas niet in de essentie van het beroemde verhaal overtuigend over te brengen.

Azzini en bewerker Joeri Vos blijven dicht bij Kafka’s taal, en dicht bij de handeling van de roman. De openingsscène, waarin Jozef K. bij het ontwaken blijkt te zijn gearresteerd, en nog in pyjama in huis op twee vreemde mannen stuit die hem dat komen vertellen, is sterk: vervreemdend, mild-komisch, en met een onverwachte, slapstickachtige acteerstijl, expressief en karikaturaal.

Azzini en ontwerper Mattijs van Bergen bedachten er bonte beelden en kostuums bij. Stefan Rokebrand als K. ontwaakt in een mosterdgele herenpyjama, zijn bewakers dragen clowneske pakken, bont geruit, gebloemd, gestreept of gestipt, met bolhoed of vlinderdas. Op toneel staat heel wat acteertalent verzameld, met naast Rokebrand en Vincent van der Valk onder meer de jonge talenten Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Kay Greidanus en Teun Luijckx. Eenieder speelt vlot en geestig, en het ziet er allemaal schitterend uit. En toch klopt het niet. Met zijn absurdistische aanpak heeft Azzini een keuze gemaakt die fataal blijkt voor de spanning.

Knap aan het boek is dat de bizarre wereld van de ‘rechtbank’ waar K. in belandt, door iedereen die hij tegenkomt als volkomen logisch wordt beschouwd. K. vindt het allemaal weliswaar bizar, en de lezer met hem, maar voor de andere personages lijkt zijn ‘proces’ de normaalste zaak van de wereld. Allemaal debiteren ze onzinnige bureaucratische regels en wetmatigheden in gekmakende ambtenarentaal, die door hen achteloos wordt gebezigd. En juist dat veroorzaakt dat beklemmende gevoel: niet zij zijn gek, maar K.

Azzini doet precies het tegenovergestelde: elk personage dat K. in zijn zoektocht ontmoet – zijn bewakers, oom Karel, advocaat Huld, de schilder Titorelli – is een extravagante idioot. Het leidt tot een veel minder spannende premisse. Jozef K. wordt een soort Alice in Wonderland: een braverik die van de ene in de andere wonderlijke verrassing tuimelt. Keer op keer op keer. En dat is saai. Waar Kafka de absurditeit van het systeem feilloos aantoont, juist door zijn vanzelfsprekende presentatie, wil Azzini deze met absurdistische beelden en uitvergroot, karikaturaal spel steeds maar weer benadrukken. Zo kleurt hij rode rozen rood.

En hij doet nog een merkwaardige ingreep. In interviews heeft Azzini gezegd dat hij Kafka’s ‘systeem’ niet interpreteert als de bureaucratie, zoals vaak wordt gedaan, maar die ziet als metafoor voor het onlogische, willekeurige, onbegrijpelijke leven. Een intelligent en oorspronkelijk idee. Maar hij brengt in de regie daar bovenop nog een laag aan die over theater gaat. We zien acteurs van pruik en kostuum wisselen op toneel. Soms wordt dezelfde rol door drie acteurs gespeeld. Het decor – bestaande uit een aantal schermen die dienen als raam of deur, is letterlijk van bordkarton. Rokebrand verlaat tijdens een scène het toneel om te gaan plassen. Wat Azzini met deze ingrepen wil toevoegen blijft volkomen onhelder. Is de mens, speelbal van het lot, slechts een acteur in de regie van een ander? Maar als er een regie is, dan is er een concept, een bedoeling. En dat druist recht in tegen het idee van willekeur. Azzini geeft te veel, soms tegenstrijdige, signalen.

Er zitten zeker een paar sterke momenten in Het Proces. Oergeestig is de scène waarin vier jonge acteurs met grote strikken op het hoofd en rokjes aan de jeugdige aanbidsters van Titorelli spelen. En Vincent van der Valk maakt van het optreden van advocaat Huld, met paarse wappercape en punkpruik, een regelrechte show. Maar het geheel bestaat uit te veel ideeën en ideetjes die zo hoog worden opgetast, dat de toren gaandeweg ernstig komt te wankelen en uiteindelijk instort.