DNB: streng onderzoek balans banken is gunstig

Toekomstig toezichthouder ECB wil weten hoe Europese banken ervoor staan.

Grondig onderzoek geeft ook beleggers meer zekerheid.

Open Huizen Dag heeft zaterdag 125.000 bezoekers gelokt. Ongeveer 80 procent van de aangeboden 45.000 woningen kregen bezoek van een potentiële koper.

De Europese banken zullen veel baat hebben bij een streng balansonderzoek door de Europese Centrale Bank. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar als de Europese toezichthouders aan het begin van de financiële crisis even doortastend geweest waren als de Amerikaanse, had de Europese economie er nu waarschijnlijk stukken beter voor gestaan.

Laten we daarom doorpakken met de bankenunie, is het pleidooi van De Nederlandsche Bank in het vandaag verschenen halfjaarlijkse Overzicht Financiële Stabiliteit. Dat het door ingrijpen van ECB-president Mario Draghi al een jaar rustig is op de financiële markten, betekent niet dat de eurozone niet meer kwetsbaar is voor nieuwe crises. De bankenunie is nodig om het vertrouwen van beleggers in banken te herstellen.

Over een jaar begint de ECB aan haar taak als toezichthouder over alle grote banken van de eurozone. Maar eerst moet een grote hobbel worden genomen: het vooronderzoek naar de deelnemende banken. En net als de toezichtfunctie zelf is deze asset quality review onderwerp van verhit debat.

Volgens de plannen voor de bankenunie moeten de Europese banken straks een fonds vullen waarmee een bank gered kan worden. Dit is bedoeld om te voorkomen dat probleembanken hun overheid kunnen meesleuren, zoals gebeurde in Spanje en Ierland. Maar de banken willen niet opdraaien voor problemen die nu al bestaan. Vandaar de noodzaak van het vooronderzoek.

Dat onderzoek, waarin de balans van een bank grondig wordt doorgelicht, kan maar beter streng zijn, vindt DNB. Daarmee sluit de Nederlandse toezichthouder zich aan bij Draghi. Die zei vorige week: „Als we willen dat het onderzoek nuttig is, moet het geloofwaardig zijn. En als we willen dat het geloofwaardig is, moet het transparant en streng zijn.”

Ergens tussen nu en een jaar moet duidelijk worden wat de banken nog voor slechte leningen, krakkemikkige onderpanden en andere problemen op hun balansen hebben staan. Volgens DNB is dat geen eng examen, maar juist iets om naar uit te kijken: als beleggers meer zekerheid krijgen over de soliditeit van banken, zullen ze een lagere risicopremie vragen voor bankobligaties, en kunnen de aandelenkoersen van banken weer stijgen. Zo kunnen de banken hun kapitaalbuffers beter versterken.

Dat is hard nodig, zegt DNB, want de balansversterking die is vastgelegd in de internationale regels van Bazel III gaan nog te vaak ten koste van de kredietverlening aan de echte economie. Zo kunnen banken hun belangrijkste functie – geld uitlenen – niet goed vervullen en dragen zij niet bij aan het economisch herstel. Andersom helpt de haperende economie de banken ook niet. Zolang er meer mensen werkloos raken en meer bedrijven failliet gaan, groeit het risico dat hypotheekhouders en bedrijven hun leningen niet afbetalen. De reserves die de banken hiervoor moeten aanhouden drukken de winstgevendheid. Dat betekent weer dat banken minder goed hun balans kunnen versterken door winst in te houden, en zij er dus sneller voor zullen kiezen om minder krediet te verstrekken.

Los van de discussie hoe streng het balansonderzoek moet zijn, is de vraag wat er moet gebeuren met een bank waar een kapitaaltekort wordt vastgesteld. Wie moet dat aanvullen? In eerste instantie de bank zelf, door uitgifte van extra aandelen, vindt DNB. Dat is de Amerikaanse banken ook gelukt toen zij in 2009, onder slechte marktomstandigheden, dezelfde eis kregen opgelegd.

Nationale overheden mogen alleen te hulp schieten als eerst aandeelhouders en houders van achtergestelde obligaties zijn gekort, de zogeheten bail-in. Dat principe gaat vanaf 2018 sowieso gelden voor Europese banken met problemen, maar DNB vindt dat het ook nu moet worden toegepast. Pas als ook nationale overheden de last niet meer kunnen dragen, mag er een beroep worden gedaan op het Europese Noodfonds, dat gevuld is met belastinggeld.