De dag die de minister tot razernij bracht

Vandaag vijf jaar geleden kreeg de Britse toenmalige minister van Financiën Alistair Darling een telefoontje dat ’m bijna tot razernij bracht. Tom McKillup, de president-commissaris van de Royal Bank of Scotland (RBS), meldde dat het geld de bank uit spoot. Wat de minister ging doen?

Ik had geen keus, schreef Darling later in de Financial Times. De nationalisatie van RBS was een feit. RBS had zich, samen met Fortis, vertild aan de overname van ABN Amro.

Het eerste lustrum van de nationalisaties en de kredietcrisis is geen feest, maar wel een terugblik waard. Eén facet lijkt wel vergeten. De angst. De aanschakeling van schokken, verrassingen, kelderende koersen, het ingrijpen van toezichthouders en politici, die weer nieuwe schokken, verrassingen etc. veroorzaakten. Actie, reactie en volop communicatie, maar te weinig tijd om na te denken over beleidsopties en gevolgen. De mobiele telefoon die de Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson in de crisis gebruikte ligt nu in het Smithsonian museum in Washington.

Paulsons Longest Night was de kop die het Amerikaanse glamourblad Vanity Fair later boven een artikel over Paulsons memoires zette. Een hint naar de titel van het epische verslag van van Cornelius Ryan over de landing van de geallieerden op 6 juni 1944 in Noord-Frankrijk: The Longest Day.

„De kredietcrisis bestrijden leek op oorlog voeren”, zei topambtenaar Ronald Gerritse tegen Het Financieele Dagblad bij zijn vertrek op het ministerie van Financiën. „Ik heb gedacht dat we het niet zouden houden.”

Een paar dagen voor Darlings ingreep bij RBS had Nederland ABN Amro en de lokale Fortis-activiteiten plus verzekeraar ASR genationaliseerd om een financiële implosie met het Fortis-concern te voorkomen. Enkele dagen later stortte de Dow Jones beursgraadmeter bijna 700 punten in. Dat was toen de op twee na grootste val ooit. Financiële paniek was nu de economie van alledag.

De BBC maakte later een documentaire over opkomst en ondergang van RBS, The bank that ran out of money. De bank die zonder geld kwam te zitten. Een doodzonde. Er zitten mooie beelden in van een busje dat door heuvelachtig Schotland rijdt, langs verspreid liggende dorpjes en gehuchten. Toen stond de klant centraal bij banken. De film volgt de carrière van Fred Goodwin. Van starter tot symbool van de succesvolle internationale bankier. De financiële actieheld.

Hij leidde de overname van ABN Amro zonder hier bijvoorbeeld een persconferentie te geven. Zoals Carlos Slim dat nu doet bij KPN. Goodwin was een winnaar die een verliezer werd. Zoals de verliezer, bestuursvoorzitter Rijkman Groenink van ABN Amro, verliezer bleef. Goodwin verloor zijn titel Sir. Groenink en hij gingen de geschiedenis in als symbool van de graaicultuur in de financiële wereld.

Groenink kon tot vervelens toe herhalen dat zijn bonus uit aandelen en opties bestond die hij verkregen had als arbeidsvoorwaarde. Dat ze opeens een bom duiten waard waren geworden in een overname die hij zelf afwees.

Had hij die arbeidsvoorwaarden jaren daarvoor moeten weigeren? Had hij het geld moeten weigeren? Terugstorten? Over andermans geld beslissen heeft iets gratuits.

Tijd voor een kleine biecht. We zijn hier toch onder elkaar. Eind 2007 bleek mijn werkgever ook een bonusregeling te hebben. Vanwege mijn bijdrage aan de verslaggeving over ABN Amro viel ik in de prijzen.

Is een bonus die je niet kende, en waarvoor je niet werkte, anders dan een bonus in je arbeidscontract, zoals bij Groenink? Is een hoge bonus schaamtelozer dan een kleiner bedrag? Of is het sowieso fout? Aan weigeren of teruggeven heb ik nooit gedacht. Ik had het verdiend. Of klinkt dat als Goodwin en Groenink?

Oh, hoeveel het was?

750 euro.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.