...dan kunnen we ook langer doorwerken

Dat meisjes honderd jaar worden, is echt goed onderbouwd, aldus Joop de Beer.

Van alle meisjes die nu worden geboren, bereikt mogelijk de helft de leeftijd van honderd jaar. Van de jongetjes kan worden verwacht dat eenderde een eeuw zal leven. Op deze prognose, die ik onlangs deed als onderzoeker voor het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), reageerde Europarlementariër Kartika Liotard in de NRC van 30 september.

Zij schrijft: „Het rapport is slechts een doorzichtige en vooral slecht onderbouwde poging om de deur open te zetten voor verdere verhogingen van de pensioenleeftijd”. Het ware motief van het NIDI is volgens haar een lobby voor de verhoging van de pensioenleeftijd tot 75 jaar. „Gevaarlijk dat een objectief geacht demografisch instituut, politieke beleidsadviezen geeft”, besluit ze. „De wetenschap wordt daarmee misbruikt als politiek instrument.”

Volgens Liotard schat het NIDI de levensverwachting twintig jaar hoger dan het CBS. Dit is niet het geval, ze vergelijkt appels met peren. Als ze het onderzoeksrapport op onze site echt had gelezen, zou ze dat geweten hebben, want daarin wordt het verschil tussen het CBS-cijfer en de NIDI-prognose uitgelegd. Het CBS maakt alleen een prognose van de levensverwachting voor mensen die in 1961 of eerder zijn geboren. Voor de generatie die in 1961 is geboren, bedraagt het verschil tussen de CBS- en de NIDI-prognose slechts één jaar. Lang geen twintig jaar dus.

Onze prognose gaat verder waar die van het CBS ophoudt en voorspelt ook de levensduur van de generaties die tussen 1961 en 2012 zijn geboren. Alle demografen zijn het erover eens dat de levensduur verder zal stijgen, alleen is er discussie over de snelheid. Dat is niet verbazingwekkend, want een prognose voor de komende honderd jaar is vanzelfsprekend onzeker. Maar prognoses zijn wel nodig. Zonder prognose van de levensduur kan de pensioenpremie niet worden berekend. Als een prognose van de levensduur te laag blijkt, krijgt men onvermijdelijk met tegenvallers te maken, zoals het verleden heeft uitgewezen. Dan moet er worden gekort op pensioenen of moeten jonge generaties opdraaien voor te weinig betaalde premie door oudere generaties.

Volgens Liotard is de prognose van het NIDI slecht onderbouwd. Zo wordt geen rekening gehouden met de sterke toename van mensen met overgewicht. Uit eerder onderzoek van het NIDI blijkt echter dat overgewicht vooral invloed heeft op de gezondheid van mensen en niet of nauwelijks op de levensduur. Verder houdt het NIDI geen rekening met de explosief stijgende aantallen gevallen kanker, diabetes en alzheimer. Dat klopt, maar daar is een reden voor. Die stijgende aantallen worden namelijk veroorzaakt door de vergrijzing. Doordat er steeds meer ouderen komen, neemt het aantal ziektegevallen toe. Maar dat betekent zeker niet dat ouderen in de toekomst vaker ziek zijn dan nu.

De reden dat Kartika Liotard het NIDI bekritiseert, is dat een stijging van levensduur leidt tot een stijging van pensioenleeftijd. Een lagere inschatting van de stijging van de levensverwachting is evenwel geen goed argument tegen een verhoging van de pensioenleeftijd. Niet de stijging van de levensverwachting, maar juist de onderschatting van die stijging leidt tot problemen met de financiering van pensioenen. Dan wordt er immers te weinig pensioenpremie betaald.

    • Joop de Beer