‘Als je danst, bestaat er alleen dat’

Bonnie Doets vertelt over haar dansloopbaan, waarvoor ze de Gouden Zwaan won gisteren.

Bonnie Doets met Gouden Zwaan: gezichtsbepalende danseres van Ed Wubbes Scapino Ballet Rotterdam Foto ANP

Dansen met een ernstige rugblessure, dat kan niet, zou je denken. Maar dansers denken zo niet. En zeker niet een gedreven danseres als Bonnie Doets (39). Gisteren werd zij tijdens de Nederlandse Dansdagen in Maastricht geëerd met de Gouden Zwaan van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, voor haar uitzonderlijk lange loopbaan, bovendien bij één gezelschap: Scapino Ballet Rotterdam.

„Ach, dat gekraak, dat dans ik er wel uit, dacht ik”, grinnikt ze, terugdenkend aan de blessure die ooit bijna een einde maakte aan haar danscarrière. Maar wat begon als een ‘normale hernia’ eindigde in een gebroken tussenwervelschijf, met nog een hernia eronder. Pas toen ze haar been niet meer kon bewegen, hield ze, noodgedwongen, op met dansen. Drie maanden, welgeteld. Aan doorzettingsvermogen, volgens de VSCD-jury naast talent, creativiteit en ambitie een van haar kwaliteiten, ontbreekt het haar dus zeker niet.

Doets, telg uit een muzikale familie en zelf inmiddels moeder van twee, danst al twintig jaar bij Scapino Ballet Rotterdam. Daar werd zij, tot voor kort met een kaal koppie (Doets is bewonderaar van zangeres Sinead O’Connor), een van de gezichtsbepalende danseressen en muze van artistiek leider en choreograaf Ed Wubbe.

Zij danste in vrijwel al zijn balletten, met een vanzelfsprekendheid die haar muzikaliteit en precisie bijna doen vergeten. „Ed en ik hoeven elkaar niets uit te leggen, we kunnen tussen de regels door lezen. Ik voel aan wat hij wil, wanneer hij meer of minder van mij nodig heeft.”

Voordeel in de werkrelatie met Wubbe en andere choreografen bij Scapino is, denkt zij, dat zij zelf geen choreografische ambities heeft, maar wel een duidelijke mening. Een toekomst als assistent-choreograaf, na haar podiumcarrière, lijkt haar wel wat. Nu al voelt zij, als veteraan binnen de groep, een verantwoordelijkheid voor het grotere geheel. „Ik behoor tot degenen die het contrast binnen de groep groot maken. Daar voel ik me door aangesproken. Ed stuurt mij tegenwoordig op pad om de voorselectie voor de stage-auditie te doen. Omdat ik door mijn ervaring weet hoe zijn oog werkt.”

Concreet nadenken over stoppen doet ze nog niet, al is zij de gemiddelde pensioenleeftijd voor dansers gepasseerd. „Eigenlijk voel ik me fysiek en geestelijk op mijn best. Ik kan nu al mijn ervaring gebruiken en gelukkig heb ik een makkelijk lijf. Als dat gaat tegenwerken, wordt het beroep te zwaar.”

Voor gewone stervelingen zou de rugblessure die zij had genoeg aanleiding zijn geweest om gas terug te nemen. Maar bij dansers kruipt het bloed waar het niet gaan kan. „Je wordt betoverd, als je danst bestaat alleen dat. Voor veel dansers liggen pijn en plezier vanaf jonge leeftijd zo dicht bij elkaar. Niet dat je het nodig hebt om te presteren, maar soms ga je net zo hard door tot je iets voelt. Je wéét wat er in je zit, dus dan doe je alles om het naar buiten te laten komen. En dan nog een beetje. Omdat je verliefd bent op het vak. Je wilt het voelen.”

    • Francine van der Wiel