1 April

Nadat Henk Krol gisteren op de tv was uitgepraat, vroeg ik hem of ik hem ook nog enkele vragen mocht stellen namens de andere zestigplussers van Nederland. „Natuurlijk”, riep hij uit met de hem kenmerkende bonhomie. „Ik heb mijn hele leven al in dienst gesteld van de verdrukten, dus waarom zou ik u dan enkele minuten van mijn tijd weigeren? En ik zal het ook in alle eerlijkheid, openhartigheid en rechtschapenheid doen, helemaal in de geest van Jan Nagel, een van de oprichters van mijn partij.”

Ik heb begrepen dat u de verantwoordelijkheid voor het geknoei met pensioenpremies in uw vorige baan aanvaardt.

„Volledig! Dat heeft u goed begrepen! Ik vind dat je ook als politicus, juist als politicus, je fouten moet erkennen en de consequenties daarvan aanvaarden. Wel moet ik eraan toevoegen dat de zaak iets gecompliceerder ligt dan tot dusver is gebleken. Je kunt de schuld voor iets op je nemen zonder zelf schuldig te zijn. Begrijpt u wat ik bedoel?”

Bijna.

„Mooi. Ik zal het uitleggen. Kijk, zoals ik al tegen uw collega’s van WNL Zondag heb gezegd: ik heb helaas de ballen verstand van financiën. Vroeger moest mijn vader me altijd uit de financiële nesten helpen, later mijn partner. Waarom Jan Nagel uitgerekend mij wilde als leider van een partij die zich bij uitstek met geldzaken bezighoudt, moet u hém vragen. En waarom ik die rol, waarvoor ik kennelijk totaal ongeschikt was, op mij nam moet u hem ook maar vragen, want ik begrijp het zelf achteraf ook niet.

Neem van mij aan: al die keren dat ik in het openbaar over de geldzaken van mijn oudjes praatte, had ik eigenlijk geen idee waar het over ging. Ik lulde maar wat. Ik ben blij dat mijn vader dat nooit heeft hoeven horen. Maar misschien zou hij er ook wel erg om gelachen hebben.”

Zullen we nog even over die schuldvraag…

„Ik zou het bijna vergeten! Kijk, ik wil mij achteraf niet verschuilen achter allerlei excuses en smoezen, zo is Henk Krol niet, Henk Krol duikt niet weg, Henk Krol is iemand die zijn verantwoordelijkheid durft te nemen. Dat laat echter onverlet dat ook anderen hun verantwoordelijkheden hebben, en als die anderen hun plicht verzaken, kan Henk Krol niet op tijd ingrijpen.

Ik heb al gewezen op een secretaresse bij de Gay Krant die rekeningen wegmoffelde in een onderste la, op een externe accountant die mij niet gewaarschuwd heeft. Ik zeg daarmee niet dat deze mensen schuldig zijn, maar ook niet dat ze niet schuldig zijn. Ja, zo subtiel kunnen de dingen zijn! Zelf heb ik ook schuld, maar ik draag ’m niet, ik kijk wel uit! Je kunt wel van alles dragen, ik ben Multatuli niet. Als ik alles eerder had geweten, had ik bij de Gay Krant eerder ingegrepen. Dan zou ik ook tegen Jan Nagel hebben gezegd: maak mij geen leider, ik weet zo weinig van cijfers dat ik niet eens weet in hoeverre ik een nul ben. In alle eerlijkheid, openhartigheid en rechtschapenheid: in feite ben ik één grote grap. Wist u dat ik op 1 april geboren ben?”

Ik zal het straks verifiëren, maar ten slotte: klopt het dat u door uw vijanden ten val bent gebracht, zoals u en Nagel suggereren.

„Ach, natuurlijk…Dit is Nederland. Boven het maaiveld…Dat is niet toevallig de titel van Nagels autobiografie.”

Wat gaat u met uw wachtgeld doen?

„Ik heb mijn stem al aan de verdrukten gegeven. Daar wil ik het voorlopig bij laten.”

    • Frits Abrahams