‘We zaten opeens op een zinkend schip’

Twee ex-partners vertellen over hun liefde en hoe die voorbijging. Anna Rottier en Mathijs Verboom waren vier jaar samen. Ze hebben een zoon (10).

Zweden, 1999

„We zaten samen op de Toneelschool in Arnhem. Ik in het vierde jaar, hij in het eerste. Hij was knap, charmant, grappig, poëtisch, romantisch. Toen hij een toneelstuk aan me opdroeg, was ik ontroerd. Het leeftijdsverschil voelden wij niet, al was het er wel. Artistiek pasten we enorm goed bij elkaar; we richtten een muziektheatergroep op, Polly Maggoo, waar we een aantal mooie successen mee beleefden.

„Tijdens het Oerolfestival in 2003 was ik hoogzwanger. Het was een heerlijke zomer, we hadden allemaal plannen met ons gezelschap. Toen Esa eenmaal geboren was, hoe bijzonder en mooi dat ook was, kwamen we al snel in zwaar weer. Ik denk dat het vaderschap voor Mathijs te vroeg kwam. Ik vond hem afstandelijk, was jaloers op de aandacht die hij aan Esa gaf, en raakte daarvan in verwarring. Opeens was het een soort zinkend schip waar we op zaten. Uit angst hem kwijt te raken ging ik alleen maar harder aan hem trekken. Uiteraard met een averechts effect.

„Die volgende zomer ontmoette hij op Oerol een meisje, en eenmaal terug in Amsterdam bleef hij haar zien. Ik heb mijn boeltje gepakt en ben met Esa naar Zweden vertrokken, waar mijn ouders wonen. Het is niet meer goed gekomen tussen ons.

„Ongelofelijk kwaad was ik. Ik voelde me verraden en belazerd. Maar hoeveel zin ik ook had om naar Tokio of zo te verhuizen, ik vond dat Esa recht had op een relatie met zijn vader. Als ik hun contact dwarsboomde, zou hij me dat later nadragen. Hij is nu tien en het gaat hartstikke goed met hem. Boos ben ik niet meer op Mathijs, ik ben trots op de band die hij met Esa heeft opgebouwd. We bespreken altijd van alles, eten geregeld samen en van de zomer zijn we met zijn drieën naar Zweden geweest.”