Wat moet een man zonder zijn Powerkit?

Crisis? Nee hoor, de auto-optutindustrie draait op volle toeren. Je eigen dak en je eigen lak – omdat je het waard bent.

De kans dat je op straat twee exact dezelfde Mini’s tegenkomt is 1 op 100.000, volgens de Mini-importeur. Links en rechtsonder: interieurs vanOpel enBMW.

D

e DS3 van Citroën is leverbaar met spiegelkapjes in elf kleuren en tien striping-sets voor het dak die de auto, zegt de fabrikant, „een opvallende en originele uitstraling geven”. ‘Zebra’ is een zebramotief, ‘Perle’ zwart met witte stippen, ‘Flower’ bloemen. De klant kan verder kiezen uit zes sierpanelen voor het dashboard en vijf pookknoppen. Vijf.

Dat is personalisering; extravagantie à la carte. De menukaart van de afhaalchinees verbleekt bij de ellenlange optielijsten van lifestylekleintjes als de Mini, de Audi A1 respectievelijk de Adam en de DS3, de poor men’s Mini’s van Opel en Citroën. Gillende kleuren, streepjes, sfeerverlichting, matjes en biesjes, de Union Jacks op de Mini-dakjes, de Italiaanse vlaggetjes op de Fiat 500 – kies en maak de blits. Gewoon is zo gewoontjes.

In het ik-tijdperk hoef je je onderscheidingsdrang niet uit te leggen. Dat doet de fabrikant voor je. „De DS3 is uniek, net als u”, paait Citroën het ego van de target customer, jong en dynamisch. Het voorheen zo degelijke Opel slaat dezelfde vrolijke versiertoon aan: bij de Adam „draait het allemaal om jou en jouw persoonlijke keuzes”. Voor het knotsgekke jongvolk voorziet Opel hem naar wens van ‘dakhemelbekleding Stars’, met ledlampjes in het plafond. Je eigen sterrenhemel. In een Opel.

Personalisering is een trend die Opel getuige de tegenvallende verkoop van de Adam misschien nog niet helemaal in de vingers heeft, maar die de meeste partijen geen windeieren heeft gelegd. Boven of onder verwachting, de absolute verkoopaantallen spreken voor zich. Van de A1, flink opgetuigd zo 30.000 euro, verkocht Audi in Nederland vanaf 2010 meer dan 8.100 exemplaren. De Fiat 500: 36.000 auto’s. Mini wist sinds 2001 meer dan 33.000 Mini’s af te zetten en Citroën sleet in drie jaar 15.000 DS3’s, hoewel de lage bijtellers in het modellenaanbod aan dat succes meer zullen hebben bijgedragen dan de sierpanelen en het zebradakje.

Het laat onverlet dat personaliseren loont. Zelfs bij Opel zien ze dat: aan de versiering van zijn Adam geeft de klant al naar gelang de versie tussen de 1.200 en 2.500 euro uit. Daarvoor koopt hij inderdaad eenmaligheid; met zoveel keuzemogelijkheden is de kans groot dat hij een Adam samenstelt die niemand anders heeft. De kans dat je op straat exact dezelfde Mini tegenkomt als de jouwe is 1 op 100.000, hoor ik ook van de Mini-importeur. Je bent uniek en daar betaal je voor.

Moet je wel wat voor doen. De configurator van Mini is een onbegaanbaar labyrint van streepjes en kleurtjes, sierdelen en chroomaccenten. De klant met het uithoudingsvermogen en de vereiste middelen doorstaat een voor zijn beurs fatale maar voor Mini uiterst lucratieve martelgang. Voor een bord vol extra’s zit je zo aan tien mille. Dan weet je waarom fabrikanten vinden dat je je eigen stijl verdient. Stijl schuift.

Hoe kon het zover komen? Natuurlijk was de auto vanaf dag één statusgevoelige materie. Maar behalve in Amerika heeft het lang geduurd voor hij uitgroeide tot de flamboyante ego-etalage die hij nu is. In het Europa van de jaren zeventig verkeerde de auto als statussymbool nog in de pre-exhibitionistische fase. Je trok hem van het schap zoals de fabrikant hem leverde en dat was grauw en kaal naar de huidige maatstaven. Luxe was een klokje of een primitieve radio – de beschavingsnorm stond uiterlijk vertoon niet toe. Je auto pimpen deed je maar thuis in je garage. Voor een spoilersetje en een ordinaire streep over de flank mocht je je bij de tuning-specialist vervoegen.

Toen kwam het ik-tijdperk met Gordon Gekko en de yuppen, het grote geld begon te stromen. De narcist kwam uit de kast en alle opsmuk die we vroeger voor de achterbuurten vonden, drong als lifestylegarnituur de bovenwereld binnen. Sportvelgen, verduisterd glas, oversized uitlaatpijpen – de wansmaak kreeg een tweede leven als acquired taste. Fabriekspimpen is op de automarkt inmiddels volksziekte nummer 1.

In de top van de welvaartspyramide nam het aantal klanten met bijzondere verlangens zo snel toe dat de elitemerken er speciale uitrustingsprogramma’s voor creëerden. Mercedes-Benz heeft de Designo-lijn, BMW Individual, Porsche en Audi Exclusive, Land Rover de Autobiography-varianten van de Range Rover, met 22 speciale lakkleuren die natuurlijk verder niemand heeft. In deze blingcatalogi draait het niet om trivia als vlaggetjes en stippeldaken, daar gaat het om wat BMW kwalificeert als „hoogwaardig handwerk, exclusieve materialen en absolute uniciteit”, de deftigheid van notenhout en leer met handgenaaide stiksels. Wie verlegen zit om ‘in exterieurkleur gespoten velgharten’, een ‘met leer beklede binnenspiegel’, ‘Individual interieurlijsten Platane Rotbraun Dunkel’ of ‘hemelbekleding in zwart alcantara’ wordt op zijn wenken bediend.

Dat hoeft in dit segment niet op een koopje. Voor mij ligt de prijslijst van een Porsche 911 4S met een waslijst aan Exclusive-hebbedingen. Voor wat die auto standaard kost, 136.500 euro, heb je in principe alles wat je nodig hebt; een van de beste sportwagens ter wereld. Maar wat moet een man zonder zijn Powerkit Carrera S, 30 pk extra voor 15.000 euro, zijn exclusief verlichte carbon dorpellijsten (1.056 euro)? Is een mensenleven compleet zonder ‘platinumgrijs gespoten velgen’ (836 euro), ‘privacy beglazing’ (578 euro), een ‘voetsteun in aluminium’ (529 euro), het spoilerfeest van de Aerokit Cup (5247), de onontbeerlijke ‘afdekplaat middenconsole in carbon’ (529 euro) en de vele andere mannenlekkernijen die wegens ruimtegebrek onvermeld moeten blijven? Precies, en daarom stokt de teller bij 197.557 euro. Dat is zestig mille boven de catalogusprijs.

Waterbak

De koper – en die komt – zal je bezweren dat het nog doller had gekund. Porsche Exclusive zegt geen nee als je leer in de kleur van je favoriete trui blieft of hoofdsteunen met een in het leer getatoeëerd familiewapen. De klant, dat is de deal, moet het genoegen smaken dat geluk tot elke prijs te koop is. Kunstenaar David Hockney, eigenaar van twee teckels, wilde een diervriendelijke BMW. Dat kon. De fabrikant verving de passagiersstoel door ‘een cardanisch opgehangen waterbak’ voor de honden. At your service.

Maar was de wereld niet failliet? Je zou menen dat het voor de bloei der décadence na zes jaar crisis einde oefening zou moeten zijn. Nee hoor, de optutindustrie draait in de hoogste kringen als een speer. Bij Mercedes-klanten blijft het uitgavenpatroon op dit domein stabiel, wat al mooi is, maar BMW Nederland ziet bij de duurdere modellen de vraag naar Individual-leersoorten en -lakken toenemen. Bij Land Rover Nederland stijgt de vraag naar de Autobiography-topmodellen, zegt woordvoerder Valentijn Braam. Het Exclusive-programma van Porsche loopt in Nederland zelfs ‘extreem goed’, weet Porsche-woordvoerster Hannie Steeman.

Crisisgevoeligheid? Nul. 100 procent van de Nederlandse Porsche-klanten grijpt naar een of meer items uit het Exclusive-programma. Het nominale bedrag dat ze aan Exclusive-opties uitgeven is in drie jaar met 35 procent gestegen.

Audi ziet dezelfde opwaartse beweging, meldt woordvoerder Per Peschar. „Met name de speciale houtsoorten en lakkleuren zijn in trek, en de nieuwe zijdematlakken doen het hier relatief goed.” Kopers van de duurste Audi-modellen spenderen tussen de 10.000 en 30.000 euro aan Exclusive-extra’s. Veel? „Mensen die een A7 of A8 kunnen betalen aanvaarden dat die opties iets kosten.”

Matgrijze lak op een Audi RS6, ‘Daytona Grey’, kost 6.021 euro. Ja, men wil.

Echt, alles komt goed met ons.