Voorlopig wordt hier niet geboord

Onderzoek naar de risico’s van schaliegaswinning heeft alleen maar tot meer protest van burgers en gemeenten geleid. Hoe kon het overleg zo mislukken?

Een knappe politicus die Nederland nog aan het schaliegas krijgt. Onderzoek naar de mogelijke risico’s van boren en ‘fracken’ in diepe steenlagen had de burgers gerust moeten stellen. Maar het tegendeel is bereikt: 82 gemeenten en vijf provincies hebben zich schaliegasvrij verklaard en dat aantal stijgt.

De bevolking is in opstand gekomen uit angst voor „zwart water uit de kraan en aardbevingen”, zoals inwoners van Boxtel roepen voor de camera’s van Omroep Brabant. Coalitiepartner PvdA, die in de Tweede Kamer de doorslag kan geven over de vraag of er proefboringen mogen worden verricht in Nederland, is binnen een aantal maanden opgeschoven van ‘ja, als het veilig kan’, via ‘nee, tenzij het veilig kan’ naar ten slotte ‘nee, er komen geen boringen’.

Inmiddels zit het ministerie van Economische Zaken met de brokken. Potentieel vallen er voor de staatskas enkele tientallen miljarden euro te verdienen met de winning van schaliegas uit de diepe ondergrond. Maar de komende anderhalf jaar mag daar niemand aankomen. En of dat ooit gebeurt is nog maar de vraag.

Hoe heeft het zo mis kunnen lopen? Het ministerie van Economische Zaken is de regie kwijtgeraakt, zeggen sommige betrokkenen. Een reconstructie op basis van gesprekken met verschillende partijen laat zien dat het een ‘accident waiting to happen’ was: vanaf het begin hadden de verschillende partijen verschillende agenda’s.

In februari van dit jaar zitten ze nog min of meer tevreden aan tafel: Economische Zaken, burgers en onderzoekers. Het overleg is constructief. Na de aankondiging van de toenmalig minister van Economische Zaken Maxim Verhagen (CDA) in oktober 2011 dat er een onderzoek komt naar „mogelijke risico’s en gevolgen van opsporen en winnen van schaliegas in termen van veiligheid voor natuur, mens en milieu”, zijn er zeven consultatierondes gehouden door ambtenaren van het ministerie. Doel van die consultatierondes is „vragen rondom schaliegas te inventariseren” in de gemeenten waar het Britse boorbedrijf Cuadrilla vergunningen heeft gevraagd om proefboringen te doen.

Ontvlammend gas

Bij Willem Jan Atsma, inwoner van het Brabantse Haaren, begon er toen al iets te knagen, constateert hij achteraf. Atsma wilde tijdens een voorlichtingsbijeenkomst van de gemeente beelden laten zien van de documentaire Gasland, over de schaliegaspraktijken in de VS. De inwoners van hadden nog geen idee wat schaliegas was. De beelden van ontvlammend methaangas uit een waterkraan zouden ten minste een indruk geven. Maar dat leek Cuadrilla geen goed idee. De beelden waren niet onomstreden, was de redenatie. Atsma dramde door en de beelden mochten uiteindelijk toch worden vertoond, op een aparte zitting.

Toch wordt Atsma in de zomer van 2012 door Economische Zaken uitgenodigd om zitting te nemen in de ‘klankbordgroep’ die wordt gevormd. Uit de gesprekken tussen overheid en burgers is dan een lijst gedestilleerd van 52 vragen. Vanaf dit moment neemt de groep de inspraak voor zijn rekening.

Literatuuronderzoek

Atsma vertegenwoordigt Schaliegasvrij Haaren. In de groep zitten ook vertegenwoordigers van de gemeenten Boxtel en Noordoostpolder, de provincie Noord-Brabant, Nogepa (koepel van de olie en gasindustrie in Nederland), de Vereniging van Waterleidingbedrijven (Vewin), een onafhankelijke deskundige en Milieudefensie.

Dit gezelschap is nu de gesprekspartner van het ministerie. Afgesproken wordt dat alles wat in dit overleg besproken wordt openbaar is „tenzij een van de partijen om geheimhouding vraagt”. Het is een bommetje dat een jaar later af zal gaan.

Al tijdens de eerste bijeenkomst in juni 2012 klinkt er kritiek dat ‘nut en noodzaak’ niet zal worden onderzocht. De vraag of de kosten opwegen tegen de baten komt dus niet aan de orde. Ook al wordt er binnen de groep en in de Tweede Kamer telkens weer om gevraagd.

Als de klankbordgroep in februari 2013 voor de tweede keer bijeenkomt, is inmiddels ook onderzoeksbureau Witteveen+Bos aangeschoven. Dit ingenieursbureau heeft de Europese aanbesteding gewonnen en een consortium gevormd met Fugro en Arcadis, bedrijven die ruime ervaring hebben met schaliegaswinning in de Verenigde Staten.

De kritiek neemt toe, blijkt uit de notulen van deze tweede bijeenkomst, als Witteveen+Bos een concept van het onderzoeksplan laat zien. Het zal slechts een onderzoek worden van de beschikbare literatuur over boren naar schaliegas. Schaliegasvrij Haaren en Milieudefensie zijn onaangenaam verrast; ze maken zich zorgen over welke studies wel en niet worden bekeken. Bovendien wordt vastgesteld dat er geen enkele aandacht is voor ‘locatiespecifieke omstandigheden’.

Reikwijdte

„Hoe kunnen we aan verontruste burgers uitleggen wat dit onderzoek heeft opgeleverd?” zeggen Milieudefensie en de gemeente Noordoostpolder. De aanbevelingen zullen worden verwerkt in een nieuwe versie van het onderzoeksplan. De vraag wat er wel en niet wordt onderzocht, de ‘reikwijdte’, wordt steeds meer een issue.

Henk Kamp (VVD), die het dossier in het najaar van 2012 van zijn voorganger Verhagen (CDA) heeft overgenomen, is daar niet ongevoelig voor. Hij laat begin 2013 de Commissie-MER (milieueffectrapportage) in stelling brengen. Deze commissie van onafhankelijke experts geeft desgevraagd advies of omgevingsfactoren voldoende in overweging zijn genomen. In eerste instantie krijgt de commissie twee vragen: of ze niet alleen wil kijken naar de conclusies van het onderzoek, maar ook naar de reikwijdte. En, er is haast bij, want de minister wil nog voor het zomerreces een knoop doorhakken. Dat is te weinig voor een advies over de reikwijdte, stelt de MER-Commissie. Een advies over de conclusies van het rapport kan wel.

Inmiddels ligt er een strakke planning: rond 18 maart moet het definitieve onderzoeksplan klaar zijn, begin juni zullen het ministerie en de klankbordgroep het eindrapport bespreken. Om op 1 juli met een advies te kunnen komen, zal de MER-commissie de stukken al in mei krijgen.

Ook de derde zitting van de groep op 20 maart verloopt nog constructief. In een gezamenlijke verklaring wordt melding gemaakt van „verbeterpunten die mee worden genomen in het definitieve onderzoeksvoorstel”. Het gaat weer om de „locatiespecifieke omstandigheden”. Daar moet het eindrapport iets over zeggen, vindt de groep. Maar dan wordt het stil. „Ineens werd er niet meer gecommuniceerd door het ministerie,” zegt Geert Ritsema van Milieudefensie. Ook de MER-Commissie zit op de beloofde stukken te wachten. Het ministerie zegt dat ze nog niet klaar zijn.

Argwaan wordt wantrouwen

Dan ontspoort de zaak. De commissie-MER kondigt medio juni – nog steeds in afwachting van de definitieve stukken – een tussenadvies aan dat vraagt om „breder onderzoek”. Op het ministerie neemt Mark Dierikx, directeur generaal energie, het heft in handen. Het verzet tegen de voorgenomen boorlocaties in Boxtel, Haaren en Marknesse neemt toe. Ieder woord telt nu.

In afwachting van het eindrapport doet Dierikx een beroep op de eerder afgesproken mogelijkheid van geheimhouding door de leden van de klankbordgroep. Het ministerie heeft er genoeg van dat de stukken die in de groep vertrouwelijk besproken worden „meteen op straat liggen”.

Kamp heeft de Kamer inmiddels beloofd het eindrapport voor het einde van het zomerreces, in de loop van augustus, bekend te maken. Hij wil na 1 juli eerst de tijd hebben om het onderzoek te bestuderen en zijn eigen conclusies te trekken. De klankbordgroep mag het resultaat alleen vertrouwelijk inzien.

De sluimerende argwaan wordt regelrecht wantrouwen. Atsma en Ritsma vinden dat Economische Zaken zich niet aan de afspraken houdt: ze zouden twee weken tijd krijgen om het eindrapport te bestuderen en eigen experts te raadplegen. Nu moeten ze genoegen nemen met een ‘powerpointpresentatie’ die ze niet eens mee naar huis mogen nemen. Ze haken af.

Klungelend ministerie?

Eind juni valt de klankbordgroep uit elkaar, ook de gemeenten en de provincies stappen gefrustreerd uit het overleg. Milieudefensie vermoedt dat er achter de schermen wordt gemanipuleerd en eist via een WOB-verzoek inzage in alle relevante documenten. Dat verzoek is overigens nog niet gehonoreerd.

Was het opzet of is het ministerie „aan het klungelen geslagen” zoals een betrokkene zegt? Een derde mogelijkheid is dat het eindrapport nog helemaal niet klaar was toen iedereen elkaar in de haren vloog. De Commissie-MER heeft het eindrapport in ieder geval pas op 15 juli gekregen. Veel te laat dus om nog op 1 juli advies te kunnen uitbrengen.

Witteveen+Bos verwijst de krant voor vragen over het moment waarop het rapport echt af was naar het ministerie. Een woordvoerder van Economische Zaken volstaat met de mededeling dat met de Tweede Kamer was afgesproken om alles voor het eind van de zomer openbaar te maken en dat dat ook is gebeurd.

Vaststaat dat er publicitair aan het begin van de zomer grote schade wordt geleden. Die neemt nog toe als Kamp eind augustus eindelijk de conclusie van het onderzoeksrapport presenteert: de risico’s van schaliegaswinning in Nederland zijn „beheersbaar”. De weg lijkt vrij naar proefboringen en het verzet groeit alleen maar.

Honderden boorgaten

Dan biedt de Commissie-MER de minister een uitweg: er moet breder onderzoek komen. Midden september herhaalt de commissie wat ze al eerder heeft gezegd in het tussenadvies. Er moet worden gekeken naar de effecten in de grond – zoals de Mijnbouwwet vereist – maar ook naar wat er boven de grond gebeurt als er boorinstallaties komen. Er moet een ‘afwegingskader’ komen: de belangen van verschillende activiteiten moeten tegen elkaar worden afgewogen. En de discussie over ‘nut en noodzaak’ moet worden gevoerd, vindt de commissie. Dat kan allemaal in een ‘structuurvisie’ die de minister de komende maanden zal aanbesteden. Een nieuw onderzoek dat minstens anderhalf jaar zal duren. Het moet leiden tot een bepaling van de „meest geschikte locaties” voor schaliegaswinning.

De vraag of het veilig kan in Nederland is daarmee niet meer aan de orde. Het gaat nu om de vraag of deze vorm van gaswinning – met zijn honderden boorgaten, af- en aanrijdend vrachtverkeer, kilometers diepe boorgaten, enorme waterbehoefte en pijpleidingen – valt in te passen in het dichtbevolkte Nederland. Intussen blijft het schaliegas gewoon in de grond zitten.

    • Renée Postma