Veel, te veel auto voor een cabrio

Bas van Putten vindt de Opel Cascada echt mooi en hij rijdt geweldig. Zijn enige makke: het is een Opel.

Genieten in Nederland gaat zo. Kwispelend haal je in Breda een cabrio op. De terugweg trekt een riante diagonaal van Zuidwest-Nederland naar Groningen en het KNMI heeft beter weer voorspeld. In theorie heb je 260 kilometer uitwaaien voor de boeg, dat belooft wat.

Nu de realiteit. Op de A59 staat twintig kilometer file en het regent. Na een deprimerende omweg via Rotterdam is het even droog. Je gooit de kap open in de hoop je weg vanaf Emmeloord binnendoor te kunnen voortzetten, romantisch dakloos met de voor cabrio’s ideale kruissnelheid van tachtig. Op de A6 waarschuwt de verkeersdienst dat de Ketelbrug weer in de groef is blijven steken. Over treurige B-wegen maak je omweg twee naar de A28, waar het opnieuw loeivals begint te regenen. Intussen heb je rillend van de kou de kap gesloten. Reisduur Breda – Groningen: vier uur.

Maar wel met de nieuwe Opel Cascada, een luxueuze vierzitter die beter had verdiend dan een verzopen land waar je meer hebt aan de Ark van Noach. À propos: waarom bouwt een kwakkelend volumemerk in crisistijd een cabrio van veertig mille?

Nou, die dient als visitekaartje. De Cascada is er niet omdat de Opel-clièntele nood had aan een cabrio, hij is er om te laten zien dat Opels meer in hun mars hebben dan onbenullen denken. Dit is de auto waarvan Audi-mensen moeten zeggen: het lijkt verdomme wel een Audi, wát een design en wát een kwaliteit zeg, toptoptop, en dat voor zo’n C&A-merk. Daarom kreeg hij de deftige naam die als een truffelschijf op de gestampte pot vol Astra’s en Zafira’s ligt. Cas-ca-da.

Hoezo, zeggen getuigen, dit is toch gewoon een Astra Cabrio? Het front is vergelijkbaar, het dashboard identiek. De scepticus ziet de realiteit, een bijna-Astra in een zondags pak, Opel fase één van de weg naar de top, de utopie. Duurder, chiquer, hoger-in-de-markt – de uitdrukking alleen al.

Het is makkelijk gezegd dat Opel zijn tijd beter kan besteden aan de bestrijding van structurele problemen als verouderde motoren en het overgewicht van alle modellen. Overigens is de Cascada met zijn nieuwe, uitstekende turbomotor wel een stap in de goede richting, al is hij met 1.600 kilo te zwaar om 170 pk te kunnen laten schitteren. Het legitieme motief voor de Cascada-escapade is het probleem dat uitmuntende resultaten in betrouwbaarheidsonderzoeken, waarin recente Opels excelleren, zich niet vertalen in glanzende verkoopcijfers. Ook solide waar moet het blijkbaar van de opschik hebben, de premium humbug van leren bekleding met ambachtelijk stikwerk. Opel bond in met een krampachtige hommage aan het betere leven, Best Western met een Hilton-smaakje.

Morrocana

Het nepleer op het dashboard heet ontroerend pretentieus Morrocana. Het stoffen dak kan tot 50 kilometer per uur rijdend worden geopend en gesloten. Het bestaat uit drie lagen die hem zo goed isoleren dat de Cascada met de kap dicht niet meer leven maakt dan een coupé. De luxe Cosmo-versie heeft ‘elektrische gordelaanreikers’ die de riemen op een telescopische arm naar je toeschuiven nadat je bent ingestapt. Hij is voorzien van ‘Adoptive Forward Lighting Plus’ met een ‘groot-lichtassistent’ die ’s nachts voor naderende tegenliggers automatisch van groot- naar dimlicht overschakelt – net een Mercedes.

Als fan vind ik het komisch dat om de cabrio zo’n air van decadentie schijnt te moeten hangen. Een kinderhand is snel gevuld; hij hoeft alleen maar open, hoe naakter hoe beter. Zaag het dak van een Lada en het is nóg leuk. Cabriorijden is kamperen, het is zo mooi omdat het dom is, nodeloos afzien. Deze Opel is me te beschermend, iets te veel auto. Er passen vier mensen met bagage in en binnen stormt het niet bij 120.

Na die moessonrit kunnen we Opel bijvallen dat hij is opgewassen tegen alle seizoenen, „van het eerste lentebriesje tot de frisse herfstwind”.

Een voortreffelijke auto. Hij is echt mooi en rijdt geweldig met de turbo die nog fijner wordt als ze de obese koets een kilo of 200 laten afvallen. Toch zal hij het lastig krijgen. Voor de jongeren is hij te duur of toch te Opel, ouderen met budget laten hem staan voor de Audi A5 cabriolet die het Cascada-team als voorbeeld diende. Zodat hij het net als alle goudeerlijke burger-Opels van zijn kwaliteit zal moeten hebben. En verkoop die maar eens. De enige die zijn niveau kan meten is de Audi-snob op wie hij mikt, maar die ziet hem niet staan.