Van Ojik: het kabinet wil volgende week een akkoord met de oppositie

GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik staat de pers te woord voorafgaand aan zijn bezoek bij het ministerie van Financiën, afgelopen week. Foto ANP/Martijn Beekman

Alles is er nu op gericht dat de coalitie en de oppositie volgende week tot een akkoord komen. Dat zei partijleider van GroenLinks Bram van Ojik vanmiddag in het radioprogramma Spijkers met Koppen. De kans dat het tussen GroenLinks en de rest van de mensen aan tafel tot een akkoord komt, acht Van Ojik echter niet groot.

De coalitiepartijen VVD en PvdA praten maandagmiddag verder met de overgebleven oppositiepartijen D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP over steun aan de begroting voor volgend jaar. Het CDA en 50Plus trokken zich donderdag terug van de onderhandelingstafel.

‘Ik blijf rustig zitten tot iemand me wegstuurt’

Hoewel volgens Van Ojik voor het kabinet geldt dat hoe meer partijen er aan tafel zitten hoe meer kanten ze op kunnen, was het inmiddels wel eens tijd dat zou worden gekozen. “Zo langzamerhand was de tijd van pappen en nathouden voorbij”, zei hij over het vertrek van het CDA. “Ik zit in ieder geval nog aan tafel.”

De fractieleider gaf aan dat hij blijft zitten zolang hij nog het gevoel heeft dat punten die GroenLinks belangrijk vindt, zoals vergroening, eruit kunnen worden gesleept, gaf hij aan: “Dan blijf ik rustig zitten totdat iemand me wegstuurt.”

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) hamert er tot nu toe op dat het totale bezuinigingsbedrag niet lager mag uitvallen dan zes miljard euro. Daarmee zou GroenLinks echter nooit akkoord gaan, gaf Van Ojik aan. Over die zes miljard is de afgelopen weken volgens hem echter weinig of niet gesproken. “Dat is op zich positief.” Als de zes miljard toch uit de hoge hoed wordt getoverd, is GroenLinks echter weg, waarschuwt Van Ojik.

Van Ojik acht het wel mogelijk dat tussen GroenLinks en de andere partijen een akkoord wordt bereikt. “Maar die kans is niet heel groot. Maar zolang ik denk dat een aantal zaken die belangrijk zijn gerealiseerd kunnen worden, probeer ik dat.”

Als het tot een goed resultaat komt, is Van Ojik van plan het akkoord aan de leden voor te leggen. “Als er een mogelijkheid is van een akkoord en het lijkt mij een goed akkoord, dan zal ik nooit eerder tekenen dan nadat de leden zich erover hebben kunnen uitspreken. Dat kan tegenwoordig heel mooi met de mobiele telefoon en internet. We hebben 23 duizend leden, binnen 48 uur schijnen we die allemaal te kunnen raadplegen.” (Novum)