Tandartsboortjes voor mosa

De nieuwste mosa van het natuurhistorisch museum in Maastricht heet Carlo.

Stukje bij beetje maakten de preparateurs van het museum het miljoenen jaren oude zeereptiel uit de kalksteen los. Foto Jelle Reumer

Eigenlijk is Carlo de naam van een bulldozermachinist die in de grote kalksteengroeve bij Maastricht werkt. Carlo de machinist was bezig om met zijn bulldozer grote brokken kalk op te pakken waar in de fabriek cement wordt gemaakt. Hij ontdekte vanuit zijn cabine een paar grote tanden tussen de lichtgrijze klonten steen. Dat was erg knap, want die cabine is meters verwijderd van de kalksteen, en bovendien beweegt alles. Meteen zette Carlo de bulldozer stil, klom eruit en daarna wist hij het zeker: hij had een stuk van een mosasaurus gevonden!

De volgende dagen zijn paleontologen bezig geweest om alles op te graven wat er van deze mosasaurus in de groeve gevonden kon worden. Ze namen het mee naar het museum. Daar worden de resten van het fossiele monster voorzichtig uit het gesteente losgemaakt.

De vorige mosasaurus die ze bij Maastricht vonden (dat was in 1998), had de naam Bèr gekregen. dat is Limburgs voor Albert. Deze nieuwe mosa werd Carlo gedoopt, om de bulldozermachinist te bedanken voor zijn oplettendheid.

Mosasaurussen leefden tegelijkertijd met de dinosauriërs, maar ze zijn geen familie. De dino’s leefden allemaal op land, mosa’s waren enorme zeehagedissen. Sommige soorten konden wel ruim 10 meter lang worden, en ze hadden grotere tanden dan de grootste krokodil. Waarschijnlijk aten ze vissen, kleinere reptielen en ook ammonieten.

Deze zomer kon je in Maastrichtse museum bekijken hoe Carlo voorzichtig werd los gebikt uit de grijze kalksteen. Dat was ingewikkeld, omdat er zich in het kalksteen veel vuursteen heeft gevormd. Vuursteen is zo hard als glas, veel harder dan de kalksteen zelf en ook veel harder dan de fossiele botten van Carlo. Maandenlang waren preparateurs met tandartsboortjes aan de gang achter een grote werktafel in de tentoonstelling over Carlo. Stukje bij beetje kwamen er tanden, wervels, ribben en brokken van de schedel tevoorschijn.

Die tentoonstelling is nu afgelopen, maar het natuurhistorisch museum heeft beloofd dat het snel een ander plekje zal vinden voor Carlo en zijn preparateurs. Binnenkort kun je dus weer gaan kijken hoe met tandartsboortjes uit een stel lelijke steenklonten een prachtige fossiele zeehagedis tevoorschijn wordt gehaald. Jelle Reumer