Solistische Nobelprijs is niet van deze tijd

Een Nobelprijs winnen is als het bedwingen van de Mount Everest. Hoger bestaat niet voor wetenschappers. Komende week zullen vele wetenschappers woelen in bed: komt dat telefoontje uit Zweden?

Sommigen vinden de prijs vooral lastig. De Russisch-Nederlandse fysicus Andre Geim bijvoorbeeld, die in 2010 het Nobeltelefoontje kreeg terwijl hij naar een parkeerplek zocht. „Ik heb het overleefd”, verzuchtte hij na een jaar vol uitnodigingen, verzoeken om referenties en andere vragen die hem van zijn onderzoek afhielden. Fysicus Frank Wilczek, die in 2004 onder de douche stond toen de telefoon rinkelde, was deze week in The Boston Globe positiever: „De prijs heeft mijn zelfvertrouwen opgekrikt.”

Vorige week beschreef Piet Borst hoe ver sommige wetenschappers gaan om die begerenswaardige toestand ook te bereiken. Gelukkig, constateerde Borst, komt de prijs meestal terecht bij briljante onderzoekers die het verdienen gelauwerd te worden.

En toch... knaagt er iets. Nog steeds denken we bij de prijs aan eenlingen. Aan Marie Curie, of Albert Einstein. Maar in de wetenschap gaat het nog zelden zo.

Neem de ontdekking die volgens velen dit jaar tot een Nobelprijs zal leiden: die van het Higgsdeeltje. Duizenden fysici en technici bouwden in Genève een enorme ondergrondse deeltjesversneller (LHC), twee experimentele opstellingen zo groot als kathedralen (ATLAS en CMS) en legden een computernetwerk aan dat de wereld omspant.

Allemaal om datgene te bevestigen waarvoor Peter Higgs en een vijftal andere theoretici in 1964 de grondslag legden: dat het Higgsmechanisme kan beschrijven hoe de bouwsteentjes van de kosmos massa vergaren. Met als gevolg dat er nu zeven fysici op de lijst met Nobelkandidaten staan: vijf theoretici en twee experimentatoren namens die twee enorme Cern-experimenten. Hoe kan een Nobelcomité daaruit een, twee of drie terechte winnaars selecteren?

En hoe moet het Nobelcomité ooit het Humane Genoomproject belonen? Een prijs voor Craig Venter en Francis Collins, de directeuren van de rivaliserende projecten? Dat zou veel bevlogen en creatieve wetenschappers te kort doen.

„Er kan er maar één winnen”, zeggen moeders troostend op verjaarspartijtjes met spelletjes met prijsjes. En nee, het is niet elegant om te mokken als je gepasseerd wordt. Maar toch: is die nogal solistische Nobelprijs niet aan modernisering toe?

    • Margriet van der Heijden