Roken met een batterijtje

Komende week behandelt het Europees Parlement de eerste Europese regelgeving voor de e-sigaret. In Brussel proberen lobbyisten van ‘Big Tobacco’ de ontluikende markt voor de omstreden sigaret naar hun hand te zetten.

Een uitvinding die levens redt en gezondheidszorg goedkoper maakt? Daar kan niemand tegen zijn, zou je zeggen. Toch staat het Europees Parlement op het punt om zo’n uitvinding – de elektronische sigaret – aan banden te leggen, voor het eerst, met volgens critici complexe, kostenverhogende regelgeving die het succes van het rookloze nicotinestaafje kan afremmen.

De e-sigaret, zeggen de makers ervan zelf, is kapot gelobbyd door de traditionele tabakssector, die een van de meest agressieve lobby’s in Brussel voert. Sigarettenfabrikanten zien het apparaatje als een ‘game changer’, zoals internet dat was voor de muziekindustrie en digitale fotografie voor Kodak. Een innovatie die het huidige, zeer winstgevende businessmodel – tabak in vloeipapier – snel irrelevant kan maken.

Zijn bedrijven als Philip Morris en British American Tobacco dan tegen de e-sigaret? Geenszins. Maar ze willen deze piepjonge markt, nu nog het domein van honderden kleine nieuwkomers, zo snel mogelijk zélf domineren. En dat lijkt te gaan lukken: de tabaksrichtlijn waarover het Europees Parlement aanstaande dinsdag wil stemmen „is gunstig voor grote bedrijven”, zegt Katherine Devlin van ECITA, een Britse brancheclub die lobbyt vóór de e-sigaret.

Over de e-sigaret bestaan grofweg twee meningen: volgens voorstanders is het niet alleen de doodsteek van de echte sigaret, maar is het ook een hulpmiddel om te stoppen met roken. Tegenstanders zeggen juist dat het apparaatje de opmaat is tot het echte werk en dat het nicotineverslaving versterkt, omdat de rookloze e-sigaret de nu bestaande rookverboden omzeilt: je kunt het ding altijd en overal tevoorschijn halen.

De Europese Commissie stelt in de richtlijn een ‘farmaceutisch regime’ voor. Het product moet straks worden geregistreerd als medicijn, een duur en ingewikkeld proces, wat voor de leden van ECITA niet is op te brengen. „Het opwerpen van hoge marktbarrières zal de industrie zoals die nu bestaat vernietigen”, zegt Devlin.

De grote tabaksconcerns zijn wél kapitaalkrachtig genoeg om dat registratieproces te doorlopen. Zij bepalen straks de toekomst van de e-sigaret. Of stellen de ontwikkeling daarvan nog even uit, zolang tabak winstgevend genoeg is. ECITA vindt weliswaar ook dat regulering nodig is: de huidige situatie, waarbij e-sigaretten overal en in alle smaken kunnen worden verkocht, loopt uit de hand. Maar, zegt Devlin, de regels moeten wel „proportioneel” zijn en niet tegen de e-sigaret als zodanig zijn gericht.

In Brussel werken tienduizenden lobbyisten „en daar is niets mis mee”, benadrukt Rebecca Harms, Duits europarlementariër voor de Groenen. „Informatie-uitwisseling is cruciaal in het wetgevende proces.” Maar de tabakslobby springt er uit: begin september onthulde The Guardian dat Philip Morris 160 extra lobbyisten op de richtlijn heeft gezet. Van de 766 Europarlementariërs zouden er maar liefst 233 tenminste één keer zijn benaderd en alles wijst er op dat veel van de ingefluisterde informatie zijn weg heeft gevonden naar de 102 amendementen die tot nu toe zijn ingediend. „Dit raakt aan ons politieke mandaat”, zegt Harms.

Philip Morris zelf ontkent desgevraagd het aantal lobbyisten en zegt dat het om 9 ‘voltijdbanen’ gaat. Hoe dan ook, de belangen zijn groot: in het officiële lobbyregister van de EU staat dat Philip Morris en British American Tobacco in 2012 bij elkaar opgeteld ruim 2 miljoen euro uitgaven aan lobby-activiteiten. Ter vergelijking: ECITA gaf dat jaar 2.000 euro uit.

Dat de tabakslobby invloedrijk is ondervond de Duitse Europarlementariër Karl-Heinz Florenz. In juni had hij contact met lobbyisten van de tabaksindustrie: in het Stanhope, een Brussels 5-sterrenhotel vlakbij het Europees Parlement. Tijdens die ontmoeting maakte Florenz maar meteen duidelijk dat ze aan hem geen bondgenoot zouden hebben – en dat heeft hij geweten. „Ze hebben me daarna vakkundig geïsoleerd.”

Op papier is Florenz invloedrijk. Namens de christen-democraten, de grootste fractie in het Europees Parlement, volgt hij de tabaksrichtlijn. Als zogenoemde ‘schaduwrapporteur‘ is het zijn taak om zijn fractiegenoten op één lijn te krijgen. Maar in de afgelopen maanden heeft hij de steun voor zijn aanpak zien afbrokkelen. „Er is heel veel ingepraat op mijn collega’s”, zegt Florenz.

De tabaksrichtlijn gaat over meer dan de e-sigaret: in het voorstel van de Commissie krijgen sigarettenpakjes nog grotere waarschuwingslabels met afschrikwekkende foto’s. Sigaretten met een smaakje, zoals menthol, worden verboden. Evenals dunne, als ‘lipstick’ verpakte sigaretten, omdat hun uitstraling (‘ik ben minder erg’) misleidend is. Het doel: verlaging van het aantal tabaksdoden in Europa, zo’n 700.000 per jaar.

In april stelde de tabaksindustrie daar een ander getal tegenover: 175.000. Dat is, aldus een door de industrie betaald onderzoek, het aantal banen dat verloren gaat door de voorgestelde verboden en geboden. En dat in tijden van crisis. Europarlementariërs bleken gevoelig voor deze argumenten, zegt Florenz. „Opeens ging tachtig procent van de discussie over banenverlies.”

„Alleen in Duitsland overlijden 300 mensen per dag aan ziektes die met tabak te maken hebben”, zegt Florenz. „Als er elke dag een vliegtuig met zoveel mensen zou neerstorten, dan zouden we stoppen met vliegen.” De Europarlementariër maakt zich echter geen illusies: hij verwacht dat de richtlijn dinsdag in sterk afgezwakte vorm door het parlement komt. „De tabakslobby heeft gewonnen.”

    • Stéphane Alonso