Perfecte sardines aan het spoor

Ronald Hoeben eet in Amersfoort bij een stationsrestauratie met restaurantambities.

Bijzonder

Als een restaurant in een station gevestigd is spreken we van een ‘restauratie’, ooit zelfs verdeeld in klassen. Inmiddels is het eetaanbod op de grotere stations met filialen van fastfoodketens, croissanterieën en Albert Heijn weliswaar genivelleerd, maar vaak ten koste van een ‘echt’ restaurant aan het spoor. Dit in tegenstelling tot Frankrijk, waar op stations zelfs restaurants met een ster te vinden zijn. Maar in Amersfoort is zowaar een serieuze stationsrestauratie in bedrijf. Het heet Perron 4/5 volgens Tollius en is hier sinds 2009 gevestigd. De zaak is een filiaal van restaurant Tollius, eveneens in Amersfoort.

Omdat een stationsrestauratie een wegrestaurant aan het spoor is, tref je daar passanten van diverse pluimage, met relatief veel zakelijke en overspelige besognes. Al loopt het op deze laatste warme nazomeravond zo’n vaart niet. Op het terras is een gezin neergestreken, binnen is de zaal leeg, op twee zakenluitjes na.

Het restaurant heeft een half open keuken, door een grote plantenbak gescheiden van een stemmig gestoffeerde eetzaal onder een loodgrijs plafond.

Aan tafel

De kaart is Italiaans georiënteerd en dat geldt ook voor de wijnkaart, waarvan we bij wijze van aperitief twee glazen wit bestellen. De voor- en tussengerechten blijven bijna allemaal onder de tien euro, de hoofdgerechten komen niet boven de twintig. De wijnkaart lijkt meer op de eersteklasreiziger afgestemd, onder de dertig euro is er weinig keus en de reeks loopt zelfs op tot 238 euro. Dat dit een restauratie is met de ambitie van een ‘echt’ restaurant blijkt uit de verschijning van een amuse, een Parmezaanse-kaaslolly.

Op het bord

De ‘affetati’ van 7,50 euro bestaat uit een houten pizzaplank met plakken coppa, parmaham, mortadella, bresaola en salami, alles vers van het mes, in alle eenvoud een uitstekende starter. Uit de losse glazen wijn blijken fut en smaak verdwenen, ze worden zonder omhaal vervangen door een verse fles sauvignon blanc van Stern uit Alto Adige (32,50 euro).

Aan de salade van boontjes, radijs, aardappelchips en grove mosterddressing (8 euro) klopt alles: vers, beetgare bonen, frisse dressing. Risotto met mosselen is er in twee maten, het kleine maatje (9,50 euro) is een aangenaam bord met perfect gegaarde mosselen op risotto van de juiste vloeibaarheid.

Dat we op een Hollands station een bordje gebakken sardines – een mediterrane klassieker par excellence – treffen is al een unicum, dat ze ook nog goed zijn, is bijna een wonder. Minder indrukwekkend is de kalfslever met gegrild brood en geroosterde bospeen. Kalfslever is een lastig product, dat snel doorslaat en droog wordt. In dit geval is de lever versnipperd in een hachee-achtige consistentie waarin weinig van de subtiele smaak overeind blijft. Een al te vet gegrild stuk brood, gekruist met een strip krokant spek redt het gerecht niet.

Indrukwekkend is de (Italiaanse) kaaswagen, waarvan voor 10,50 euro op het bord een selectie gepresenteerd wordt. Dat gebeurt met zorg, door eerst het droge snijvlak weg te snijden. Ook de frambozencheesecake (7 euro) is goed.

De rekening

Het loopt op de grote klok tegen tienen, de jeugdige kok loopt met een skateboard onder de arm het uitgestorven perron op. Wij sluiten af met een prima espresso en rekenen 118 euro af.