Over en rondom neuroloog Jansen wordt veel onzin beweerd

Harald Merckelbach heeft een aantal patiënten geïnterviewd die een verkeerde diagnose van neuroloog Jansen hadden gekregen (NRC Handelsblad, 21 september). Op grond van deze interviews komt deze psycholoog tot opmerkelijke conclusies over de neurologische diagnostiek in het algemeen.

Iedere arts maakt fouten. De diagnose ziekte van Parkinson bleek bij obductie bij ten minste 10 procent van de patiënten niet juist te zijn. In een MS-expertisecentrum bleek 7 procent van de patiënten een andere diagnose dan MS te hebben. Het percentage juiste diagnoses bij patiënten met alzheimer is zeer afhankelijk van het stadium van de ziekte. Ik vind het moeilijk te zeggen of Jansen te vaak een foute diagnose stelde. Merckelbach niet: Jansen zou zelfs crimineel vaak een verkeerde diagnose hebben gesteld.

Jansen zou hebben gemeend zonder aanvullend onderzoek de diagnose te kunnen stellen. Of en welk aanvullend onderzoek moet worden verricht is minder duidelijk volgens de literatuur dan Merckelbach lijkt te beseffen.

Merckelbach schrijft ook over een Brabantse neuroloog die te vaak het lichamelijk onderzoek achterwege liet. Waarop hij deze conclusie baseert is mij niet duidelijk. Ik heb die zaak moeten bestuderen en stel vast dat deze bewering van Merckelbach onjuist is.

Over en rondom Jansen wordt veel onzin beweerd. Dat stel ik vast op grond van de feiten, niet mijn intuïtie.

Rien Vermeulen, neuroloog

    • Rien Vermeulen