Nu heerst alom instabiliteit

Als oud-Europarlementslid was Bob van den Bos deze week in Tunesië op werkbezoek. „De bescheiden premier spreekt zo zacht dat we hem nauwelijks verstaan.”

Foto Roger Cremers

Vrijdag 27 september

De zogenoemde Arabische Lente is vrijwel overal uitgelopen op chaos en geweld. De verdrijving van dictators heeft nog niet geleid tot het ontstaan van nieuwe democratieën. Is Tunesië, waar het allemaal begon, een uitzondering? Kan dit land als voorbeeld dienen voor de rest van de Arabische wereld? De komende week ga ik op zoek naar antwoorden.

Als lid van een delegatie van Europese politici (oud-leden van het Europees Parlement) breng ik een werkbezoek aan dit land. Ter voorbereiding heb ik vanochtend een onderhoud met de ambassadeur van Tunesië. Hij geeft een glasheldere uiteenzetting van de problemen in zijn land.

Zaterdag

Zoals elke zaterdag ga ik in de ochtend koffiedrinken met mijn 94-jarige moeder op het Willem Royaardsplein in Den Haag. Het is dan spitsuur van rollators, voortgeduwd door gedistingeerde buurtgenoten, vooral dames.

In de avond vlieg ik via Frankfurt naar Tunis en kom pas diep in de nacht aan in mijn hotel. Als ik tollend van de slaap op mijn bed neerplof, blijkt er tegenover mijn kamer nog een luidruchtig feest aan de gang.

Zondag

Vroeg op voor een dag onderdompeling in de geschiedenis van Tunesië, onder leiding van twee ervaren gidsen. Door slaapgebrek slenter ik als een zombie door het Archeologisch Museum. In de bus treft ik naast andere oud-collega’s ook mijn goede vriend en vroegere rivaal Jan Willem Bertens met wie ik een onverzadigbare passie voor politiek en sport deel. Het bezoek aan de restanten van het aloude Carthago roept bij mij herinneringen op aan mijn gymnasiumtijd. Terwijl ik weemoedig over de puinhopen van de eens zo bloeiende stad staar, informeert Jan Willem bij mij naar de opstelling van het Nederlands elftal dat in 1953 van Frankrijk won.

Maandag

We worden ontvangen door EU-ambassadeur Laura Baeza, vergezeld door liefst zes medewerkers. Volgens haar ligt de voornaamste oorzaak van de politieke chaos in de onervarenheid en incompetentie van de nieuw verantwoordelijke politici. Door de jarenlange dictatuur hebben de nieuwe machthebbers geen idee wat de democratie van hen verlangt. Velen komen uit de gevangenis of uit het buitenland. De grootste partij, de islamitische Ennahda, wordt door de niet-religieuze partijen diep gewantrouwd. De samenleving mag niet geïslamiseerd worden. Tunesië is een op Franse leest geschoeid land waar mannen en vrouwen gelijk zijn en bij voorbeeld abortus is toegestaan. Nu heerst alom instabiliteit.

De moord op twee politici van de oppositie heeft de hele politiek in staat van alarm gebracht.

Van de Europese ambassade gaan we onder politiebegeleiding door het drukke Tunis naar het parlement, nu grondwetgevende assemblee genoemd.

Hier worden we ontvangen door de voorzitter. Volgens hem bevindt zijn land zich nu in een moeizame overgangsperiode van despotisme naar democratie. De parlementsvoorzitter heeft goed nieuws: de partijen zijn weer met elkaar in gesprek en een oplossing lijkt in zicht.

In de middag hebben we een lange zitting waarin we achtereenvolgens met maar liefst zeven fractievoorzitters spreken. Een zeer wereldse dame van Ennahda houdt een emotioneel pleidooi voor democratie en mensenrechten.

In de avond gaat onze delegatie naar de residentie van de EU-ambassadeur voor een diner in de tuin waarvoor ook de ambassadeurs van de lidstaten zijn uitgenodigd.

Dinsdag

Vandaag ontmoeten we de politieke top van Tunesië. De bescheiden premier spreekt zo zacht dat de helft van de delegatie hem nauwelijks verstaat. Hij bedankt ons hartelijk voor de steun die wij als Europarlementsleden hebben verleend aan het verzet tegen dictator Ben Ali.

De regeringsleider windt er geen doekjes om: ‘Wij zoeken van dag tot dag onze weg naar democratie. Het is extreem moeilijk in de nieuwe versnipperde verhoudingen de grote problemen op te lossen zoals de enorme jeugdwerkloosheid, criminaliteit en terrorisme.’

Het lijkt wel of het hem allemaal te veel wordt.

De minister van Buitenlandse Zaken ontvangt ons in een weldadig marmeren kantoor. Hij geeft ons een tour d’horizon van de situatie in zijn land en de Arabische wereld. De bewindsman toont zich optimistisch over de Tunesische toekomst, omdat de jongeren veelal goed zijn opgeleid en het bestuur wordt geschraagd door een solide ambtenarenapparaat. In tegenstelling tot Egypte heeft het leger hier geen politieke macht. De minister spreekt zijn afschuw uit over de staatsgreep in Kairo.

In de avondschemering op naar het presidentiële paleis.

De nu weer geliefde politicus Bourguiba heeft in de jaren zestig een bouwwerk laten verrijzen waarbij vergeleken Huis ten Bosch een armoedig stulpje lijkt.

Onder het oog van televisiecamera’s stelt delegatieleider Pat Cox ons voor aan de president. Deze neemt plaats in een enorme fauteuil, omringd door gouden stoeltjes waarop wij plaatsnemen. In tegenstelling tot wat zijn imponerende ambiance suggereert, blijkt het staatshoofd slechts bescheiden ambities te koesteren. Hij ziet zijn rol als faciliterend: onderhandelingen tussen elkaar wantrouwende politici lostrekken als die weer zijn vastgelopen.

Woensdag

We worden ontvangen door Ennada, een organisatie die microkredieten verleent aan arme mensen om een bedrijfje op te zetten. Het gaat hier niet om liefdadigheid: cliënten moeten maar liefst 30 procent rente betalen. Het vergt kostbare administratieve mankracht om zo veel mini-leninkjes te verstrekken. Vervolgens bezoeken we in een dorpje een Ennada-bank vol ondernemende gesluierde vrouwen die geld komen lenen om een winkeltje te beginnen.

Donderdag

Vanochtend hebben we op de universiteit uitvoerige discussies met studenten gevoerd. Zij blijken zeer ontevreden over hun toekomstperspectieven en het regeringsbeleid.

Na de lunch ontmoeten we de leiders van de machtige vakbeweging en van de werkgeversorganisatie.

De climax van de week: de heren vertellen ons dat ze persoonlijk zeer recent het aftreden van de regering alsmede nieuwe verkiezingen hebben afgedwongen! Niks parlementair primaat. Mijn D66 hart draait even om. Op mijn verbaasde vraag „Hoezo democratie?” antwoordt de vakbondsleider dat ze wel moesten ingrijpen omdat de economie naar de knoppen gaat door de politieke verlamming. Tunesië heeft sinds zijn onafhankelijkheid een sterk maatschappelijk middenveld. De zeer verdeelde politieke partijen vreesden massademonstraties en stakingen als ze niet zouden toegeven. Het lijkt beklonken, maar hier kan alles altijd nog veranderen.

Morgen spreken we nog met economen, journalisten en vrouwenactivisten, maar de conclusie die we binnenkort aan het Europees Parlement gaan rapporteren tekent zich al af: Tunesië is verder op weg naar democratie en welvaart dan de andere Arabische Lente-landen, maar de ruziënde karavaan heeft de oase nog lang niet in zicht.