Nederlandse multinationals dupe van dalende groei in opkomende markten

Door tegenvallende groei in opkomende landen, maken DSM en Unilever minder winst.

De opkomende economieën kampen met groeivertraging: ze groeien nog wel, maar niet meer zo hard als voorheen. Daarnaast keldert de waarde van valuta als de Indiase rupee en de Braziliaanse real. Ontwikkelingen waar grote Nederlandse multinationals de dupe van zijn.

Chemiebedrijf DSM en levensmiddelenconcern Unilever zagen zich de afgelopen dagen al genoodzaakt hun beleggers te waarschuwen voor tegenvallende kwartaalcijfers, die zij later deze maand bekendmaken. Analisten voorzien dat ook elektronicaconcern Philips last heeft van afvlakkende groei in de opkomende markten en negatieve wisselkoerseffecten.

DSM meldde vorige week als eerste dat het zijn eerdergenoemde doelstellingen waarschijnlijk niet gaat halen. In plaats van de verwachte winst van 1,4 miljard euro denkt het concern iets onder de 1,35 miljard uit te komen. De groei in Azië is goed, zei DSM, maar op een „meer bescheiden niveau” dan voorheen. Verder spelen de ongunstige wisselkoersen en het uitblijven van de groei in Europa mee.

Bij Unilever moest bestuursvoorzitter Paul Polman voor het eerst sinds zijn aantreden, eind 2008, waarschuwen voor tegenvallende financiële resultaten. Het nieuws kwam als een verrassing voor beleggers. Zij zijn gewend dat het levensmiddelenconcern kwartaal na kwartaal met sterke groeicijfers komt. In de opkomende economieën groeide het bedrijf lange tijd met percentages van boven de 10 procent. Onlangs vergrootte het concern zijn belang in zijn Indiase dochterbedrijf Hindustan Unilever Limited.

In het derde kwartaal van dít jaar zit die groei er niet in, liet de Unilever-topman dinsdag weten. Bedroeg de omzetgroei in het derde kwartaal vorig jaar nog 5,9 procent, dit jaar zal dat uitkomen tussen de 3 en 3,5 procent. Polman probeerde de boel nog te sussen door te zeggen dat de omzetgroei in het vierde kwartaal naar verwachting weer verbetert, maar het mocht niet baten: na het onverwachte nieuws daalde de aandelenkoers.

Unilever, bekend van merken als Dove, Magnum, Lipton en Robijn, is sterk afhankelijk van opkomende economieën. Van zijn omzet van ruim 50 miljard euro kwam vorig jaar circa 57 procent uit deze markten. Dat percentage blijft toenemen, aangezien de markt in Europa en Noord-Amerika vrijwel stil ligt.

Een zwakkere economische groei van landen als India, Brazilië en China heeft direct consequenties voor de Brits-Nederlandse multinational. Tel daarbij op dat ook de munteenheden van landen als India en Brazilië ernstig zijn verzwakt, en het bedrijf wordt dubbel getroffen. Later deze maand, bij de presentatie van de kwartaalcijfers, op donderdag 24 oktober, is duidelijk hoe groot de schade precies is.

Analisten van Rabobank verwachten dat de omzet van Philips 8 tot 9 procent lager zal uitvallen als gevolg van de waardedaling van onder meer de rupee, de real en de Japanse yen. Vorige maand maakte Philips-topman Frans van Houten bekend dat het elektronicaconcern de komende jaren „groeiversnelling” zoekt in de uitbreiding in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Deze regio’s maken nu een derde van Philips’ omzet uit. Het is niet onwaarschijnlijk dat dat groeivertraging wordt in plaats van groeiversnelling.

    • Barbara Rijlaarsdam