‘Mijn leven is op dit moment één groot vraagteken’

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Deze foto is gemaakt in 1992, toen wij twee jaar met ons schip de Taeke Hadewych op reis waren in Antarctica. We voeren in het Beaglekanaal, een zeestraat langs de zuidelijke punt van Zuid-Amerika.”

„Twee jaar lang, sinds het voorjaar van 2011, zijn Eerde en ik samen in de rouw geweest. Bij hem was de diagnose ALS gesteld. Het is een vreselijke spierziekte. Zijn zintuigen hebben tot het laatste moment gefunctioneerd, maar de spierkracht verdween volledig uit zijn handen, zijn voeten, zijn armen, zijn benen, overal. ‘Ik eindig als een zak met botten’, zei Eerde vaak.

„Hij was een zeezeiler, een marathonloper, een schrijver, een verhalenverteller, een debater – en er bleef niets van hem over. Hij viel stil in alle opzichten. Blikken naar elkaar en strelingen werden onze nieuwe taal. We hebben samen vele uren gezwegen en gehuild. We vroegen ons af wat dat is: afscheid nemen van het leven. Hoe geef je daar vorm aan? Dat gaf ons moed om samen door te gaan, om voor hem nog het beste uit het leven te halen wat erin zat.

„Eerde werkte aan een promotieonderzoek over de geschiedenis van de pleziervaart in Nederland. Met zijn laatste kracht heeft hij dat vorig voorjaar kunnen voltooien. We hebben gewerkt aan een tentoonstelling in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek over onze zeereizen. Met de Taeke Hadewych, het schip dat Eerde zelf met hulp van vakmensen heeft afgebouwd en getuigd, hebben we gezeild langs de koude kusten van de Noord- en de Zuidpool.

„De opening van de tentoonstelling, op 13 april, heeft Eerde nog kunnen meemaken. Onze familie en vrienden waren erbij aanwezig. We beseften allemaal dat het Eerde’s afscheidsbijeenkomst zou kunnen zijn. Hij had een toespraak voorbereid die hij niet meer kon uitspreken; dat heb ik voor hem gedaan. Hij zei daarin: ‘Wie prettig oud wil worden, moet op tijd beginnen.’ Samen met mij had hij 88 jaar willen worden; hij stierf op 69-jarige leeftijd.

„Eind april, begin mei ging Eerde razendsnel achteruit. Hij had aangegeven hoe hij zijn levenseinde, met euthanasie, voor zich zag. Kort voor Pinksteren trok hij de grens. Op 15 mei heeft hij zijn leven afgerond. Zijn laatste woorden waren ‘Het is goed zo’, nadat hij afscheid van mij had genomen en de twee dokters had bedankt die hem hadden geholpen.

„De eerste dagen na zijn dood voelde ik vooral opluchting. Ik was zó blij voor hem dat de volledige aftakeling – van deze vitale en sportieve en sprankelende man – voorbij was.

„Afgelopen zomer heb ik alleen maar lopen huilen in de tuin. M’n tranen gingen rechtstreeks de grond in, waar ze goed vielen, in deze droge zomer.

„Gelukkig kan ik teren op prachtige herinneringen. We hebben geweldige reizen gemaakt, we hebben een leven op zee gedeeld, van muziek genoten, eindeloze gesprekken gevoerd, wandelingen en fietstochten gemaakt op de eilanden die we samen hebben aangedaan.

„Ik heb duizenden dia’s aan de reizen overgehouden, hij heeft zeven boeken geschreven: behalve zijn geestelijke is ook zijn tastbare nalatenschap rijk en omvangrijk. Dit alles koester ik. We kwamen tijd tekort. Ik had een verrukkelijk leven met Eerde.

„Maar des te groter is het gemis nu hij er niet meer is. We hadden een manier van leven ontwikkeld waarin we samen steeds duidelijke keuzes maakten. Beiden waren we docent aan de hogeschool. Lezen en lesgeven, zelf studeren en studenten om ons heen – dat was een belangrijk deel van ons leven.

„We leefden sober, om onze andere passie te kunnen volgen: de zeereizen. Die reizen bedenk je niet op een zondagmiddag, die vergen intensieve voorbereiding. Dat betekent dus: je inlezen, praten met mensen, vooruitdenken, gevaren inschatten, stevig de regie nemen.

„Ook Eerde’s afscheid van het leven en het ‘wennen aan de dood’ hebben we goed doordacht, samen heel bewust beleefd en uitgevoerd zoals Eerde het graag wilde.

„We haalden steeds het beste uit elkaar. We konden daardoor, zowel aan de wal als op zee, goed omgaan met tegenslag en stormweer.

„Dat intense gevoel, van samen delen en steeds nieuwe uitdagingen aangaan, mis ik nu iedere dag. Dat maakt me tot op het bot verdrietig. Mijn leven nu, zonder hem, is één groot vraagteken. Het voelt leeg en zinloos.

„De laatste weken voel ik wel dat ik iets rustiger word van binnen. M’n tranen verdwijnen. Ondanks al m’n verdriet ben ik in staat mezelf op te pakken en niet weg te zakken in een spiraal van treurnis. Drie ochtenden per week doe ik aan looptraining, bij de atletiekvereniging waarvan ook Eerde lid was. Hoe rot ik me ook voel, ik trek m’n hardloopschoenen aan en ik ga.

„Van zeezeilen heb ik geleerd dat ‘het zware weer’ waarin ik leef, eerst met Eerde en nu alleen, op een dag ook weer voorbij kan zijn. Eerde heeft me dat ook steeds voorgehouden: ‘Je wordt oud zoals je geleefd hebt’, zei hij vaak, en ook: ‘Na het leven met mij krijg jij gewoon een ander leven.’

„Graag wil ik op een dag weer mijn leven met iemand delen. Ook dat hebben Eerde en ik met elkaar besproken. Denken over de dood hoorde bij ons leven als zeezeilers. We wisten van elkaar dat we geen van beiden alleen zouden blijven wanneer de ander zou wegvallen. Op een dag zal ik daar aan toe zijn. Maar nu nog niet. Eerst wil ik nagenieten van mijn leven met Eerde. De oogsttijd is aangebroken – alleen, niet samen, zó triest.”

Gijsbert van Es

Reacties via nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan