Mediamacht sluipt het strafrecht binnen, van twee kanten

Hoe groot is de druk van de media op het recht? Vrij groot, te oordelen naar het aantal symposia dat er aan gewijd wordt. In de afgelopen twee weken waren er alleen al twee in Amsterdam. Met op de achtergrond steeds het bezorgde gevoel dat de publieke opinie aan macht wint. Dat ‘het sentiment’ het recht opjaagt en de beoefenaren ervan hindert, beïnvloedt, uit het lood trekt.

Is er nog wel genoeg ruimte voor advocaten, rechters en officieren om ‘rechtstatelijk’ te zijn, gezien de spektakelzucht en emotiestormen die in media en politiek woeden? De togaberoepen zijn nerveus.

De erupties in de zaak tegen de Acht van Eindhoven en de vervolging van de automobilist die de Haagse scholier Donnie Rog doodreed, maakten indruk. Daarin erkende het OM, afgedwongen door de publieke opinie na tumult in de rechtszaal, dat de strafeis inderdaad te laag was. Ook de documentaire over de advocaten van Robert M. die dinsdag op tv was, liet de spanning zien. Zij werden consequent belaagd met haatmail en doodsbedreigingen. Hun kantoor bleek een zelf dovende brievenbus te hebben – en niet voor de lol. Robert M. werd in sommige media onomwonden als het ‘monster van Riga’ aangeduid. Bij het Eindhovense incident over de ‘kopschoppers’ ontstond een drijfjacht op internet op de verdachten, aangezwengeld door schokkende beelden van bewakingscamera’s. En gretig opgepikt door sites die van lak aan journalistieke ethiek hun handelsmerk maken.

Ook de beslissing om Volkert van der G. een proefverlof te misgunnen bleek helemaal te zijn gebaseerd op mediavrees. Zodra Van der G. in de publiciteit komt, ontstaat er een mediagedreven golf van bedreigingen – „aanhangers van Pim Fortuyn zullen zich naar het verlofadres begeven”, zo voerde de staatssecretaris aan. En berg je dan maar. De beroepscommissie boog hier overigens niet voor en droeg de Staat op dat verlof netjes toe te kennen. Of Teeven zich daar ook aan zal houden, is nu een brandende kwestie. Hier dreigt weer een mediastorm.

Bij het symposium in de Amsterdamse Stadsschouwburg was ik van plan iets nuchters te zeggen over de terecht groeiende belangstelling voor strafrecht. Criminaliteit is internationaler geworden en veel beter georganiseerd. En ja, het is ook onveiliger nu dan in de jaren zeventig. Politie en justitie zijn al jaren bezig aan een inhaalslag, zowel functioneel als organisatorisch. In een mediasamenleving heeft de burger per definitie invloed, ook op de hoogte van straffen, op strafsoorten, op prioriteiten bij het OM en politie. Er zit niks anders op dan daarmee om te leren gaan. Het OM deint trouwens al jaren mee op de nieuwsconjunctuur. Overvallen, woninginbraken, cyberaanvallen, nee, kinderporno! En de minister maar ‘veiligheid’ beloven en er vertrouwenwekkend bij kijken. Rustig wordt het niet meer.

Het Openbaar Ministerie zoekt naar legitimatie bij het volk en werkt met burgerpanels. Van het bedrijfsleven afgekeken focusgroepen: marktonderzoek naar gewenste strafhoogtes. Uit het recente boek ‘Opwaaiende toga’s’ leerde ik dat het OM inmiddels hogere straffen eist voor verkrachting op advies van zo’n panel. Intussen doet de rechtspraak z’n best om met steeds eenvoudiger filmpjes, tv-experimenten, open dagen en vooral hogere straffen de burger content te houden. Tegen de toga’s zou ik zeggen: blijf in je rol, wees neutraal en houd afstand. Meer hoeft van mij niet.

Dat brengt me op de strafzaak tegen Berthold Ziengs, de Drentse gedeputeerde die vorige week wegens BTW-fraude tot 22 maanden cel werd veroordeeld. Daarin hield de officier een opmerkelijk requisitoir dat op maat van moderne media was gesneden, inclusief sarcasme, ad-hominem-verwijten en stemmingmakerij. In neutrale termen ging het hier om een belastingfraudeur die gedurende vijf jaar een handelsstroom had verzonnen en daarvoor ten onrechte 7 ton BTW-teruggave had ontvangen. Opmerkelijk was het amateurisme en de flagrante werkwijze. Slim was hij niet, want de facturen waren opzichtig vervalst. De ‘zakenpartner’ bleek verzonnen en diens ‘Duitse’ telefoonnummer had per vergissing het Britse landnummer. Gedeputeerde Z. leefde in een fantasiewereld als ‘geslaagd ondernemer’ en had daarop zijn macht als regionale VVD-baron gebaseerd. Hij deed me denken aan de fabulerende wetenschappers Stapel en Bax, die hun succes ook baseerden op doe-het-zelfbedrog, thuis met pen en papier. Dom, zielig en schadelijk voor de samenleving. En slecht, ja, dat ook. Ziengs heeft nu een miljoen schuld aan de fiscus, moet de cel in en is zijn reputatie kwijt.

Het OM ontdekte echter dat de man als kind een bijrol had in de tv-serie ‘Bartje’, het eigenwijze Drentse jongetje dat geen bruine bonen lustte. Ook bleek hij zijn BV naar een heuse indiaan te hebben genoemd, Tecumseh, leider van de Shawnee, wat meteoor of vallende ster zou betekenen.

Waarna het OM aan het schmieren sloeg en van Ziengs een Bartje maakte ‘die niet buigt voor de feiten’. En iemand die alleen ‘ster’ tussen aanhalingstekens is. Wat heeft dat ermee te maken? Op de perstribune tikt zoiets makkelijk op. Maar hoever zijn we af van nog kleurrijker OM-kwalificaties, nog meer op maat van de boys van PowNews en GeenStijl? Een requisitoir compleet met vette koppen? Dan ben je dus als overheid zelf aan het mediatiseren geslagen. Maar waarom eigenlijk? Niet om de strafrechter te overtuigen. Die is daar wars van. In de uitspraak tegen Z. werd niets van deze flauwekul overgenomen. Dit kan niet anders dan voor de bühne zijn bestemd. Emotie, stemming maken – ook het Openbaar Ministerie doet er helaas aan mee. De verruwing komt van twee kanten.

De auteur is juridisch redacteur