Kan Epke nog wel Epke blijven?

Europees en olympisch kampioen is hij al. Als hij zondag wereldkampioen wordt, hebben de turner en zijn negen man sterke begeleidingsteam optimaal gepresteerd.

Epke Zonderland: „Op basis van de moeilijkheidsgraad is de titel haalbaar, maar het wordt spannend.” Foto afp

Epke Zonderland is tot rust gekomen. Met dank aan de olympische turntitel. Zijn carrière is geslaagd.

Mooi moment om te stoppen,

zou menig sporter zeggen. Niet Zonderland, bij wie de prikkels om te presteren na de Olympische Spelen in Londen allerminst zijn afgenomen. De 27-jarige rekspecialist blijft hongerig. Omdat winnen nooit verveelt. Omdat winnen verslavend werkt. Maar vooral omdat winnen zo bevredigend is; het is de ultieme beloning voor alle inspanningen. „Wat er verder gebeurt, ik zal met een goed gevoel kunnen terugkijken om mijn carrière. Vanaf nu kan het alleen maar mooier worden.”

Zonderland voelde na de Spelen dat hij nog niet klaar is met turnen. Het eerste half jaar dompelde hij zich onder in huldigingen en accepteerde hij als nieuwe bekende Nederlander vele uitnodigingen – Epke was on tour.

Leuk, gezellig en het verdiende ook nog eens aardig, maar na verloop van tijd trok de collegezaal, maar vooral de turnhal. „Op een goed moment wil je weer normaal leven, jezelf zijn”, zegt de Heerenveense turner die ook nog geneeskunde in Groningen studeert. „Na een half jaar was het mooi geweest. Ik had mijn verhaal wel verteld. De Olympische Spelen lagen achter me, ik kreeg steeds sterker de behoefte vooruit te kijken.”

Vluchtelementen

De wereldkampioenschappen wachtten. Zonderland had nog maar negen maanden om zich voor te bereiden op de titelstrijd in Antwerpen. Nu de rekspecialist in België is, weet hij dat aanlooptijd krap is geweest. Hij heeft een sterke rekoefening, maar zonder de combinatie van drie vluchtelementen die de basis vormde voor zijn olympische titel. Zonderland komt zondag in Antwerpen met tweemaal een combinatie van twee vluchtelementen. Of het goed genoeg is voor de wereldtitel, de enige grote prijs die hij nog niet bezit? Zelfs de turner heeft zijn twijfels. „Op basis van de moeilijkheidsgraad is de titel haalbaar, maar het wordt spannend.”

Een wereldtitel in een postolympisch jaar zou minder waardevol zijn. Zo ziet Zonderland dat niet. „Je ziet dat veel atleten het jaar na de Spelen minder scherp zijn. Dat geldt voor mij ook een beetje, omdat ik voor mijn studie had gekozen. Maar ik vind het juist daarom belangrijk nu de sterkste te zijn. Het lukt weinig turners na de olympische titel wereldkampioen te worden. Het niveau is misschien iets lager dan in Londen, maar is nog steeds heel moeilijk om Fabian Hambüchen en Kohei Uchimura te verslaan. En, het blijft een wereldtitel, zo is het wel.”

Ogenschijnlijk is Zonderland nog steeds dezelfde Zonderland van voor ‘Londen’. De rituelen van een kampioenschap zijn vertrouwd en hij spreekt in ontmoetingen met de media nog steeds dezelfde taal. De houding van de buitenwereld ten opzichte van de turner is veranderd. De Nederlandse pers is massaal uitgerukt om de olympisch kampioen eventueel wereldkampioen te zien worden. En het publiek, ook in België, verdringt zich voor een handtekening. „Soms is dat lastig”, erkent Zonderland. „Vooral als ik in een ruimte bent waar alleen naar mij wordt gekeken. Dan kan ik moeilijk mezelf blijven en word ik gereserveerder dan normaal. Maar ondanks alles is het prettig dat er enthousiast op mijn olympische titel wordt gereageerd.”

Zijn status is intussen zo sterk gegroeid, dat Zonderland als centrale gast is gevraagd voor het televisieprogramma College Tour van Twan Huys, waarvoor woensdag de opnamen wordt gemaakt. Tot zijn eigen verbazing – „wat willen de mensen nog van me weten?” Maar vereerd is hij wel. „Omdat het een programma is met bijzondere gasten.” Waarna Zonderland erg moet lachen als iemand opmerkt: ‘Ja, Willem Holleeder.’

Biotoop

Mooi al die uitstapjes als olympisch kampioen, maar het doet Zonderland vooral goed dat hij is teruggekeerd naar zijn biotoop, naar zijn vertrouwde omgeving, naar de mensen die hem als turner bijstaan. En dat zijn er nogal wat. Zonderland wordt gesteund door negen specialisten, mensen die belangrijk voor hem zijn. Zonder hen had hij die gouden medaille niet gewonnen.

Het intensiefst werkt Zonderland samen met zijn trainer Daniel Knibbeler, iemand die hem aangenaam heeft verrast. „Omdat er bij zijn aanstelling geen sprake was honderd procent vertrouwen. Daniel had bij Heerenveen alleen jeugd getraind en dan is het afwachten hoe zo iemand zich ontwikkelt. Nou, dat heeft niet langer dan een half jaar geduurd. Knibbelers kracht? Zijn analytisch vermogen. Hij probeert te leren van het verleden en zoekt voortdurend naar verbeteringen. Daardoor hebben we een mooie lijn naar de Olympische Spelen kunnen uitzetten. En die houden we aan.”

Vooral na het goud in Londen is manager Johan Boesjes een belangrijke schakel in het ‘Team Epke’ geworden. Een kennis van de familie Zonderland, die tijd heeft nadat hij in 2000 zijn internationale uitgeverij heeft verkocht. Zo is de turner in 2007 ook met hem in contact gekomen. „Goed dat Johan mijn zaken behartigt”, verzucht Zonderland. „Er komt zoveel op je af, dat is niet meer te overzien. Nee, ik heb nooit overwogen een professioneel bureau in de arm te nemen.”

Voor een turner met een onwillige schouder en een kwetsbare rug is de fysiotherapeut onmisbaar. Rien Vianen is de man die waakt over het gestel van de olympisch kampioen. Zonderland: „Rien is vier keer per week in de turnhal, maar ook daarbuiten kun je altijd bij hem terecht. Ik heb zijn intensieve begeleiding hard nodig.”

In het verlengde van de fysiotherapeutische behandeling ligt stretchen, waarvoor Zonderland tijdens een intensieve trainingsperiode wekelijks naar Steggerda, nabij Wolvega, rijdt om zich te laten behandelen door Josine Haspers. Zij loopt letterlijk over Epkes rug en trekt zijn spieren bruusk op. Van afstand lijkt het bijna op martelen. Haspers werkt volgens de theorie van de Amerikaan Bob Cooley, die al eens naar haar praktijk is gekomen om Zonderland hoogstpersoonlijk bijna uit elkaar te trekken. Cooley laat sporters onder weerstand stretchen. Ongewoon volgens veel spierkenners, maar de turner voelt zich er comfortabel bij.

Sinds drie jaar volgt Zonderland een programma krachttraining bij Jorden Bres, de specialist die al jaren in dienst is van sportkoepel NOC*NSF. Twee keer per week beult de rekspecialist zich af in het krachthonk. Met resultaat. „Ik ben er sterker en explosiever van geworden”, zegt Zonderland.

Zijn algehele fysieke gesteldheid wordt bewaakt door sportarts Karin Top, die bij de WK in Antwerpen door de turnbond als teamarts is ingehuurd. Zij controleert hem gemiddeld elke twee weken. Verder komt Top alleen in beeld als er echt wat met Zonderland aan de hand is. Wat Top zo in de turner waardeert is zijn vermogen om exact onder woorden te brengen wat hem mankeert. Anderzijds ook wel logisch voor een student geneeskunde.

Voeding

Qua voeding laat Zonderland zich adviseren door sportdiëtiste Sita Veenstra, met wie hij wekelijks contact heeft. Voeding vindt Zondeland interessant, vooral om uit te zoeken of er op voedingsgebied nog winst te behalen is. De turner: „Ik ben daar fanatiek in. Ik lees veel over voeding en zoek zelf veel uit. En ik kook vaak zelf.”

Voor de mentale begeleiding gaat Zonderland zo nu en dan op bezoek bij sportpsycholoog Hardy Menkehorst. Maar echt nodig heeft hij die steun niet. Zonderland is mentaal sterk genoeg om zichzelf te redden. Desondanks vindt het aangenaam periodiek met Menkehorst te praten. Voor de feedback en de uitwisseling van ervaringen. „Ik vind het prettig om zo’n contact te onderhouden, te weten dat er altijd iemand is die mijn situatie kent en die je kunt bellen als dat nodig is”, lengt de turner uit.

Tot slot is er nog Herre Zonderland, zijn broer en toeverlaat. Herre, die zelf ook op internationaal niveau heeft geturnd, is Epkes vertrouwenspersoon. Die band is moeilijk uit te leggen, maar gaat diep. Met Herre kan hij alles bespreken, die begrijpt hem volledig. Tijdens wedstrijd in de hal hoort Epke de stem van Herre boven iedereen uit. Dat geeft hem vertrouwen. Epke: „Eigenlijk kun je hem niet tot mijn begeleidingsteam rekenen, maar Herre is voor mij onmisbaar.”