In Korea mag het plenzen

Giedo van der Garde is de enige Nederlandse autocoureur in de Formule 1. Hij hoopt dit weekend dat een Japanse tyfoon het racecircuit in Zuid-Korea onder water zal zetten.

Een helm is pas een helm als er helm op staat, moeten ze bij Arai Helmets gedacht hebben. Misschien ook om verwarring te voorkomen met de ambtenarenhoeden waarmee Yuichiroh Arai ruim een eeuw geleden zijn brood verdiende. Zijn zoon Hirotake richtte in 1937, het vitale jaar waarin Japanse troepen China binnenvielen, het bedrijf op dat nu het hoofd van Nederlands enige Forumule 1-coureur voor onheil moet behoeden. En dan vooral de vastberaden ogen van Giedo van der Garde, die als zachte krachten in de Arai verpakt zitten zoals Giedo’s lijf dit weekend bij de Grote Prijs van Zuid-Korea wordt omhuld door zijn Caterham. Die ogen zijn hij gefixeerd op een helder doel: de dertiende plaats, want die kan zijn team een plaats laten stijgen in het constructeursklassement. Bovendien moet hij proberen vóór zijn teamgenoot, de Fransman Pic, te finishen. Die was in het begin van het seizoen beter, maar Pic lijkt wat in te zakken.

Er daagt hulp uit het oosten. Van der Garde rijdt graag in bar weer. Er is zich ten zuiden van Japan een tyfoon aan het ontwikkelen, die de wolken over het Oost-Aziatische vasteland moet jagen. Japanse regen, een Japanse helm en Hollandse ogen – dat zal voldoende zijn.

Tekst: Arjen Fortuin Foto: Bastiaan Heus