‘Ik wist zeker: tanden erin en niet meer loslaten’

Angela Maas

(57) is hoogleraar vrouwencardiologie. Ze strijdt voor erkenning van hartziekten bij vrouwen.

foto Maurice Boyer

Voorliefde

„Mijn vader was huisarts, met een praktijk aan huis. Vanaf de eettafel kon ik de patiënten zien langslopen. Als klein meisje was ik al geïntrigeerd: wat hebben ze? Ik zag ze als een bijzonder soort mens, patiënten. Soms mocht ik mee visites rijden, dan keek ik hoe ze woonden, praatten. Ik had de praktijk kunnen overnemen, maar zodra ik voet in het ziekenhuis zette was ik verkocht. De ronddravende dokters, de patiënten, de machinerie die het systeem gaande houdt – daarin voelde ik me thuis. En nog steeds. Zelfs in een vreemd ziekenhuis kijk ik graag rond. Mijn vader vond het prima, die zei: ‘Volg je hart.’”

Verwondering

„Eenmaal aan het werk als cardioloog begon me langzaam te dagen dat er iets niet klopte aan hoe we keken naar vrouwelijke patiënten. Ik had simpelweg geen antwoord op hun klachten en vragen. Zeurpieten, dacht ik aanvankelijk. Zo was ik opgeleid: vrouwen hebben vage, meestal ongegronde klachten. ‘De overgang’, werd dan gezegd. Maar ik voelde dat mijn zorg tekort schoot. Ik zag ook zaken die ik niet kon rijmen, vrouwen van in de vijftig met een hartinfarct. Volgens de ideeën eind jaren tachtig konden vrouwen pas op hoge leeftijd een hartinfarct krijgen, omdat het hormoon oestrogeen ze beschermende. Dus: hoe zat dat?”

Volharding

„Over hormonen gaan gynaecologen’, kreeg ik te horen toen ik wilde promoveren op het effect van oestrogeen op het vrouwenhart. Internationaal begon het onderwerp te leven, ik bezocht congressen, schreef erover. In Nederland had ik na jaren leuren nog geen universiteit gevonden die me een plek wilde bieden. Er werd lacherig gedaan: heb je haar weer met haar vrouwen. In 1997 startte een onderzoek onder 10 duizend vrouwen in 26 landen, ik werd gevraagd als hoofdonderzoeker namens Nederland. Die kans heeft mijn loopbaan sterk bepaald. Toen wist ik zeker: tanden erin en niet meer loslaten.”

Inzicht

„Inmiddels weten we dat andere oorzaken meespelen bij hartproblemen van vrouwen. De vernauwing in de kransslagader, de mannelijke voorbode van een hartinfarct, komt bij jonge vrouwen weinig voor, wel veroudering in de kleine bloedvaten van de hartspier. Met katheterisatie of een scan is dat niet aan te tonen. Echt goede technieken daarvoor ontbreken nog. Oestrogeen beschermt tot een jaar of vijftig, maar roken doet dat effect teniet. Boven de zestig doen hormonen meer kwaad dan goed. Ik pleit voor gendersensitieve geneeskunde, vrouwen moeten gediscrimineerd worden, maar op de juiste gronden.”

Temperament

„De meeste cardiologen zijn mannen, onderling heerst een haantjescultuur. Dat is niet in mijn voordeel geweest. Toen in 2003 mijn vrouwenpoli opende, werkte ik urenlang aan mijn promotie; vrouwen werden gewoon niet doorverwezen. Toch denk ik achteraf dat de weerstand vooral voortkwam uit ongeloof, de perceptie dat het wel meeviel met die hartklachten bij vrouwen. Misschien had ik meer geduld moeten hebben, diplomatieker moeten zijn. Door mijn ramkoers ben ik weleens het contact verloren met mijn omgeving, heel jammer. Ik kon me er niet bij neerleggen. Vrouwen bleven komen en wilden antwoorden.”

Begrip

„Een van mijn zoons is autistisch. Het heeft me geleerd met teleurstelling om te gaan en te relativeren. Niet alles hoeft perfect te zijn. Ik herinner me ouderavonden op het speciaal vmbo, daar zat ik dan tussen de tokkies. Alles in me schreeuwde ‘hier hoor ik niet’, maar ik hoorde er dus wel. Ik ben blij dat ik die wereld heb leren kennen, eraan heb kunnen wennen dat mijn zoon zo is. Als dokter ben ik er menselijk door gebleven. Ik begrijp de schok van patiënten als ze opeens ziek blijken. Het leven is niet in alles stuurbaar, dingen overkomen je. Zonder mijn zoon was ik misschien helemaal in mijn passie doorgedraaid.”

Ambitie

„De tijdgeest is rijp voor mijn verhaal, mijn hoogleraarschap getuigt daarvan. Het vechten ligt achter me, ik zie mezelf nu als rolmodel. Ik leid een talentvolle cardiologe op, samen zetten we een multidisciplinair centrum op voor vrouwen van middelbare leeftijd met hartklachten. Hoe kunnen deze vrouwen gezond oud worden? Ook willen we vrouwen bereiken met een hoog risico, zoals diabeten. Ik hoop op crowdfunding, vrouwen helpen elkaar graag. Ik hou vaak lezingen, dan gaat er weer 3.000 euro naar de Hartstichting en ik krijg een fles wijn. Dan denk ik: potverdrie, daar kan ik geen centrum van openen. Dat moet anders kunnen.”

    • Brenda van Osch