Het voelt vies en leeg om niks te maken

Schrijver Hanna Bervoets (29) heeft zichzelf wijsgemaakt dat schrijven ertoe doet. Die gedachte maakt haar rustig: „Ik vind het héél erg belachelijk dat we doodgaan.” Dit weekend verschijnt haar columnbundel.

Generatie

„Ik vind het vreemd wanneer mensen mij ‘de stem van mijn generatie’ noemen. Als ik al een generatie vertegenwoordig, is dat maar een heel klein groepje: 30-jarigen die wonen in de Randstad, hoogopgeleid zijn en in de creatieve sector werken. Maar ik heb net zo goed leeftijdsgenoten die vier kinderen hebben en al tien jaar werken. Ik wil niet doen alsof ik met mijn columns en boeken voor hen spreek.

„Maar ik voel me wel onderdeel van mijn generatie schrijvers. Met Tommy Wieringa sta ik niet in het café. Met schrijvers van mijn eigen leeftijd, zoals Thomas Blondeau en Joost de Vries, wel. Ik weet niet hoe dat in de generaties ‘boven’ ons ging, maar ik vind ons heel gezellig. Misschien komt dat doordat literaire avonden nu zo populair zijn. Dan stáán we daar weer met z’n allen. We zijn allemaal heel serieus bezig met schrijven, maar we praten daar luchtig en met zelfreflectie over. Niemand doet alsof schrijven een bovenaardse gave is, of iets mystieks. Mijn generatie schrijvers heeft behoorlijk veel zelfspot.”

Werkritme

„Ik werk afwisselend drie weken aan mijn roman en één week aan mijn columns voor Volkskrant Magazine. Als ik met mijn boek bezig ben, voel ik me veel beter. Het is fijn en rustig, en het gaat over fictieve personages. Maar na drie weken superserieus werken, gaan mensen denken dat ik dood ben. Dan begint de columnweek en spreek ik vaker met vrienden af. Het is de zwaarste week, want ik moet steeds nieuwe onderwerpen verzinnen. Dat voelt gejaagd.

„Die columns heb ik echt nodig. Vanwege de afwisseling, maar ook vanwege de tussentijdse bevrediging van steeds gepubliceerd worden.

„Er liggen altijd tien columns klaar. Als die voorraad slinkt, word ik onrustig. Het lijkt me heel naar om onder druk een column te moeten schrijven. Ik zou bang zijn dat het dan niet goed genoeg wordt.”

Uitschelden

„Als ene Jettie twittert: ‘Ik kots op Hanna’s columns’, nou, dan kotst ze maar. Ik wil niet nadenken over wat vreemden van mijn werk vinden. Ook vanwege dat klassieke mechanisme: je onthoudt van de twintig reacties alleen die ene sneer. Daarom lees ik op Twitter alleen de tweets van mensen die mij mentionen. Uitschelden doen ze meestal toch achter mijn rug om.”

Inzichtje

„De balans moet goed zijn. Een column over haarelastiekjes die steeds kwijtraken is populair bij mijn lezers, maar moet wel worden afgewisseld met bijvoorbeeld een stukje over de zinloosheid van het leven. Zou ik daar elke week over schrijven, dan lijk ik gewoon gek. En er moet altijd een resumé zijn. Een inzichtje. Mijn columns gaan bijna nooit over mij. Hooguit neem ik mezelf als voorbeeld, maar dan wel zo dat de lezer er ook iets mee kan. Dan begin ik bijvoorbeeld met een verhaal over hoe ik mijn beste vriend ontmoet heb, maar eindig ik met een algemene beschouwing over hoe vriendschap werkt, en waarom sommige mensen wel vrienden van je worden en andere niet. Te particuliere columns zijn zó oninteressant.”

Weekend

„Nu steeds meer vrienden werken, heb ik ineens weekenden. Dan speelt ons sociale leven zich af. Nadeel is dat ik liever niet aan mijn roman werk als ik een dag eerder vijf wodka op heb. Ik kan dan niet goed schrijven en dat maakt me chagrijnig. Tegelijkertijd is het juist daarom een soort zelfbescherming dat ik in het weekend naar feestjes ga. Omdat ik het zonde vind om niet te werken op een dag dat ik wél al mijn hersencellen heb, heb ik die katers soms nodig. Ze dwingen me tot nietsdoen.

„Zonder werk kan ik niet. Ik zou niet weten hoe ik mijn dagen dan moet vullen. Ik heb geen andere doedingen, behalve naar feestjes gaan en televisie kijken. Al tijdens het ontbijt gaan mijn gedachtes over de romanscènes die ik die dag zal schrijven.

„Vakantie vind ik daarom ook lastig: waarover moet ik nadenken als dat werk er niet is? Vorig jaar was ik twee dagen alleen in New York. Dat had niet veel langer moeten duren. Ik raak dan heel desolaat. Het voelt vies en leeg om niks te maken.”

De slimste

„Er zijn op televisie twee dingen die ik heel leuk vind: De slimste mens en Wie is de mol. Daarom heb ik daaraan meegedaan. De andere quizzen en realityshows waarvoor ik word gevraagd, wijs ik af. Meedoen aan De slimste mens was deze zomer mijn vakantie. Ik vind dat ook leuker dan vakantie. Er gaat niets boven vragenstellen. Dat ik derde werd, daar baal ik enorm van. Dat was echt erg. Ik ga altijd voor de winst.”

Sociale druk

„Samenwonen lijkt me heel onprettig. Ik werk thuis, en dat lukt niet als er nog iemand rondloopt. En ’s avonds wil ik met de lichten uit en een capuchontrui aan naar mijn series kijken. Een weekendrelatie zou ik wel fijn vinden. Uit eten gaan, dansen en seks zijn leuker met z’n tweeën. Maar de meeste dingen doe ik liever alleen, zoals tv-kijken, werken en lunchen.

„Als iemand drie keer sms’t, kan ik het al eng vinden. Dan heb ik een verplichting. Ik vind sociale druk heel naar. Ik háát afspraken als koffie drinken om 12 uur ’s middags. Dat verstoort mijn werkritme. En ik ga ook nooit meer naar verjaardagen waar ik niemand ken. Drie jaar geleden deed ik het voor het laatst. Dan moet je met je drankje een groepje zoeken waar je bij kunt staan. Je bent dankbaar als dat lukt, want dan ken je op de verjaardag van volgend jaar wel mensen en hoef je niet meer de hele tijd naar de playlist te staren. Daar word ik zó verdrietig van. Ik heb ook een hekel aan de vraag: wat doe jij nu eigenlijk?”

Kinderen

„Ik zit in een gekke fase. Mensen maken op deze leeftijd opeens afslagen. De helft van mijn vrienden is bezig met huizen kopen en kinderen maken. Ik hoor bij die andere helft. Dat maakt me niet onrustig. Ik weet dat ik een kind wil, maar daar hoef ik van mezelf pas op mijn 35ste over na te denken. Ik voel niet de druk om een partner te vinden. Komt die niet, dan zoek ik wel een donor. Zo deed mijn moeder het ook, en die hoorde ik daarover nooit klagen. Vriendinnen met kinderen zeggen: ‘Het is zó zwaar, je moet het echt niet alleen doen.’ Dat maakt me wel een beetje bang, maar het verandert niets aan hoe ik erover denk.”

Oeuvre

„Ik heb mezelf wijsgemaakt dat schrijven ertoe doet. Ook al is dat natuurlijk onzin, het maakt me wel rustig. Ik vind het héél erg belachelijk dat we doodgaan en er opeens niet meer zijn. Zonder twijfelen zou ik voor een eeuwig leven kiezen. En nee, zoals sommige vrienden daar tegenin brengen, ik zou dan niet ophouden met schrijven omdat ik ineens tijd genoeg heb. Schrijven is voor mij een instant bevrediging. Ik ben geen uitsteller en dat zou ik ook niet worden als ik eeuwig leef.

„Ik denk al twee jaar dat ik 30 ben. Ik ben er dus al zó lang op voorbereid dat ik het ouder worden intussen wel prima vind. Ook omdat ik een oeuvre heb. Deze columnbundel is mijn vijfde boek. Ik loop achter op alle vlakken – ik heb geen huis, geen kind, geen partner – maar ik heb wél werk. Het enige wat me uit mijn slaap zou kunnen houden, is dat mijn uitgever zegt dat ze mijn boeken niet meer publiceren. Van het idee dat ik antikraak woon en er elk moment kan worden uitgezet, heb ik nog nooit wakker gelegen.”

Hanna Bervoets: Opstaan, aankleden, niet doodgaan. Atlas Contact, 240 blz. 14,95 euro.