Gewurgd door de buren

Michel Krielaars grasduint in de stapel recent binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Nu de grote herdenking van de Eerste Wereldoorlog eraan komt, zou je denken dat het aantal WOII-boeken zou afnemen, maar niets is minder waar. Guus Luijters, publiceerde in 2012 het indrukwekkende In Memoriam, een herdenkingsboek met de namen van alle 18.000 door de nazi’s vermoorde Nederlands-Joodse kinderen. Nu verschijnt Kinderkroniek 1940-1945 [1], waarin hij aan de hand van chronologisch en samenhangend geordende dagboekfragmenten laat zien hoe de bezetter op slinkse wijze de Joodse gemeenschap van Nederland heeft gewurgd.

Door in een noot aan het eind van ieder fragment te melden wat er van de genoemde Joden terecht is gekomen, maakt hij het drama nog eens extra indringend. Centraal staat de grote razzia van 20 juni 1943 in Amsterdam-Zuid, een vergeten gebeurtenis die een jaarlijkse herdenking verdient, omdat ze zo langzamerhand meer over de Jodenvervolging zegt dan 4 mei.

In zijn roman Het geheim van onsterfelijkheid [2] laat de Zweedse schrijver Gabi Gleichmann zien dat Joden in West-Europa eeuwenlang goed geïntegreerd waren, tot Hitler ze met hun neus op hun ‘volksvreemde’ afkomst drukte. Gleichmanns hoofdpersoon Ari Spinoza, laatste telg uit de familie van de filosoof, belooft zijn moeder op haar sterfbed in 1989 de familiegeschiedenis op te zullen schrijven. Het resultaat is een originele odyssee door de Europese geschiedenis van de 12de eeuw tot 1999. Daarbij wordt ook de destructieve menselijke natuur onder de loep gelegd. De dromerigheid waarmee Gleichmann sommige gebeurtenissen vertelt, doet soms denken aan de Servische schrijver Danilo Kis, die hij met een citaat eert .

Een gekweld volk is ook het thema in het uit 1936 daterende meesterwerkje Dzjan [3] van de ‘proletarische’ Russische schrijver Andrej Platonov (1899-1951). Het raakt je tegenwoordig misschien nog wel meer dan toen het in 1987 voor het eerst in vertaling verscheen, omdat het arme deel van de wereldbevolking steeds vaker zijn geluk in het Westen zoekt. Deze nieuwe editie is bovendien extra aantrekkelijk, omdat ze vier extra hoofdstukken bevat die eind jaren negentig in het archief van Platonov zijn opgedoken. Hoofdpersoon Tsjagatajev is in het communistische Moskou opgegroeid. Maar na voltooiing van zijn studie voegt hij zich bij zijn volk, de Dzjan, dat in de Centraal-Aziatische woestijn in grote armoede leeft en alleen in de dood verlossing denkt te kunnen vinden. Tsjagatajev wil de Dzjan het collectieve geluk van het socialisme brengen om het op die manier uit de armoede te verheffen. Maar hoe, is hem niet duidelijk. Als de Dzjan zich uiteindelijk volvreten aan nieuwe levensmiddelen, gaat iedereen zijn eigen weg en verdampt de collectieve identiteit meteen. Zonder individuele vrijheid is geluk onmogelijk, concludeert Platonov. Voor de Sovjetcensuur was het reden te meer om publicatie tot 1964 op te houden en alle passages waarin Stalin werd genoemd te schrappen.

Dat het revolutionaire denken ook in Nederland veel onheil heeft veroorzaakt, blijkt uit het traktaat in romanvorm De vrolijke revolutie [4] van emeritus-hoogleraar rechten Fons Strijbosch. Centraal staat de Nijmeegse studentenrevolte van 1969. Dwaallichten van binnen en buiten de collegezalen verkondigden toen een opstand tegen het universitaire gezag, maar beseften niet dat ze daarmee de universiteit als verheven instituut zouden verwoesten. Net als Platonov laat Strijbosch zien dat de revolutionaire strijd slechts kort duurt en dat de grote idealen uiteindelijk plaatsmaken voor consumptiedrang.

Maar wat rest je als je nergens meer in gelooft? Dan verlies je alle levenslust, zo laat Graham Greene, nog altijd een van de beste Engelse schrijvers, zien in Een opgebrand geval [5]. Deze tijdloze en schitterende roman uit 1960 over de ondergang van de beroemde architect Querry is opnieuw vertaald en uitgegeven in de mooie reeks De Bij Klassieken. Een absolute must voor de liefhebber van grootse literatuur, zowel van linkse als van rechtse signatuur.