... en de missie van de OPCW is de grootste uitdaging uit haar bestaan

De Syrische operatie is „zonder twijfel de grootste uitdaging uit het bestaan van de OPCW”, zeggen diplomaten. Het is nog niet voorgekomen dat een land zich bij het verdrag tegen chemische wapens aansloot tijdens een oorlog. Van een zorgvuldige toetredingsprocedure is geen sprake bij deze spoedklus; andere jonge toetreders die wel door de molen van formaliteiten zijn gegaan, zijn naar verluidt niet blij. Ook ontmanteling van de Syrische wapens, zodra het ervan komt, kan alleen quick and dirty: machines opblazen, beton storten, chemicaliën zo mogelijk ter plekke verbranden.

Zelfs Irak na de eerste Golfoorlog (1990-’91) steekt gunstig af bij Syrië. De inspecteurs, die onder VN-vlag massavernietigingswapens ontmantelden, opereerden in gevaarlijke omstandigheden. Maar de oorlog was voorbij en veel was al verwoest door Amerikaanse bommen. In Syrië moeten inspecteurs duizend ton mosterdgas en zenuwgassen als sarin, en de grondstoffen daarvoor, onschadelijk maken. Plus granaten en raketten om ze te verspreiden. Op zo’n 45 plaatsen, deels in gebied waarom zwaar wordt gevochten en dat alleen door de lucht bereikbaar is.

„Het is te doen”, zegt OPCW-chef Ahmet Üzümcü, Turks diplomaat en oud-ambassadeur bij de NAVO, niettemin. Deadline is de zomer van 2014. Vandaag moet Syrië zijn complete gifgasinventaris bekendmaken. Uiterlijk 1 november al moet de eerste fase zijn afgerond: de vernietiging van alle apparatuur om chemische wapens te maken en te vullen. De twijfel groeit of die datum, zelfs bij totale Syrische medewerking, wel haalbaar is.