De verhoudingen in de zorg vertroebelen

De onderhandelingen voor budgetten 2014 zijn gestart. Verzekeraars hebben hard ingezet.

André Rouvoet toonde deze week weer eens waarom zorgverzekeraars zich graag laten vertegenwoordigen door oud-politici.

Ziekenhuizen die klagen dat ze door verzekeraars worden afgeknepen? De voormalige lijsstrekker van de ChristenUnie liet als spreekbuis van de zorgverzekeraars weten de weerstand onder ziekenhuizen „begrijpelijk” te vinden. Maar ja, het is nu eenmaal de taak van zorgverzekeraars om lagere groei van uitgaven in de zorg te bewerkstelligen. Dat kan pijnlijk uitpakken. Categorie: I feel your pain.

Het is een vaardige poging van Rouvoet om met empathie de gemoederen in de zorg tot bedaren te brengen. Dat is ook wel nodig, want de spanningen tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars lopen snel op. Hugo Keuzenkamp, directeur bij het Westfriesgasthuis en voorheen bestuurder bij een verzekeraar, zei deze week in vakblad Medisch Contact dat ziekenhuisbestuurders er helemaal klaar mee zijn. „Als je nu zou vragen of we de oorlog aan de verzekeraars moeten verklaren, zul je van velen een volmondig ‘ja’ horen.”

Bron van ergernis is de manier waarop de onderhandelingen tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars verlopen. Elk ziekenhuis moet jaarlijks met de grote vier verzekeraars om tafel om af te spreken hoeveel operaties en behandelingen ze mogen uitvoeren. Jarenlang waren dat prettige bijeenkomsten. Als er meer kosten werden gemaakt dan afgesproken, was dat vooral een probleem van de minister van Volksgezondheid. Maar dat is voorbij. Het risico van budgetoverschrijdingen is verschoven naar de zorgverzekeraars. Zij hebben de taak gekregen om het ziekenhuiswezen te disciplineren.

Hoe ver kunnen ziekenhuizen nog worden afgeknepen? Landelijk is afgesproken dat de uitgaven exclusief inflatie dit jaar met 2,5 procent mogen stijgen en volgend jaar met 1,5 procent. Per ziekenhuis kan dat verschillen. De een kan 4 procent groeien en de ander 1 procent krimpen.

De twee grootste zorgverzekeraars, Achmea en VGZ, zetten nog harder in. Zij eisen van diverse ziekenhuizen dat ze volgend jaar minimaal 10 procent inleveren. Dat is eigenlijk vragen om sluiting. Want ziekenhuizen hebben flinterdunne winstmarges. Zij hebben met hun bescheiden eigen vermogens een relatief laag incasseringsvermogen.

Een ziekenhuis met een monopolie – zie de schaarse instellingen in Zeeland of Friesland – heeft in dit onderhandelingsspel een voordeel. Verzekeraars hebben een zorgplicht: zij zijn ervoor verantwoordelijk dat klanten toegang houden tot zorg. Voor ziekenhuizen in dichter bevolkte gebieden geldt die bescherming niet. In de randstad hebben verzekerden genoeg keuze, een bankroet meer of minder merken ze niet. Hier zullen de komende tijd waarschijnlijk de klappen vallen.