De vapoteur verovert Parijs

Elektronisch roken doorkruist alle Franse sociale lagen. Johnny Hallyday en Catherine Deneuve zijn om.

‘Eindelijk vrijheid’, lacht Sarah, een 29-jarige kledingverkoopster op een terras in de Parijse Marais. In haar mondhoek het stomende pijpje dat sinds enige tijd op elke Franse straathoek tot diep op de campagne opduikt. „Toen ik nog gewone sigaretten rookte, voelde ik me steeds vaker tot last. Nu kan ik ongestoord mijn gang gaan”, zegt ze tevreden.

Ze is niet de enige die is overgestapt. In Frankrijk, waar een op de drie volwassenen rookt, is de e-sigaret aan een snelle opmars bezig. Waren er vorig jaar nog ongeveer 500.000 regelmatige gebruikers, nu is dat aantal volgens schattingen van de anti-tabakslobby verdubbeld.

Zanger Johnny Hallyday is om, net als Marine Le Pen. Maar ook Catherine Deneuve en Michel Houellebecq hebben zich met een e-sigaret laten fotograferen. Het elektronische roken doorkruist alle sociale lagen, rangen en standen. In de tgv, in restaurants, op kantoor en op de bouwsteiger: overal kan en mag het.

Maar omdat de e-sigaret mogelijk minder onschuldig is dan hij lijkt, wil minister van Gezondheidszorg Marisol Touraine een verbod op openbare plaatsen. Ook wil ze reclame uitbannen. Al maanden delen vlotte promotieteams in Franse winkelstraten glimmende foldertjes uit en sinds kort zijn op de grote televisiezenders ook spotjes voor e-sigaretten te zien.

„De elektronische sigaret is geen alledaags product”, zei Touraine. Er zit nog altijd de verslavende nicotine in. Een onderzoek van het consumentenblad 60 million de consommateurs toonde afgelopen maand dat drie van tien bestudeerde e-sigaretten kankerverwekkende stoffen bevatten. „We moeten dezelfde maatregelen toepassen als op tabak”, vindt de minister.

In Parijs opent het aantal winkeltjes voor e-sigaretten en ‘e-liquides’, de chemicaliën die opgestoomd worden, intussen in hoog tempo de deuren. Waar eerst onduidelijke telecomzaakjes zaten, zijn nu boetieks gevestigd met klinkende namen als The Clope (de peuk, met slogan ‘capital chic’), Vapostore of die van marktleider Clopinette. Het werkwoord ‘vapoter’, in 2008 via een prijsvraag bedacht, is al aardig ingeburgerd: wie elektronisch paft, inhaleert geen rook, maar stoom: ‘vapeur’ in het Frans.

In de etalage van Le Petit Fumeur, ook in de Marais, hangt een poster met de ‘redenen om over te stappen’: e- sigaretten zijn gezonder (‘geen tabak en teer’), goedkoper (‘70 procent’), overal te gebruiken, leiden niet tot passief meeroken en maken een eind aan ruzies over tabak. Het mini-winkeltje ging in maart dit jaar open, zegt verkoper Nicolas, en is een succes.

Hij toont de vele smaakjes. Naast „neutrale tabakssmaken” is er de ‘gourmandes’-lijn met ‘abrikozentaart’ of ‘groene thee’. Voor sigarenrokers is er ‘cigare passion’, inclusief stoompijpje dat in de verte iets op een gewone sigaar lijkt. Voor pijprokers is er een kromme pijp (die gemodelleerd lijkt naar die van het schilderij van Magritte) met bijbehorende smaak.

Echt gezellig wil het in de stoomwinkel niet worden: de vele ampullen met e-liquides geven de plek de steriele uitstraling van een apothekerszaak. Een beginnerssetje kost bij Le Petit Fumeur rond de 70 euro, een flesje met vloeistof („gelijk aan vijf à zes pakjes sigaretten”) kost minder dan 6 euro. „In een restaurant vraag ik meestal netjes of ik ’m mag gebruiken, maar dat is meestal geen probleem”, zegt Nicolas, zelf ook een vapoteur. „Maar er is nog totaal geen wetgeving in deze branche: dat maakt de handel zo interessant.”

    • Peter Vermaas