Als de Syrische missie slaagt, leidt dat wellicht tot breder optimisme

De Syrische wapendeal is vooralsnog een ‘geval apart’. Ook als deze slaagt – wat daarvan de definitie ook moge wezen – zijn geen dramatische verschuivingen te verwachten op dit vlak elders in het Midden-Oosten, zeggen diplomaten. Spijtoptant Egypte, dat in de jaren zestig nog gifgas inzetten in Jemen, houdt vanouds grote afstand tot de OPCW.

Israël praat wel af en toe, geheel vrijblijvend, met de organisatie. Maar het land zegt pas aan ratificeren te denken „als het vrede in het Midden-Oosten is”, zoals een Israëlische minister onlangs zei. President Peres zei deze week in Nederland weliswaar dat de regering „er serieus naar kijkt als het ons gevraagd wordt”. Maar voor Israël is dat vermoedelijk alleen voorstelbaar als onderdeel van een bredere deal met de ‘chemische’ (en andere) buren.

Ook als het niet leidt tot een sneller einde van de Syrische oorlog, ontwaren optimisten in het chemische wapenakkoord het „begin van een proces”, dat misschien een bijdrage kan leveren aan onderhandelingen tussen het regime-Assad en andere partijen, gepland voor november in Genève.

En zelfs een lichte ontspanning op het internationale schaakbord vertaalt zich mogelijk elders. Daar was vorige week iets van te zien bij de Verenigde Naties, waarbij opluchting over de Syrië-deal leek te overlappen met de slimme pr van de nieuwe Iraanse president Rohani, die zich profileert als iemand met wie mogelijk zaken te doen valt over het nucleaire programma van Iran.